• Langverwachte belastinghervorming vanaf 2018 (Update)

Langverwachte belastinghervorming vanaf 2018

13 november 2017

De federale regering bereikte in de nacht van 25 op 26 juli 2017 haar zogenaamd “zomerakkoord”. Dit akkoord bevat een verlaging van het tarief in de vennootschapsbelasting, maatregelen voor een meer rechtvaardige fiscaliteit en een aantal sociaaleconomische hervormingen.

Hierbij een overzicht van de belangrijkste fiscale maatregelen op basis van de informatie die momenteel beschikbaar is. De maatregelen worden verwacht nog voor het jaareinde in wetgeving te worden opgenomen.

Vennootschapsbelasting

 

De hervorming van de vennootschapsbelasting is ongetwijfeld de grootste blikvanger van het federaal akkoord. Om de Belgische economie te stimuleren en de competitiviteit van Belgische bedrijven te laten toenemen, gaat het tarief van de vennootschapsbelasting fors omlaag. Maar het akkoord wil ook extra zuurstof geven aan kmo’s, starters en innovatie.

De financiering van de hervormingen wordt  ondermeer gezocht in een taks op effectenrekeningen, een beperking van de aanwending van de fiscale aftrekposten voor vennootschappen en een verdere afbouw van de notionele intrestaftrek.

 

Maatregelen vanaf 2018

 

Tarief van de vennootschapsbelasting

Het basistarief in de vennootschapsbelasting daalt vanaf 2018 van 33% naar 29%, en zal vanaf 2020 25% bedragen.

Voor vennootschappen die kwalificeren als kmo in de zin van artikel 15 W. Venn. wordt voorzien in een tarief van 20% op  de eerste schijf van 100.000 EUR. Voortaan komen dus enkel kleine vennootschappen in aanmerking voor dit verlaagd tarief. De voorwaarde dat er geen dividend van meer dan 13% van het gestort kapitaal mag worden uitgekeerd, wordt geschrapt.

De crisisbijdrage die bovenop het basistarief is verschuldigd verlaagt vanaf 2018 naar 2% (i.p.v. 3%) en wordt vanaf 2020 volledig afgeschaft.

 

Minimumbelasting

Daarnaast komt er een minimumbelasting voor ondernemingen met een winst van meer dan 1 miljoen EUR.  Ondernemingen met een belastbaar resultaat van meer dan 1 miljoen EUR, kunnen bepaalde fiscale aftrekken boven dit bedrag niet meer volledig in mindering brengen .

De aftrek van de vorige verliezen, overgedragen DBI, overgedragen aftrek voor innovatie-inkomsten, overgedragen NIA en de nieuwe incrementele NIA (zie hierna) worden voortaan beperkt tot een bedrag van 1 miljoen EUR. Deze aftrekken kunnen op de winst boven 1 miljoen EUR nog slechts voor 70% in mindering worden gebracht: 30% van de winst boven 1 miljoen EUR kan derhalve niet meer worden geneutraliseerd door voormelde aftrekken.

Dit resulteert vanaf 2020 de facto in een minimumbelasting van de facto 7,5% op de belastbare winst boven 1 miljoen EUR (met name 30% x 25%).

De aftrekken die niet kunnen worden toegepast door deze regeling, blijven wel naar de toekomst overdraagbaar.

Voor starters worden de overgedragen verliezen gedurende de eerste vier boekjaren niet onderworpen aan de beperking.

 

Naar 100% DBI-aftrek

Vanaf 2018 kan de DBI-aftrek (aftrek definitief belaste inkomsten) voor 100% worden toegepast in plaats van 95%.

 

Herziening van de notionele intrestaftrek

Het regime van de notionele intrestaftrek wordt herzien.

Meer bepaald zal enkel het bijkomend (risico-) kapitaal ten opzichte van het voortschrijdend gemiddelde van de afgelopen vijf jaren in aanmerking komen voor de berekeningsbasis. Enkel op de gemiddelde aangroei van het kwalificerend eigen vermogen zal de notionele intrestaftrek nog kunnen worden toegepast (dit is de “incrementele” notionele intrestaftrek). Door te werken met een voortschrijdend gemiddelde is het aftrekregime bovendien ook minder gevoelig voor eventuele misbruiken.

 

Strijd tegen vervennootschappelijking

Nu het tarief in de vennootschapsbelasting fors daalt, wil de regering de omzetting van eenmanszaken (zelfstandige natuurlijke personen) in vennootschappen tegengaan, aan de hand van:

  • Een verhoging van de minimumbezoldiging aan tenminste één bedrijfsleider van 36.000 EUR naar 45.000 EUR. Is de bezoldiging lager dan dit bedrag, dan moet deze minstens gelijk zijn aan het belastbaar resultaat van de vennootschap. De bezoldiging zou worden geplafonneerd op 75.000 EUR wanneer verschillende verbonden vennootschappen worden geleid door één en dezelfde bedrijfsleider. Dit plafond zou rekening houden met alle door deze verbonden vennootschappen aan de bedrijfsleider betaalde lonen.
  • Een bijkomende en afzonderlijke aanslag van 5% voor de aanslagjaren 2019 en 2020 op het tekort, wanneer de bezoldiging minder bedraagt dan het minimum van 45.000 EUR of de helft van de belastbare grondslag. Vanaf aanslagjaar 2021 zal deze afzonderlijke aanslag 10% bedragen. Deze aanslag is wel fiscaal aftrekbaar. Startende vennootschappen (opgericht binnen vier jaar te rekenen vanaf 1 januari van het aanslagjaar) zijn uitgesloten van deze bijzondere aanslag.

De regering wil anderzijds het tarief van de stopzettingsmeerwaarden in de personenbelasting verlagen naar 10% op de meerwaarden die een zelfstandige realiseert bij de stopzetting van zijn eenmanszaak vanaf de leeftijd van 60 jaar wegens overlijden of gedwongen stopzetting. Stopzettingsmeerwaarden op financiële vaste activa en andere aandelen zullen enkel aan het tarief van 10 pct. worden onderworpen in zoverre het belastbare bedrag ervan hoger is dan het totale bedrag van de eerder op deze activa fiscaal aangenomen waardeverminderingen.

 

Meerwaarden op aandelen

Het belastingtarief van 0,412% op gerealiseerde meerwaarden op aandelen voor grote vennootschappen wordt vanaf 2018 afgeschaft.

De meerwaarden op aandelen worden hierdoor opnieuw volledig vrijgesteld van  vennootschapsbelasting, maar naar analogie met de voorwaarden voor de DBI-aftrek, zal dit slechts gelden indien de participatie gedurende meer dan één jaar wordt aangehouden en minstens 10% bedraagt of wanneer de aanschaffingswaarde van de aandelen minstens 2.500.000 EUR bedraagt.

 

Inschakelingsbedrijven

Inschakelingsbedrijven genieten momenteel van een dubbele belastingvrijstelling: zij zijn geen belasting verschuldigd op de door hen gereserveerde winsten en de door hen ontvangen tewerkstellings- en beroepsoverstappremies zijn bovendien vrijgesteld van vennootschapsbelasting.

De dubbele vrijstelling wordt voortaan beperkt. Enerzijds zullen de door hen ontvangen subsidies niet meer kunnen worden vrijgesteld, anderzijds zou de vrijstelling van de gereserveerde winst beperkt worden tot de loonkosten van de door hen tewerkgestelde moeilijk te plaatsen werklozen.

 

Vooruitbetaalde kosten: fiscaal matchingprincipe

Het boekhoudkundig matchingprincipe werkt voortaan ook fiscaal door. Hiermee komt een einde aan de (eindejaars)planningstechniek, waarbij kosten die boekhoudkundig aan het volgende boekjaar moeten worden toegerekend, bij betaling in het lopende boekjaar volledig als beroepskost in aftrek worden gebracht. Door het matching principe ook in te voeren in de vennootschapsbelasting, zullen kosten verbonden aan activiteiten of inkomsten van een volgend boekjaar nog slechts aftrekbaar zijn in dit volgend boekjaar.

 

Beperkingen voorzieningen en kosten

Om te voorkomen dat voorzieningen voorafgaand aan de tariefdaling in de vennootschapsbelasting (zie hoger) zouden worden aangelegd om deze later (zonder aanwending) terug te nemen aan een lager nominaal belastingtarief, zal de terugname van deze voorzieningen worden belast aan het nominale tarief dat van toepassing was op het moment van aanleg van de voorziening.

Bovendien zullen enkel voorzieningen die voortvloeien uit een wettelijke of contractuele verplichting fiscaal nog kunnen worden vrijgesteld.

 

Taxatie herbeleggingsmeerwaarden

Ook wat betreft de herbeleggingsmeerwaarden wordt het anticiperen op een tariefverlaging onder het stelsel van de gespreide taxatie ontmoedigd. De herbeleggingsmeerwaarden die worden belast omdat:

  • ze niet worden herbelegd binnen de wettelijk voorziene voorwaarden en termijn; of
  • de meerwaarden die spontaan belastbaar worden gesteld vóór het verstrijken van de herbeleggingstermijn

worden voortaan belast aan het tarief dat van toepassing was op het moment dat de meerwaarden verwezenlijkt werden.

Bovendien zullen op meerwaarden die spontaan belastbaar worden gesteld zonder afdoende herbeleggingen voortaan ook nalatigheidsintresten verschuldigd zijn.

 

Roerende voorheffing op kapitaalverminderingen

Kapitaalverminderingen worden voortaan onderworpen aan de roerende voorheffing in verhouding tot het aandeel van de nog aanwezige belaste reserves in het gestort kapitaal, verhoogd met de belaste reserves buiten het kapitaal. Ingevolge de pro rata aanrekening van een kapitaalvermindering op de belaste reserves wordt derhalve roerende voorheffing van (in principe) 30% verschuldigd.

Belastingvrije reserves blijven in principe buiten schot. Een kapitaalvermindering mag er niet toe leiden dat hierdoor belastingvrije reserves moeten worden belast. Dat zal enkel het geval zijn wanneer een kapitaalvermindering het totaal aan kapitaal en belaste reserves zou overstijgen. Bovendien kunnen de krachtens artikel 537 WIB “vastgeklikte” reserves onder de hiertoe geldende voorwaarden volledig belastingvrij worden uitgekeerd.

 

Eenmalige investeringsaftrek tijdelijk 20%

De eenmalige investeringsaftrek wordt voor 2018 en 2019 opgetrokken van 8% naar 20% voor kmo’s en eenmanszaken.

De overgedragen investeringsaftrek maakt geen deel uit van de korf van fiscale aftrekken die voortaan beperkt zal worden (zie hoger, minimumbelasting).

 

Diversen

De berekening van nalatigheidsintresten en moratoriumintresten wijzigt. De nalatigheidsintresten zullen steeds 2% hoger zijn dan de moratoriumintresten.

Het niet-indienen van de aangifte zal zwaarder worden gesanctioneerd. De minimale belastbare basis wordt opgetrokken, maar volgt de dalende evolutie van het nominale tarief van de vennootschapsbelasting:          

Aanslagjaar Minimale belastbare basis (€) Tarief Te betalen bedrag (€)
2018 34.000,00 29,58% 10.057,20
2019 34.000,00 29,58% 10.057,20
2020 40.000,00 25,00% 10.000,00

Ook niet- of onvoldoende voorafbetalingen worden verder ontmoedigd, door een verhoging van de basisrentevoet waarop het vermeerderingspercentage wordt vastgesteld. Verder zullen geen uitzonderingen meer worden toegestaan (o.a. geen vermeerdering indien deze lager is dan een bepaalde limiet) op de toepassing van de belastingverhoging wegens niet- of onvoldoende voorafbetalingen.

Met uitzondering van de DBI-aftrek van het jaar zelf, worden geen fiscale aftrekken meer toegestaan op belastingsupplementen die gevestigd worden naar aanleiding van een fiscale controle.

De vrijstelling doorstorting bedrijfsvoorheffing die geldt voor personeel tewerkgesteld in het wetenschappelijk onderzoek zal voortaan ook gelden voor houders van bepaalde bachelor diploma’s: biotechniek, industriële wetenschappen en technologie, nautische wetenschappen, product ontwikkeling, handelswetenschappen en bedrijfskunde (opleiding gericht op informatica). De vrijstelling bedraagt 40% voor 2018 en 2019. Vanaf 2020 bedraagt deze 80%.

 

Maatregelen vanaf 2020

 

  • Verdere tarief-daling in de vennootschapsbelasting naar 25% (zie hoger).
  • De regering wil vanaf 2020 een systeem van beperkte fiscale consolidatie invoeren naar Zweeds model. Hierdoor hebben de groepsleden nog steeds verschillende belastbare basissen, maar dragen ze bij in de verliezen van de groep. Een lid van de consolidatie kan aldus een “groepsbijdrage” in mindering brengen van zijn belastbare gereserveerde winst, en deze groepsbijdrage is belastbaar bij de ontvangende vennootschap in hetzelfde belastbare tijdperk. Een antimisbruikbepaling zorgt er echter voor dat vennootschappen al minstens 5 belastbare tijdperken verbonden moeten zijn alvorens een aftrekbare groepsbijdrage kan worden gedaan.

  • Taks shelter voor audiovisuele werken en podiumkunsten wordt conform nieuw tarief aangepast zodat hetzelfde rendement kan worden gegarandeerd als vóór de tariefverlaging in de vennootschapsbelasting.
  • Verdere omzetting van de ATAD-richtlijnen (Anti Tax Avoidance Directive):
    • Aanpassing van de intrestaftrek op vreemd vermogen
    • Invoering CFC-wetgeving
    • Aanpassingen aan de exit taxatie
    • Regeling tegen hybride mismatches.
  • Daarnaast belooft de regering ook de strijd tegen fiscale fraude verder op te voeren via betere informatie-uitwisseling voor transfer pricing-doeleinden en verscherpte controles.
  • Het in resultaat nemen van een disconto voor schulden voor niet afschrijfbare activa wordt voortaan niet langer als een aftrekbare kost aanvaard.
  • Mobiliseren vrijgestelde reserves: middels een tijdelijke maatregel worden bedrijven gedurende twee jaar aangemoedigd om vrijgestelde reserves om te zetten in belaste reserves, en dit tegen een verlaagd tarief van 15%. Dit tarief kan verder verlaagd worden tot 10% mits het bedrag geïnvesteerd wordt in:
    • materiële vaste activa, andere dan deze vermeld in art. 75,5° WIB92 (vb. personenauto’s)
    • die afschrijfbaar zijn en
    • niet gelden als herbelegging voor de gespreide belasting van meerwaarden. Opgelet: deze vrijgestelde reserves zullen steeds daadwerkelijk worden belast. Er zijn geen fiscale aftrekken mogelijk en geen verrekening van voorheffingen. Ook de verhoging wegens onvoldoende voorafbetalingen is van toepassing.
  • Enkel “definitieve verliezen” van buitenlandse vaste inrichtingen zullen nog slechts aftrekbaar zijn wanneer vaststaat dat de belastingplichtige alle mogelijkheden in het buitenland heeft uitgeput om de verliezen daar in aftrek te brengen. Bovendien moet het begrip “vaste inrichting” een meer economische invulling krijgen.
  • Het regime van degressieve afschrijven wordt vanaf 2020 afgeschaft. Bovendien worden kmo’s verplicht om pro rata temporis af te schrijven.
  • Aftrekbeperking van bijzondere uitgaven: een aantal kosten moeten in de toekomst volledig in verworpen uitgaven van de vennootschap worden opgenomen, zoals boetes die op heden wel nog aftrekbaar waren (vb. proportionele btw-boetes) en  de aanslag geheime commissielonen. Het systeem van de aftrek van autokosten ondergaat een face lift met gewijzigde parameters voor de aftrekbaarheid en een maximum van 100%.

 

Personenbelasting

 

Taks op de effectenrekening

Als pasmunt voor de verlaging van de vennootschapsbelasting, beslist de regering om de veel besproken taks op effectenrekeningen (abonnementstaks) toch in te voeren aan een tarief van 0,15%. De eerste 500.000 EUR wordt vrijgesteld.  Effectenrekeningen voor pensioensparen en levensverzekeringen worden uitgesloten.

 

Belastingvermindering op dividenden

Er wordt voorzien in een gedeeltelijke vrijstelling voor dividenden op aandelen. De vrijstelling van 30% roerende voorheffing geldt voor de eerste 627 EUR dividenduitkering. De maatregel is bedoeld om spaargeld te activeren.

 

Vrijstelling op spaargelden daalt

De vrijstelling op spaargelden daalt. De vrijstelling zal nog slechts gelden op intresten op spaargelden voor 940 EUR in plaats van 1.880 EUR.

 

Collectieve winstpremie

De invoering van een collectieve winstpremie laat bedrijven toe om hun werknemers te laten delen in de winst:

  • zonder verplichting voor de werkgever
  • zonder participatie in het kapitaal
  • Toegankelijk voor alle werknemers binnen een onderneming (maar niet voor bedrijfsleiders)
  • premie komt niet in aanmerking voor de berekening van de loonnorm
  • Geen enkele verschuiving zal worden toegestaan ten nadele van de toegekende klassieke bezoldigingen.
  • premie mag niet hoger zijn 30% van de loonmassa
  • Voor de werknemer: onderworpen aan de 13,07% RSZ-werknemersbijdragen en 7% inkomstenbelasting
  • Voor de werkgever: de winstpremie is fiscaal niet aftrekbaar
  • Inwerkingtreding is voorzien op 1 januari 2018

 

Pensioensparen

Een keuzestelsel wordt ingevoerd waarbij pensioenspaarders de keuze hebben tussen de toepassing van:

  • het huidige stelsel: 30% belastingvermindering op 940 EUR; of
  • een nieuw stelsel: 25% belastingvermindering op 1.200 EUR.

 

Harmonisering forfaitaire beroepskosten voor zelfstandigen

De bedragen van de forfaitaire beroepskosten in de personenbelasting worden geharmoniseerd en progressief uitgebreid in het voordeel van de zelfstandigen.

 

Tax shelter voor groeibedrijven

De bestaande tax shelter-regeling voor startende ondernemingen breidt uit naar groeibedrijven en geldt dus niet langer enkel voor start-ups.

 

Belastingvrij bijklussen

Er kan worden bijgeklust tot 6.000 EUR per jaar, vrij van belasting en sociale bijdragen. Werknemers en zelfstandigen die reeds een hoofdjob hebben moeten wel minstens een 4/5 tewerkstelling hebben. De bijklusactiviteiten zijn beperkt tot zogenaamd ‘vrijetijdswerk’, zoals inkomsten uit sportactiviteiten, babysitten, gras afmaaien, e.a. Een Koninklijk Besluit zal voorzien in een uitgebreide maar zeer concrete lijst van bijklusactiviteiten.

 

Autokosten

In de personenbelasting zullen autokosten aftrekbaar zijn volgens de CO2-uitstoot, net zoals in de vennootschapsbelasting. Ook het aftrekpercentage wijzigt aan de hand van volgende formule:

120% - (0,5% x aantal gram CO2/km)

Voor een benzinewagen wordt voormelde formule vermenigvuldigd met 0,95.

Aftrek kan nog slechts voor maximum 100% (de 120% aftrek voor elektrische wagens wordt derhalve afgeschaft). Er zal een minimum van 50% gelden, maar wanneer de CO2-uitstoot meer dan 200 gr/km bedraagt, is de aftrek beperkt tot 40%.

 

BTW

 

Dan toch geen optioneel systeem voor onroerende verhuur

De federale regering kondige in haar zomerakkoord een optioneel btw-systeem aan voor onroerende verhuur aan huurders die het pand hoofdzakelijk voor een aan de btw onderworpen activiteit aanwenden. Dit geeft investeerders de mogelijkheid om de btw op hun inkomende handelingen te recupereren. De maatregel was voorzien om in werking te treden voor nieuwe huurcontracten die worden afgesloten vanaf 1 januari 2018.

Echter heeft de ministerraad inmiddels om budgettaire redenen beslist om dit optioneel systeem (voorlopig) toch niet in te voeren.

Meer weten?

Keer regelmatig terug naar dit artikel om alle verdere ontwikkelingen op de voet te volgen. U kunt natuurlijk ook contact opnemen met uw vertrouwde BDO-contactpersoon om te bespreken wat de gevolgen kunnen zijn voor uw situatie of een e-mail verzenden naar tax@bdo.be.