• Afzonderlijke aanslag van 5% wegens onvoldoende bedrijfsleidersbezoldiging binnenkort niet meer van toepassing?

Afzonderlijke aanslag van 5% wegens onvoldoende bedrijfsleidersbezoldiging binnenkort niet meer van toepassing?

03 april 2019

De wet tot hervorming van de vennootschapsbelasting van eind 2017 voerde een afzonderlijke aanslag in van 5% wegens ontoereikende bedrijfsleidersbezoldiging. Maar deze aanslag lijkt alweer te worden afgevoerd. Op 19 maart 2019 keurde de Commissie Financiën en Begroting unaniem een wetsvoorstel goed dat voorziet in de schrapping van deze sanctie.

Vereiste minimumbezoldiging

Vennootschappen moeten vanaf het boekjaar dat aanvangt vanaf 1 januari 2018 aan minstens één bedrijfsleider natuurlijk persoon een minimumbezoldiging toekennen van 45.000 EUR. Indien de bezoldiging minder bedraagt dan 45.000 EUR, moet deze minstens gelijk zijn aan het resultaat van het belastbaar tijdperk om te kunnen genieten van het verlaagd tarief.

Voor verbonden vennootschappen, waarvan minstens de helft van de bedrijfsleiders dezelfde (natuurlijke) personen zijn, bedraagt deze minimumbezoldiging 75.000 EUR. Deze vennootschappen kunnen dan het totaal van de bezoldigingen die ze toekennen aan één van hun gemeenschappelijke bedrijfsleiders in aanmerking nemen.

 

Afzonderlijke aanslag

Vennootschappen die niet voldoen aan de vereiste van de minimumbezoldiging van 45.000 EUR/75.000 EUR worden onderworpen aan een afzonderlijke aanslag van 5%. Deze maatregel wil vermijden dat eenmanszaken massaal zouden omvormen naar een vennootschap om te kunnen genieten van de lagere tarieven in de vennootschapsbelasting. De wet op de hervorming van de vennootschapsbelasting voerde immers eveneens lagere belastingtarieven in (daling van het basistarief van 33% naar 29% in 2018 en naar 25% vanaf 2020; 20% voor kmo’s op de eerste schijf van 100.000 EUR).

De afzonderlijke aanslag wordt gevestigd op het ‘tekort’ aan uitbetaalde bedrijfsleidersbezoldiging. De aanslag is van toepassing voor de aanslagjaren 2019 en 2020 en zou vanaf aanslagjaar 2021 zelfs stijgen naar 10%. Deze verdubbeling werd reeds door een eerdere wetswijziging afgeschaft. Het ziet er echter naar uit dat de aanslag van 5% geen lang leven beschoren is en zal sneuvelen alvorens er nog maar één aangifte in de vennootschapsbelasting voor aanslagjaar 2019 is ingediend.

De afschaffing van de afzonderlijke aanslag van 5% is momenteel unaniem goedgekeurd in de Commissie Financiën en Begroting. Het blijft nog even afwachten tot de goedkeuring door de plenaire vergadering.

 

Minimumbezoldiging blijft wel een vereiste om van verlaagd tarief te kunnen genieten

Wanneer de Kamer het wetsvoorstel ook in plenaire vergadering goedkeurt, worden vennootschappen niet langer bestraft met een afzonderlijke aanslag wanneer ze niet voldoen aan de vereiste van de minimumbezoldiging.

De grens van 45.000 EUR blijft echter wel nog een voorwaarde voor de toepassing van het verlaagd tarief in de vennootschapsbelasting. Vennootschappen die aanspraak willen maken op het verlaagd tarief van 20% op hun eerste schijf van € 100.000 moeten dus nog steeds minimum 45.000 EUR of € 75.000 EUR uitkeren aan hun bedrijfsleider.

Het wetsvoorstel voorziet momenteel nog niet expliciet in een datum van inwerkingtreding. Wordt vervolgd…

 

Contact

Wenst u meer informatie over dit onderwerp? Contacteer een van onze experten via Tax@bdo.be.