• Zomerakkoord bevat verrassende sociale maatregelen

Zomerakkoord bevat verrassende sociale maatregelen

Saskia Lombaerts , Senior Manager |

23 januari 2018

[Update]

 

Het zomerakkoord van de federale regering bevat een aantal sociaaleconomische hervormingen die erop gericht zijn om de tewerkstelling te bevorderen.

Verschillende sociale maatregelen werden opgenomen in de programmawet van 25 december 2017 (B.S. 29.12.2017). Het merendeel ervan is in werking getreden op 1 januari 2018.

Hierbij een overzicht van de nieuwe maatregelen.

Flexi-jobs

De regeling van de flexi-jobs breidt vanaf 1 januari 2018 uit naar de volgende sectoren: PC 118 (industriële broodbakkerijen), PC 119 (voeding), PC 201 (zelfstandige kleinhandel), PC 202 (voeding), PC 302 (hotel), PC 311 (grote kleinhandelszaken), PC 312 (warenhuizen) en PC 314 (kapper en schoonheidszorgen).

Uitzendkrachten kunnen ook gebruik maken van de regeling van flexi-jobs indien de gebruiker ressorteert onder een van de voormelde sectoren.

Voortaan kunnen ook gepensioneerden flexi-jobs uitoefenen.

 

Zondag- en nachtarbeid voor e-commerce sector

Het wettelijk kader voor nachtarbeid (tussen 20u -6u) en zondagswerk voor e-commerce versoepelt vanaf 1 januari 2018. Hierdoor wordt het eenvoudiger om logistieke en ondersteunde diensten verbonden aan de elektronische handel van roerende goederen ’s nachts en tijdens het gehele weekend uit te voeren. De federale regering wil ook de activiteiten van buitenlandse e-commercebedrijven zoals Amazon op de Belgische markt uitbreiden.

 

Zondagwerk en minderjarige werknemers

Het zomerakkoord kondigde aan om in bepaalde sectoren, zoals in de detailhandel, toe te laten dat werknemers jonger dan 18 jaar worden tewerkgesteld.

Deze tewerkstellingsmaatregel is echter nog niet in werking getreden.

 

Herinvoering van de 'proefperiode'

Het eenheidsstatuut voerde in 2014 voor alle werknemers vaste opzeggingstermijnen in gekoppeld aan de anciënniteit. De proefperiode werd toen afgeschaft.

De regering wenst de impact van deze afschaffing terug te schroeven door kortere opzeggingstermijnen te voorzien bij ontslag door de werkgever tijdens de eerste zes maanden van de tewerkstelling:

Anciënniteit

< 1 maand

< 2 m

< 3 m

< 4 m

< 5 m

< 6 m

Vandaag

2 w

2 w

2 w

4 w

4 w

4 w

Hervorming

1 w

1 w

1 w

3 w

4 w

5 w

De maatregel werd opgenomen in het ontwerp van de ‘Relancewet’ en zou in werking treden vanaf de eerste dag van de tweede maand volgend op de publicatie in het Belgische Staatsblad.

 

Aanmoediging startersbanen

Het wordt goedkoper voor de werkgever om jonge werknemers (tussen de leeftijd van 18 tot en met 21 jaar) zonder werkervaring tewerk te stellen. De werkgever kan die werknemers een brutoloon betalen dat tot 18% lager ligt dan het minimumloon. De werkgever betaalt deze jongeren een forfaitaire toeslag vrij van RSZ en bedrijfsvoorheffing waardoor het nettoloon voor de werknemer gelijk blijft. De werkgever betaalt de toeslag, maar kan die in mindering brengen van de door te storten bedrijfsvoorheffing. Op die manier wil de overheid werkgevers stimuleren om jeugdige werknemers in dienst te nemen zodat die doelgroep gemakkelijker integreert in de arbeidsmarkt.    

Deze maatregel werd opgenomen in het ontwerp van de ‘Relancewet’ en zou in werking treden op 1 juli 2018.

.

Lastenverlaging in de bouwsector

Door een arrest van het Grondwettelijk Hof zouden de afwijkende verkorte opzegtermijnen in de bouwsector per 1 januari 2018 worden afgeschaft.

Ter compensatie daarvan en in de strijd tegen sociale dumping komt er vanaf 2018 tot 2020 een gefaseerde lastenverlaging. Door de prijs van de reguliere arbeid te laten dalen, wordt de lokale tewerkstelling aangewakkerd en worden - al dan niet geoorloofde - constructies met buitenlandse goedkope arbeidskrachten teruggedrongen.

Deze maatregel is voorlopig nog niet in werking getreden.

 

Actief houden van (oudere) werknemers

Om werknemers minstens tot aan de pensioensleeftijd aan het werk te houden, wil de wetgever bedrijven financieel stimuleren via (para)fiscale voordelen om hun werknemers actief te houden.

Zo moet de werkgever vanaf 1 januari 2018 een aanvullende sociale bijdrage betalen wanneer hij een werknemer  volledig vrijstelt van prestaties. Aanvankelijk werd aangekondigd dat deze maatregel enkel voor oudere (55+) werknemers zou worden ingevoerd. Uiteindelijk geldt deze sociale bijdrage voor alle werknemers, maar de  omvang ervan varieert naargelang de leeftijd van de betrokkene. De werkgever geniet een vermindering of vrijstelling van deze bijdrage wanneer hij de betrokken werknemer verplicht om een opleiding te volgen of wanneer de werknemer een andere activiteit, als werknemer of als zelfstandige, aanvat. De sociale bijdrage is ook niet verschuldigd wanneer de vrijstelling van prestaties wordt overeengekomen in het kader van een ontslag.

Daarnaast kondigde het Zomerakkoord aan om de oudere werknemer de mogelijkheid te geven om met ‘deeltijds pensioen’ te gaan. Voor het gedeelte dat hij blijft werken, zou hij bijkomende pensioenrechten opbouwen. Deze maatregel werd nog niet opgenomen in een ontwerp van wet, maar de inwerkingtreding is in alle geval pas voorzien in 2019.

 

Verhoging minimumpensioen voor volledige loopbaan

Voor werknemers verhoogt het minimumpensioen met 0,7%. Dat is een gevolg van de tax shift van 2016. Met de welvaartsenveloppe 2017-2018 hebben de sociale partners beslist om de minimumpensioenen voor een onvolledige loopbaan vanaf 1 september 2017 te verhogen met 1,7%, en voor een volledige loopbaan met 1%.

 

Veralgemening interim jobs

Interim werk zou worden toegestaan in alle privésectoren. Deze maatregel werd opgenomen in het ontwerp van de ‘Relancewet’ en zou op 1 januari 2018 in werking treden.

Daarnaast zou interim werk eveneens toegestaan worden in de publieke sector ingeval van (1) een vervanging van een contractueel of statutair ambtenaar, (2) tijdelijke vermeerdering van werk of (3) ter uitvoering van uitzonderlijk werk. De inwerkingtreding van deze maatregel is voorlopig echter nog onduidelijk.  

 

Verbetering sociaal statuut zelfstandige

Ingeval een ziekteperiode langer duurt dan 2 weken, kan een zelfstandige vanaf 1 januari 2018 aanspraak maken op een ziekte-uitkering. De ‘carenstijd’ wordt zo verkort van 4 naar 2 weken.

Daarnaast zou een volwaardige tweede pensioenpijler (aanvullende pensioenen) voor zelfstandigen-natuurlijke persoon worden ingevoerd, parallel met het huidige systeem voor de zelfstandige in een vennootschap. Deze maatregel werd opgenomen in een ontwerpwet, ingediend bij het Federaal Parlement

 

Vermindering sociale bijdragen voor startende zelfstandigen

Vanaf 1 april 2018 zouden er progressieve inkomensdrempels komen voor de berekening van de minimale sociale bijdrage van zelfstandigen in hoofdberoep voor de eerste jaren van de sociale bijdragen. Een vermindering zou voorzien worden voor de eerste vier kwartalen.

 

Winstpremie

Vanaf 1 januari 2018 kan de werkgever met de winstpremie een specifieke individuele winstdeelname toekennen met een gunstige fiscale en sociaalzekerheidsrechtelijke behandeling. Op die manier kan tot 30% van de totale loonmassa toegekend worden.

De winstpremie kan voor de eerste keer worden uitgekeerd op basis van de winst van het boekjaar met afsluitdatum ten vroegste op 30 september 2017

 

Aanvullende Pensioenen

Per 1 januari 2018 verdubbelt de bijzondere sociale bijdrage op de premies betaald in het kader van een aanvullend pensioen. Deze verhoging naar 3 % treft zowel de werkgever die een pensioenplan inricht ten voordele van zijn werknemers als de zelfstandigen (VAPZ).

 

Responsabiliseringsbijdrage deeltijdse werknemer met inkomensgarantie-uitkering

Werkgevers worden gestimuleerd om een voltijdse tewerkstelling aan te bieden aan deeltijdse werknemers. De werkgever zal een forfaitaire responsabiliseringsbijdrage van 25 EUR/maand per betrokken werknemer moeten betalen wanneer hij weigert in te gaan op de vraag van een deeltijdse werknemer met een inkomensgarantie-uitkering om meer uren te krijgen (desgevallend een voltijds uurrooster), wanneer er bijkomende beschikbare uren zijn. Deze sociale bijdrage is verschuldigd voor nieuwe deeltijdse arbeidsovereenkomsten gesloten vanaf 1 januari 2018.

 

Collectief bonusplan invoeren niet langer mogelijk bij sluiting van onderneming 

Vanaf 1 januari 2018 kunnen ondernemingen die een sluiting hebben aangekondigd, niet langer een collectief bonusplan ( cao nr. 90) opmaken. Zij kunnen dus geen nieuw stelsel van niet-recurrente resultaatsgebonden voordelen  invoeren wanneer zij personeel afdanken in het kader van een collectief ontslag met sluiting van de onderneming.

 

Meer weten?

Bezoek regelmatig de BDO-website om alle verdere ontwikkelingen op de voet te volgen.

Voor vragen over deze nieuwe ontwikkelingen kunt u terecht bij onze juristen van het team Employment Tax & Legal Services: