• Langverwachte belastinghervorming vanaf 2018

Langverwachte belastinghervorming vanaf 2018

26 juli 2017

De federale regering bereikt in de nacht van 25 op 26 juli 2017 haar zogenaamde “zomerakkoord”. Dit akkoord bevat een verlaging van het tarief in de vennootschapsbelasting, maatregelen voor een rechtvaardigere fiscaliteit en een aantal sociaaleconomische hervormingen.

Hierbij een overzicht van de belangrijkste fiscale maatregelen op basis van de informatie die momenteel beschikbaar is.

Vennootschapsbelasting

 

De hervorming van de vennootschapsbelasting is ongetwijfeld de grootste blikvanger van het federaal akkoord. Om de Belgische economie te stimuleren en de competitiviteit van Belgische bedrijven te laten toenemen, gaat het tarief van de vennootschapsbelasting fors omlaag. Maar het akkoord wil ook extra zuurstof geven aan kmo’s, starters en innovatie.

De financiering van de verlaging van de belastingdruk wordt deels gezocht in nieuwe regels voor de meerwaarden op aandelen en in een beperking van de fiscale aftrekposten voor vennootschappen.

 

Maatregelen vanaf 2018

 

Tarief van de vennootschapsbelasting

Het basistarief in de vennootschapsbelasting daalt vanaf 2018 van 33% naar 29%, en zal vanaf 2020 gelijk zijn aan 25%.

Voor vennootschappen die kwalificeren als kmo in de zin van artikel 15 W. Venn. wordt voorzien in een tarief van 20% op  de eerste schijf van 100.000 EUR.

De crisisbijdrage die bovenop het basistarief is verschuldigd verlaagt vanaf 2018 aar 1,5% (i.p.v. 3%) en wordt vanaf 2020 uiteindelijk afgeschaft.

 

Minimumbelasting

Daarnaast komt er een minimumbelasting voor ondernemingen met een winst van meer dan 1 miljoen EUR.  Ondernemingen die meer dan 1 miljoen EUR winst genereren, moeten er rekening mee houden dat bepaalde fiscale aftrekken boven dit bedrag niet meer volledig in aftrek kunnen worden gebracht.

Een van de beperkingen betreft de aftrek van vorige verliezen. Maar voor starters worden de overgedragen verliezen gedurende de eerste vier boekjaren niet onderworpen aan de beperking.

 

Herziening van de notionele intrestaftrek

Het regime van de notionele intrestaftrek wordt herzien. Voortaan geldt deze aftrek enkel nog voor kapitaalverhogingen.

 

Bijzondere aanslag 10%

Elke vennootschap die geen of onvoldoende bezoldiging heeft uitgekeerd aan tenminste één bedrijfsleider is voortaan onderworpen aan een bijzondere aanslag van 10% op het te weinig uitgekeerde bedrag. Deze minimum bezoldiging bedraagt € 45.000. Is de bezoldiging lager dan dit bedrag, dan moet deze minstens gelijk zijn aan het belastbaar resultaat van de vennootschap. Startende vennootschappen (opgericht binnen de vier jaar te rekenen vanaf 1 januari van het aanslagjaar) zijn weerom uitgesloten van deze bijzondere aanslag.

 

Meerwaarden op aandelen

Als vereenvoudigingsmaatregel, wordt het belastingtarief van 0,412% op meerwaarden op aandelen voor grote vennootschappen vanaf 2018 afgeschaft.

De meerwaarden op aandelen worden hierdoor opnieuw volledig vrijgesteld van  vennootschapsbelasting, maar naar analogie met de voorwaarden voor de DBI-aftrek zal dit slechts gelden indien de participatie gedurende meer dan één jaar minstens 10% bedraagt of wanneer de aanschaffingswaarde minstens 2.500.000 EUR bedraagt.

 

Inschakelingsbedrijven

Inschakelingsbedrijven genieten momenteel van een dubbele belastingvrijstelling. Vennootschappen die tewerkstellings- en beroepsoverstappremies ontvangen, worden hierop vrijgesteld via een verhoging van de begintoestand van de reserves.  Wanneer zij bovendien ook erkend worden als inschakelingsbedrijf, wordt hun winst ook vrijgesteld als “andere vrijgestelde bestanddelen”.

De dubbele vrijstelling en de algemene winstvrijstelling worden voortaan beperkt.

 

Vooruitbetaalde kosten: fiscaal matchingprincipe

Het boekhoudkundig matchingprincipe werkt voortaan ook fiscaal door. Hiermee komt een einde aan de klassieke eindejaarsplaningstechniek, waarbij kosten die boekhoudkundig aan het volgende boekjaar moeten worden verbonden, in het lopende boekjaar al als beroepskost in aftrek worden gebracht. Door een fiscaal matching principe in te voeren in de vennootschapsbelasting, zullen kosten verbonden aan activiteiten of inkomsten van het volgende boekjaar nog slechts aftrekbaar in dit volgende boekjaar.

 

Beperkingen voorzieningen en kosten

Om te voorkomen dat voorzieningen voorafgaand aan de tariefdaling in de vennootschapsbelasting (zie hoger) zouden worden aangelegd om deze later terug te nemen aan een lager nominaal belastingtarief, zal worden voorzien dat de terugname van deze voorzieningen wordt belast aan het nominale tarief dat van toepassing was op het moment van aanleg van de voorziening.

 

Taxatie herbeleggingsmeerwaarden

Ook voor de herbeleggingsmeerwaarden wordt het anticiperen op een tariefverlaging onder het stelsel van de gespreide taxatie ontmoedigd. De herbeleggingsmeerwaarden die worden belast omdat ze niet worden herbelegd binnen de wettelijk voorziene voorwaarden en termijn of de meerwaarden die spontaan belastbaar worden gesteld vóór het verstrijken van de herbeleggingstermijn, worden voortaan belast aan het tarief dat van toepassing was op het moment dat de meerwaarden verwezenlijkt werden.

Bovendien zijn in geval van spontane belastbaarstelling voortaan ook nalatigheidsintresten van toepassing.

 

Roerende voorheffing op kapitaalverminderingen

Kapitaalverminderingen worden voortaan onderworpen aan de roerende voorheffing in verhouding tot het aandeel van de nog aanwezige belaste reserves in het gestort kapitaal, verhoogd met de belaste reserves. Dit komt neer op een pro rata opdeling.

 

Eenmalige investeringsaftrek tijdelijk 20%

De eenmalige investeringsaftrek wordt enkel voor 2018 opgetrokken van 8% naar 20% voor kmo’s en eenmanszaken.

 

Diversen

  • De berekening van nalatigheidsintresten en moratoriumintresten wijzigt. De nalatigheidsintresten zullen steeds 2% hoger zijn dan de moratoriumintresten;
  • Het niet-indienen van de aangifte zal zwaarder worden gesanctioneerd. Ook niet- of onvoldoende voorafbetalingen worden verder ontmoedigd (geen uitzonderig meer op de belastingverhoging). Starters worden gedurende de eerste drie boekjaren vanaf de oprichting uitgesloten van de vermeerdering;
  • De vrijstelling doorstorting bedrijfsvoorheffing die geldt voor personeel uit wetenschappelijk onderzoek zal voortaan ook gelden voor houders van bepaalde bachelor dipoma’s;
  • Met uitzondering van niet reeds afgezette DBI-aftrek van het jaar zelf, worden geen fiscale aftrekken meer toegestaan op belastingsupplementen die gevestigd worden naar aanleiding van een fiscale controle.

 

Maatregelen vanaf 2020

 

  • Verdere tarief-daling in de vennootschapsbelasting naar 25% (zie hoger);
  • De regering wil een systeem van fiscale consolidatie invoeren. Hierdoor worden verschillende entiteiten van eenzelfde vennootschapsgroep voor de vennootschapsbelasting samengevoegd tot één belastbare entiteit;
  • Taks shelter voor audiovisuele werken en podiumkunsten wordt conform nieuw tarief aangepast zodat hetzelfde rendement kan worden gegarandeerd;
  • Verdere omzetting van de ATAD-richtlijnen (Anti Tax Avoidance Directive):
    • Aanpassing van de intrestaftrek op vreemd vermogen
    • Invoering CFC-wetgeving
    • Aanpassingen aan de exit taxatie
    • Regeling tegen hybride mismatches
  • Daarnaast belooft de regering ook de strijd tegen fiscale fraude verder op te voeren via betere informatie-uitwisseling voor transfer pricing-doeleinden en verscherpte controles;
  • Het in resultaat nemen van een disconto voor schulden voor niet afschrijfbare activa wordt voortaan niet langer als een aftrekbare kost aanvaard;
  • Mobiliseren vrijgestelde reserves: als een tijdelijke maatregel gedurende twee jaar worden bedrijven aangemoedigd om vrijgestelde reserves om te zetten in gewone belaste reserves aan een verlaagd tarief van 15%, dat onder bepaalde voorwaarden kan dalen naar 10%;
  • Enkel “definitieve verliezen” van buitenlandse vaste inrichtingen zullen nog slechts aftrekbaar zijn wanneer vaststaat dat de belastingplichtige alle mogelijkheden in het buitenland heeft uitgeput om de verliezen daar in aftrek te brengen. Bovendien moet de vaste inrichtingsproblematiek een meer economische invulling krijgen.
  • Het regime van degressieve afschrijven wordt afgeschaft. kmo’s worden verplicht om pro rata temporis af te schrijven.
  • Aftrekbeperking van bijzondere uitgaven: een aantal kosten moeten in de toekomst volledig in verworpen uitgaven van de vennootschap worden opgenomen, zoals niet aftrekbare boetes en niet-aftrekbare belastingen en geheime commissielonen. Het systeem van de aftrek van autokosten ondergaat een face lift met gewijzigde parameters voor de aftrekbaarheid en een maximum van 100%.

 

Personenbelasting

 

Taks op de effectenrekening

Als pasmunt voor de verlaging van de vennootschapsbelasting, beslist de regering om toch de veel besproken taks op effectenrekeningen (abonnementstaks) in te voeren aan een tarief van 0,15%. De eerste 500.000 EUR wordt vrijgesteld.  Effectenrekeningen voor pensioensparen en levensverzekeringen worden uitgesloten.

 

Belastingvermindering op dividenden

Anderzijds wordt deze belasting wat gecompenseerd door een gedeeltelijke vrijstelling voor dividenden op  aandelen. De vrijstelling van 30% roerende voorheffing geldt voor de eerste 627 EUR dividenduitkering. De maatregel is bedoeld om spaargeld te activeren.

 

Vrijstelling op spaargelden daalt

De vrijstelling op spaargelden daalt. De vrijstelling zal nog slechts gelden op intresten op spaargelden voor 940 EUR in plaats van 1.880 EUR.

 

Collectieve winstpremie

De invoering van een collectieve winstpremie laat bedrijven toe om hun werknemers te laten delen in de winst:

  • zonder verplichting voor de werkgever
  • zonder participatie in het kapitaal
  • Toegankelijk voor alle werknemers binnen een onderneming (maar niet voor bedrijfsleiders)
  • premie komt niet in aanmerking voor de berekening van de loonnorm
  • Geen enkele verschuiving zal worden toegestaan ten nadele van de toegekende klassieke bezoldigingen.
  • premie mag niet hoger zijn 30% van de loonmassa
  • Inwerkingtreding is voorzien op 1 januari 2018

 

Pensioensparen

Een keuzestelsel wordt ingevoerd waarbij pensioenspaarders de keuze hebben tussen de toepasssing van:

  • het huidige stelsel: 30% belastingvermindering op 940 EUR; of
  • een nieuw stelsel: 25% belastingvermindering op 1.200 EUR.

 

Harmonisering forfaitaire beroepskosten voor zelfstandigen

De bedragen van de forfaitaire beroepskosten in de personenbelasting worden geharmoniseerd en progressief uitgebreid in het voordeel van de zelfstandigen.

 

Tax shelter voor groeibedrijven

De bestaande tax shelter-regeling voor startende ondernemingen breidt uit naar groeibedrijven en geldt dus niet langer enkel voor start-ups.

 

Belastingvrij bijklussen

Tot 500 EUR per maand kan worden bijverdiend, vrij van belasting en sociale bijdragen. Werknemers en zelfstandigen die reeds een hoofdjob hebben moeten wel minstens een 4/5 tewerkstelling hebben. De tewerkstellingsvoorwaarde geldt niet voor de deeleconomie. Gepensioneerden mogen ook bijverdienen binnen de huidige grenzen van de toegelaten cumulatie.

De bijklusactiviteiten zijn beperkt tot zogenaamd ‘vrijetijdswerk’ in specifiekke functies in de non-profitsector, zoals inkomsten uit sportactiviteiten, Airbnb, babysitten, gras afmaaien, e.a.

 

BTW

 

Optioneel systeem voor onroerende verhuur

De onroerende verhuur is in de regel vrijgesteld van btw.

De regering wil nu de mogelijkheid voorzien om de verhuur van onroerende goederen aan de btw te onderwerpen. Dit moet investeerders de kans geven om de btw die zij betalen op hun investeringskosten te recupereren.

Het is vooralsnog wachten op de concrete teksten omtrent de voorwaarden en modaliteiten om optioneel te verhuren met toepassing.

 

Meer weten?

Keer regelmatig terug naar dit artikel om alle verdere ontwikkelingen op de voet te volgen. U kunt natuurlijk ook contact opnemen met uw vertrouwde BDO-contactpersoon om te bespreken wat de gevolgen kunnen zijn voor uw situatie of een e-mail verzenden naar tax@bdo.be.