• Hoe kunt u zich voorbereiden op een ‘no-deal’ Brexit?

Hoe kunt u zich voorbereiden op een ‘no-deal’ Brexit?

Peter Wuyts , Partner |
Olivier Michiels , Senior Manager |

17 december 2018

De Britse eerste minister, Theresa May, overleefde de vertrouwensstemming van het Britse parlement en zoekt nu verder naar oplossingen voor een Brexit deal. Maar dat wil niet zeggen dat een ‘no-deal’ Brexit niet meer in het verschiet ligt. Hoewel Theresa May in eigen land onder grote druk staat om te onderhandelen voor een harde Brexit, heeft de EU niet de intentie om te hernegotiëren over het bestaande ontwerp van terugtrekkingsakkoord. Dat maakt dat het nog altijd een prioriteit blijft voor ondernemingen om zich voor te bereiden op een ‘no-deal’ Brexit.

Dit zijn de meest dringende fiscale en sociale zekerheidsaspecten waarvoor ondernemingen best de nodige actie ondernemen.

Beoordeel uw goederen- en dienstenstromen

Vanaf 29 maart, middernacht kunnen goederen geblokkeerd staan aan de Britse grens. Een ‘no-deal’ Brexit betekent immers dat, mits geen overgangsmaatregelen worden voorzien, goederen die vanaf die datum verzonden worden van België naar het VK onderworpen worden aan export procedures in België en vervolgens aan invoerprocedures in het VK. Los van bijkomende administratieve rompslomp die dat meebrengt kunnen ook invoerrechten verschuldigd zijn, wat dus neer komt op extra kosten. Gelijkaardige procedures zullen gelden in de omgekeerde situatie waarbij goederen van het VK naar België worden verzonden.

Het is derhalve aangewezen om nu al uw logistieke stromen in kaart te brengen van/naar het VK. Bovendien neemt u best de nodige preventieve maatregelen om ervoor te zorgen dan uw eigen bevoorrading of die van uw klanten niet in het gedrang wordt gebracht en/of dat u eventueel bijkomende kosten kan doorrekenen aan uw klanten.

De impact van een ‘no-deal’ Brexit is minder ingrijpend voor de dienstensector, tenzij u personeel naar het VK zou moeten zenden in het kader van een opdracht. In dit geval is er enkel een  aanpassing van uw facturerings- en rapporteringssystemen nodig, omdat er voortaan geen sprake meer zal zijn van “intracommunautaire diensten”. Uiteraard is een gelijkaardige evaluatie van de facturerings- en rapporteringssystemen ook nodig wanneer u goederen verzendt naar of ontvangt uit het VK.

 

Herbekijk uw groepsstructuur en maak een inschatting van mogelijke elementen van dubbele taxatie

Zal uw groepsstructuur na Brexit nog gepast zijn voor de doelstellingen die uw ondernemingsgroep wil realiseren?

De zakelijke impact van een harde Brexit op directe belastingen van een groep treft in de eerste plaats de bronheffing op dividend, interest en royalty stromen tussen Britse en Belgische ondernemingen. Daar waar deze betalingen momenteel nog vrijgesteld zijn van bronheffing in toepassing van de implementatie in beide landen van EU richtlijnen (met bovendien beperkte administratieve lasten), zal dit mogelijks niet meer het geval zijn na een harde Brexit. Niet zozeer in de zin dat betalingen onmiddellijk onderworpen zullen worden aan bronheffing. Maar, in afwezigheid van deze EU richtlijnen, is er geen garantie dat de bestaande vrijstellingen behouden blijven. Beide overheden zijn immers vrij om (bvb. om budgettaire redenen) de nationale vrijstellingen van roerende voorheffing af te schaffen en/of om opnieuw te onderhandelen over het Belgisch/Britse dubbelbelastingverdrag. Zelfs wanneer de huidige verdragsvrijstellingen van toepassing blijven, is het verkrijgen van een verdragsvrijstelling doorgaans complexer en tijdrovend dan de toepassing van een vergelijkbare nationale maatregel.

Wij raden daarom sterk aan om uw groepsstructuren grondig te beoordelen en eventueel te herzien, in het bijzonder de holding- en intra-groep financieringsactiviteiten en de eigendom van intellectuele eigendomsrechten waarvoor royalty’s worden betaald, om in de toekomst bijkomende kosten uit betalingen van roerende voorheffing te vermijden.

Post Brexit bestaat de mogelijkheid dat Europese geschillenbeslechtingsmechanismen (EU Arbitrageverdrag en de EU richtlijn 2017/1852 van 10.10.2017 op fiscale geschillenbeslechtingsmechanismen in de EU) niet langer van toepassing zullen zijn om dubbele belasting met het VK te vermijden. Dit wil zeggen dat belastingplichtigen desgevallend moeten terugvallen op procedures voor onderling overleg in de belastingverdragen. Deze leggen de contracterende staten echter niet altijd bindende verplichtingen op om dubbele belasting te vermijden. Dit moet geval per geval worden beoordeeld.

Met dit in het achterhoofd, is het aangewezen dat ondernemingsgroepen hun fiscaal risicoprofiel en de verwachte uitkomst van dubbelbelastinggeschillen met het VK (her)bekijken om onaangename verrassingen te vermijden.

Voor Belgische groepen met dochterondernemingen in het VK moeten deze overwegingen uiteraard niet enkel vanuit Belgisch-Brits perspectief worden bekeken, maar ook in een ruimer perspectief voor al hun EU dochterondernemingen die transacties verrichten met het VK.

 

Zorg voor een goede personeelsplanning

 

Het VK is niet langer onderworpen aan de Europese sociale zekerheidsverordeningen

In een ‘no-deal’ Brexit scenario waarbij het VK niet aansluit bij de EER kunnen er moeilijkheden ontstaan in verband met de sociale zekerheidsrechten van uw werknemers (bij internationale mobiliteit tussen het VK en België, pendelaars en zakenreizigers) en dit zowel voor het verleden (i.v.m. reeds verworven rechten) als voor de toekomst (risico’s op discriminatie). De gelijkheid van behandeling, de sociale zekerheidsvoordelen en het recht op gezondheidszorg zullen immers niet langer beschermd zijn.

Werknemers die zowel in het VK als in een of meerdere EU-lidstaten werken, beschikken daardoor niet langer over de garantie dubbele sociale bijdragen te kunnen vermijden, zolang het VK geen sociale zekerheidsovereenkomsten sluit met elk van de EU-lidstaten.

 

Grensoverschrijdende pensioenstelsels en werknemers worden niet langer beheerst door EU wetgeving

Britse en EU onderdanen die gedurende een bepaalde periode in andere Lidstaten hebben gewoond en gewerkt kunnen nadeel ondervinden van een ‘no-deal’ Brexit vanwege bijkomende administratieve lasten of omdat zij in meerdere Lidstaten een pensioenaanvraag moeten doen in plaats van enkel in eigen Lidstaat. Hun pensioenrechten kunnen ook aanzienlijk afnemen. Er bestaat echter een goede kans dat veel van de bestaande implementaties van EU wetgeving in de Britse nationale wetgeving behouden blijven.

 

Vrij verkeer van personen tussen het VL en andere Lidstaten wordt beperkt

Werkgevers zullen een inschatting moeten maken van de impact van een harde Brexit op Britse onderdanen die voor hen werken, alsook hun aanwervingspolitiek onder de loep moeten nemen. Hetzelfde geldt voor EU onderdanen die momenteel voor een Britse onderneming werken. De kans bestaat immers dat deze laatsten onderworpen worden aan dezelfde voorwaarden en beperkingen dan migrerende werknemers afkomstig van buiten de EU. Hetzelfde geldt voor onderdanen van het VK die in een EU-lidstaat willen werken. Zij zullen mogelijks een werkvergunning of een lange termijn verblijfsvergunning nodig hebben.

 

Na verloop van tijd kan het Brits arbeids- en sociaal zekerheidsrecht afwijken van de EU-wetgeving en EU rechtspraak

De zogenaamde ‘Great repeal bill’ (grote intrekkingswet) zal EU richtlijnen integreren in Britse wetgeving naar aanleiding van de Brexit. Echter is de Britse wetgever na verloop van tijd vrij om af te wijken van EU wetgeving en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie. Dit kan een impact hebben op o.m. werkduur, tijdelijke tewerkstelling, overdracht van een onderneming collectief ontslag, familiale maatregelen, inclusief zwangerschapsrust en ouderschapsverlof, minimumloon, bepalingen i.v.m. gelijkheid en het verbod op discriminatie, …

Hoewel dergelijke afwijkingen de algemene organisatie en opzet van internationale of grensoverschrijdende tewerkstelling complexer kunnen maken, is het belangrijk te weten dat in vele gevallen de Britse regelgeving een ruimer toepassingsgebied heeft en meer bescherming biedt dan de Europese minimumstandaarden.

 

Personenbelasting

De fiscale maatregelen die betrekking hebben op internationaal mobiele werknemers of natuurlijke personen die een buitenlands inkomen ontvangen, worden niet rechtstreeks door de EU-Lidstaten opgelegd, maar worden geregeld door bilaterale belastingverdragen tussen onafhankelijke staten. Brexit heeft hier geen impact op.

Echter op basis van de 4 fundamentele vrijheden binnen de EU die vervat zijn in het Verdrag van Rome, heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie uitgebreide rechtspraak ontwikkeld. Deze rechtspraak  zorgt ervoor dat EU-Lidstaten geen striktere fiscale regels opleggen voor andere EU inwoners dan voor het hun eigen inwoners of geen fiscale regels invoeren die een discriminatie inhouden voor buitenlandse inwoners.

Een ‘no-deal’ Brexit heft deze bescherming tegen ongelijke fiscale behandeling op die Britse inwoners hebben wanneer ze in België of andere EU-Lidstaten werken. Omgekeerd, Belgische (of andere EU) inwoners die in het VK werken zullen niet langer beschermd worden tegen discriminerende fiscale regels die het VK mogelijks oplegt.

In een dergelijk scenario kan voor ondernemingen die werken met een ‘tax equalisation’ programma na 29 maart 2019 de kost van dat programma toenemen.

 

Contact

Onze fiscale en juridische experten staan tot uw beschikking om met u te bespreken welke specifieke acties u in uw concrete situatie best onderneemt om uw bedrijf op de meest optimale manier verder te zetten nadat het VK de EU verlaten zal hebben.