• Personenbelasting: forfaitaire waardering kosteloze beschikking over een gebouwd onroerend goed en het gelijkheidsbeginsel

Personenbelasting: forfaitaire waardering kosteloze beschikking over een gebouwd onroerend goed en het gelijkheidsbeginsel

11 mei 2017

Het Hof van Beroep van Gent en het Hof van Beroep van Antwerpen spraken zich recent uit over de toepassing van het gelijkheidsbeginsel in de berekeningswijze van het voordeel in natura voor de kosteloze ter beschikkingstelling van een gebouwd onroerend goed.

Voordeel in natura - waardering

Wanneer je werkgever of vennootschap of een derde je omwille van je arbeidsprestaties gratis een woning ter beschikking stelt, dan word je belast op een voordeel in natura. Dit wordt immers beschouwd als een extra looncomponent.

De waardering van dit voordeel in natura gebeurt op basis van regels voorgeschreven door de Belgische overheid. De basisregel/-formule voor deze waardering is gebaseerd op het kadastraal inkomen van het onroerend goed:

Voordeel in natura = 100/60 x geïndexeerd KI.

Indien het om een gemeubileerd onroerend goed gaat, wordt het bekomen resultaat nog met 2/3 verhoogd.

Stelt een rechtspersoon de woning ter beschikking, dan moet het voordeel nog verder worden verhoogd door het bekomen resultaat te vermenigvuldigen:

  • Met 1,25 voor woningen met een niet-geïndexeerd KI van 745 EUR of lager ;
  • Met 3,80 voor woningen met een niet-geïndexeerd KI van meer dan 745 EUR.

Met ingang van 1 januari 2012 is de coëfficiënt voor woningen met een niet-geïndexeerd KI van meer dan 745 EUR die ter beschikking gesteld worden door een rechtspersoon quasi verdubbeld. Dit heeft dus ook geleid tot een verdubbeling van belastingdruk op het betrokken voordeel in natura.

Schending van het gelijkheidsbeginsel?

Enkele belastingplichtigen hebben in hun concreet dossier de nieuwe berekeningswijze aangevochten omdat deze het gelijkheidsbeginsel zou schenden.

Nadat hun respectieve administratieve bezwaren werden afgewezen, trokken zij naar het gerecht om uitspraak te horen doen in hun dossier.

Inmiddels bereikten twee procedures het Hof van Beroep van respectievelijk Gent en Antwerpen. Beide rechtscolleges oordeelden op basis van een gelijke redenering dat het onderscheid in waardering van een voordeel ingeval van een kosteloze terbeschikkingstelling van een gebouwd onroerend goed door een natuurlijk persoon dan wel door een rechtspersoon niet gerechtvaardigd is in het licht van het Grondwettelijk Gelijkheidsbeginsel zoals omschreven in artikel 10 van de Belgische Grondwet. Op basis van artikel 159 van de Belgische Grondwet (de zgn. “exceptie van onwettigheid”) oordeelden het Hof van Beroep van Gent en het Hof van Beroep van Antwerpen vervolgens dan ook dat de aangevochten aanslagen vernietigd moesten worden in de mate dat zij gevestigd waren op grond van de ongrondwettelijk bevonden bepaling. I.c. betekende dit dat voor de betrokkenen teruggevallen moest worden op de voordeligere basisregel inzake waardering van een kosteloos ter beschikking gestelde woningen, i.e. 100/60 x geïndexeerd kadastraal inkomen.

Contact

Belgische Jurisprudentie kent geen algemene precedentenwerking. De rechtsgevolgen van de hoger omschreven uitspraken van de Hoven van Beroep van Gent en Antwerpen gelden bijgevolg enkel voor de bij de gedingen betrokken partijen. Elke concrete situatie moet bijgevolg worden geanalyseerd en vraagt een kosten/baten analyse.

Indien u bijkomende informatie wenst over wat dit voor u kan betekenen en of het in uw persoonlijk dossier opportuun is om actie te ondernemen, neem dan zeker contact op met onze specialisten Employment Tax & Legal Services, of met uw gebruikelijke BDO-contactpersoon.