• Nieuwe arbitrageprocedure vanaf 1 juli 2019

Nieuwe arbitrageprocedure vanaf 1 juli 2019

09 september 2019

Met de wet van 2 mei 2019 (B.S. 17.05.2019) breidt het arsenaal aan procedures ter beslechting van Europese belastinggeschillen uit. Deze wet zet de Europese richtlijn 2017/1852 van 10 oktober 2017 ‘betreffende mechanismen ter beslechting van belastinggeschillen in de Europese Unie’ om in Belgisch recht. De nieuw ingevoerde procedure kan in België gebruikt worden vanaf 1 juli 2019.

Waarom een nieuwe arbitrageprocedure?

Omdat de bestaande internationale fiscale geschillenregelingen tekortschieten, nam de OESO Actiepunt 14  ‘verbeteren van de procedures voor geschillenbeslechting’ op in haar ‘BEPS-rapport’ (Base Erosion and Profit Shifting).

Dit actiepunt bevat een minimumstandaard die de lidstaten verplicht om te voorzien in effectieve en efficiënte geschilbeslechtingsprocedures, en om dergelijke geschillen binnen een ‘redelijke termijn’ te behandelen.

Dat België het meent met de ijver om in efficiënte procedures te voorzien, blijkt uit het feit dat het op dit vlak verder gaat dan de minimumstandaard opgelegd door BEPS. België is een van de 20 landen die expliciet een arbitrageprocedure opneemt in haar verdragen, via het MLI (multilateraal verdrag dat dubbelbelastingverdragen wijzigt).

Het voornaamste middel voor internationale geschilbeslechting is, op bilateraal niveau, de procedure van onderling overleg die voorzien is in de meeste dubbelbelastingverdragen. Deze kent echter twee belangrijke hiaten: er is geen resultaatsverbintenis en procedures kunnen zeer lang duren omdat er niet altijd een termijn wordt opgelegd.

Op Europees vlak bestaat al het Arbitrageverdrag van de Unie (90/435 EEG). Dit verdrag voorziet wel in een resultaatsverbintenis, maar beperkt zich voornamelijk tot transfer pricing discussies. Een nieuw instrument met ruimer toepassingsgebied bestaat in de vorm van de richtlijn (EU) 2017/1852 van 10 oktober 2017. Deze richtlijn is nu omgezet naar Belgisch recht met de wet van 2 mei 2019.

 

Wie kan gebruik maken van de nieuwe arbitrageprocedure?

Iedere belanghebbende heeft toegang tot de nieuwe arbitrageprocedure. ‘Belanghebbenden’ zijn alle personen, met inbegrip van natuurlijk personen, vennootschappen, verenigingen, stichtingen…, die fiscaal inwoner zijn van een lidstaat en voor wiens belastingheffing het geschil rechtstreekse gevolgen heeft.

 

Welke  geschillen kunnen beslecht worden?

De nieuwe arbitrageprocedure regelt Europese geschillen die ontstaan bij een verschil in interpretatie en/of toepassing van belastingovereenkomsten.

Concreet vallen zowel de geschillen m.b.t. de inkomstenbelastingen, alsook geschillen over belastingen op het vermogen, zoals bv. financiële taksen (taks op de beursverrichtingen, taks op de effectenrekeningen) en de taks op de vergoeding der successierechten (of patrimoniumtaks) voor vzw’s onder het toepassingsgebied van deze nieuwe procedure.

De nieuwe procedure kan onder bepaalde voorwaarden ook toepassing vinden als er geen dubbele belasting voorligt (bijvoorbeeld als de ene Staat an sich belasting heft in strijd met een verdrag, terwijl de andere Staat geen belasting heft of een geschil rond fiscaal inwonerschap).

 

Wanneer kunt u de nieuwe arbitrageprocedure inroepen?

U kan van de nieuwe procedure gebruik maken voor elke klacht die u indient vanaf 1 juli 2019 voor geschillen over inkomsten of vermogen verkregen in een belastbaar tijdperk dat begint op of na 1 januari 2018.

 

Procedure

De nieuwe arbitrageprocedure biedt een efficiënt kader voor Europese beslechtingsgeschillen om meer rechtszekerheid en een bedrijfsvriendelijke (internationaal) klimaat te bieden voor investeringen. Dit is voor de Europese wetgever cruciaal omdat deze meent dat er alsmaar meer geschillen over dubbele of meervoudige belasting zullen ontstaan.

De procedure heeft in het bijzonder enkele zeer concrete doelstellingen:

  • de administratieve lasten voor natuurlijke personen en kmo’s verlichten;
  • de geschilbeslechtingsfase verbeteren, door een tijdslimiet en de voorwaarden duidelijk vast te leggen.

 

De procedure in een notendop

De volledige arbitrageprocedure kan in drie grote fases onderverdeeld worden:

  1. Klacht
  2. Procedure voor onderling overleg
  3. Geschilbeslechtingsprocedure

 

Klacht

Volgens de nieuwe arbitrageprocedure dient de belanghebbende een klacht in bij zowel de Belgische bevoegde dienst (nog aan te duiden bij KB) als de bevoegde dienst bij elke andere betrokken Lidstaat. Hij heeft hiervoor 3 jaar de tijd vanaf de datum van ontvangst van de eerste kennisgeving van de handelingen die aanleiding geven tot het geschil. De nieuwe procedure wil kmo’s evenwel administratief ontlasten door toe te staan dat zij hun klacht enkel bij de bevoegde Belgische dienst indienen.

De bevoegde dienst neemt binnen de 6 maanden na ontvangst van de klacht een besluit. Er zijn dan drie vervolgscenario’s:

1. Afwijzing van de klacht door zowel Belgische als buitenlandse autoriteiten

Wanneer ook de autoriteiten van de andere betrokken landen de klacht afwijzen, kan de belastingplichtige enkel nog een gerechtelijke oplossing zoeken (Rechtbank van Eerste Aanleg). Spreekt deze zich ook negatief uit, dan stopt de procedure. Is de uitspraak echter positief voor de belanghebbende, dan kan op zijn verzoek een raadgevende commissie, bestaande uit vertegenwoordigers van de betrokken autoriteiten en onafhankelijke personen, opgericht worden. Deze commissie doet vervolgens opnieuw uitspraak over de klacht.

2. Afwijzing enkel door de Belgische dienst

Is het enkel de Belgische dienst die de klacht weigert, dan kan de belastingplichtige onmiddellijk, dus zonder eerst naar de rechtbank te stappen, een verzoek instellen tot oprichting van een raadgevende commissie. Die zal dan beslissen over de klacht.

3. Ontvankelijke klacht

Wanneer de klacht ontvankelijk wordt verklaard, start een procedure voor onderling overleg. Dit gebeurt ook automatisch wanneer de belastingplichtige geen uitspraak over zijn klacht ontvangt binnen de termijn van 6 maanden.

Het is echter ook mogelijk dat een lidstaat een eenzijdige beslissing neemt over het geschilpunt zonder de andere bevoegde partij te betrekken. In dergelijk geval informeert de lidstaat onverwijld de belanghebbende en de andere betrokken autoriteiten. Na deze kennisgeving stopt de procedure omdat er een eindbeslissing is.

Procedure voor onderling overleg

De procedure voor onderling overleg bestaat uit een overleg tussen de betrokken lidstaten. Er is een strikte termijn voorzien van twee jaar (maximum te verlengen met één jaar). Dit overleg kan leiden tot een akkoord, dat bindend is voor alle betrokken lidstaten, of tot een niet-akkoord. In dit laatste geval wordt overgegaan tot de geschilbeslechtingprocedure.

Geschilbeslechtingprocedure (arbitrage)

De geschilbeslechtingprocedure kan opgestart worden door de oprichting van een raadgevende commissie,  op verzoek van de belastingplichtige. De raadgevende commissie hanteert de methode van ‘het onafhankelijke standpunt’, waarbij het arbitragepanel de feiten analyseert en een met redenen omklede uitspraak doet.

Wordt er nog geen overeenstemming bereikt, kan een commissie voor alternatieve geschillenbeslechting opgericht worden, op initiatief van de bevoegde autoriteiten.

De richtlijn geeft zelf het voorbeeld van de “eindbod”-arbitrage. Deze vorm van arbitrage bestaat erin dat beide partijen (belastingplichtige en belastingautoriteit), een voorstel doen. De commissie voor alternatieve geschillenbeslechting kiest dan één van deze twee voorstellen, dat definitief weerhouden zal worden. Dit moedigt de partijen aan tot redelijkheid, zo niet lopen zij het risico dat het voorstel van de tegenpartij gekozen wordt. Deze arbitragemethode is ook de vooropgestelde procedure door BEPS, ingevoerd via het MLI.

Aan de hand van het advies van één van beide commissies, nemen de bevoegde autoriteiten een beslissing over het geschil.

 

Daadkrachtige procedure in verweer tegen dubbele belasting

De nieuwe arbitrageprocedure komt tegemoet aan heel wat bekommernissen die ontstaan zijn bij de bestaande arbitrageprocedures. Belastingplichtigen beschikken nu over een procedure (mét eindbeslissing en termijn) om zich te verzetten tegen dubbele belasting en kunnen dit nu ook kunnen afdwingen via de rechtbank.

Door de verschillende termijnen en tussenstappen is de procedure echter misschien niet altijd even overzichtelijk en gebruiksvriendelijk. Wie een termijn mist, kan zijn klacht onontvankelijk verklaard zien.

De publicatie van de eindbeslissing kan mogelijks ook een drempel vormen in het aanwenden van de arbitrageprocedure.

Het valt af te wachten hoe deze procedure in de praktijk uitwerking zal vinden, mede gelet op het feit dat België zich geëngageerd heeft om in zijn dubbelbelastingverdragen een arbitrageprocedure (meestal “eindbod-arbitrage”) op te nemen, via het MLI. Deze procedure zal dan internationaal uitwerking hebben via de verdragen, terwijl de wet van 2 mei 2019 uiteraard beperkt blijft tot Europese belastinggeschillen.

 

Contact

Voor vragen over dit onderwerp kunt u contact opnemen met uw gebruikelijke BDO-contactpersoon of met het BDO International Corporate Tax team: