Deze website maakt gebruik van cookies. Op deze manier kunnen we u een meer gepersonaliseerde dienstverlening bieden. Door het gebruik van deze website gaat u akkoord met het feit dat wij 'cookies' gebruiken. Lees onze privacy policy voor meer informatie over het gebruik van cookies en hoe u deze kunt deleten en blokkeren.

COVID-19: Herstel het eigen vermogen van uw vennootschap zonder negatieve fiscale gevolgen

31 maart 2020

Met de coronacrisis bekijken veel ondernemingen de mogelijkheden om hun (negatief) eigen vermogen te herstellen zonder extra geld te moeten inbrengen.  We lichten de voornaamste gevolgen van bepaalde van deze (intragroep) structureringsmogelijkheden toe, rekening houdend met recent gewijzigde Belgische fiscale wetgeving.

(Intragroep) schuldkwijtschelding

Een kwijtschelding van schulden resulteert in een fiscaal aftrekbare kost voor de Belgische schuldeiser die zijn vordering kwijtscheldt, en in een belastbaar inkomen (en dus een versterking van het eigen vermogen) voor de Belgische schuldenaar. De Belgische schuldenaar kan tegen dit belastbaar inkomen fiscale aftrekposten afzetten, zoals bijvoorbeeld overgedragen fiscale verliezen. De zogenaamde ‘korf-regel’ van 1 Mio EUR speelt hier wel mee. Als de totale winst, rekening houdend met de schuldkwijtschelding, kleiner blijft dan 1 Mio EUR, zal de korf-beperking niet van toepassing zijn. Dit betekent dat de belastbare winst in principe volledig afgezet kan worden tegen beschikbare fiscale aftrekposten. Echter, als de korf-regel wel speelt, dan kunnen fiscale aftrekken slechts gedeeltelijk afgezet worden tegen dit belastbaar inkomen, wat zal leiden tot een effectieve taks cash-out voor de schuldenaar.

Afhankelijk van de concrete situatie kan de Belgische fiscus een intragroep schuldkwijtschelding in principe beschouwen als een ontvangen abnormaal of goedgunstig voordeel voor de schuldenaar. In dat geval kunnen geen fiscale aftrekken worden afgezet tegen het ontvangen voordeel. Het ontvangen voordeel is dan onmiddellijk belastbaar in hoofde van de schuldenaar ondanks het bestaan van fiscale aftrekken. Dit leidt tot een ‘taks cash out’ voor de schuldenaar.

Als de schuldkwijtschelding plaatsvindt in toepassing van de wet op de continuïteit van ondernemingen, dan is de uitzonderlijke opbrengst die daaruit ontstaat vrijgesteld van belastingen. De beschikbare fiscale aftrekposten blijven dan intact.

De Belgische belastingadministratie heeft overigens in een circulaire van 23 maart 2020 bevestigd dat de Coronacrisis beschouwd wordt als een uitzonderlijke omstandigheid.  Hierdoor wordt de aanleg gerechtvaardigd van waardeverminderingen op handelsvorderingen op (groeps)vennootschappen die een betalingsachterstand oplopen ten gevolge van de specifieke lock down-maatregelen getroffen door de Belgische overheid. Dit betekent dat enige flexibiliteit aan de dag zal gelegd worden wanneer men deze aangelegde waardeverminderingen beoordeelt op de toepassingsvoorwaarden voor de belastingvrijstelling. De circulaire lijkt echter te besluiten dat waardeverminderingen op vorderingen geïncorporeerd in obligaties of soortgelijke effecten uitgesloten zijn van het voordeel van de belastingvrijstelling.

Gelet op de mogelijke taks cash out aan belastingen verbonden aan een schuldkwijtschelding voor de schuldenaar, kunnen de volgende twee alternatieven of een combinatie ervan overwogen worden. Hoe dan ook, een op maat gemaakt advies blijft aanbevolen. De specifieke situatie van de schuldenaar moet in aanmerking worden genomen, evenals de huidige geldende belastingwetgeving gecombineerd met de standpunten die ingenomen worden door de Commissie voor Boekhoudkundige Normen (CBN), de Belgische belastingautoriteiten, de Belgische rechtbanken en hoven en de Belgische Dienst voor Voorafgaande Beslissingen in Fiscale Zaken.

 

Voorwaardelijke (intragroep) schuldkwijtschelding

Onder bepaalde voorwaarden zal de Dienst Voorafgaande Beslissingen een schuldkwijtschelding met een beding van terugkeer naar betere toestand niet beschouwen als een ontvangen abnormaal of goedgunstig voordeel voor de schuldenaar. Bijgevolg resulteert een voorwaardelijke schuldkwijtschelding in een fiscaal aftrekbare kost voor de Belgische schuldeiser die afstand doet van zijn vordering en een belastbaar inkomen voor de schuldenaar, waartegen fiscale aftrekken (bijvoorbeeld overgedragen fiscale verliezen, rekening houdend met de korf-regel van 1 Mio EUR) afgezet kunnen worden.

Wanneer toepassing wordt gemaakt van een voorwaardelijke schuldkwijtschelding, zal de schuld herleven op het moment dat de solvabiliteit van de schuldenaar herstelt. Op dat moment zal de kost die ontstaat ten gevolge van het opnieuw bestaan van de schuld fiscaal aftrekbaar zijn voor de schuldenaar.

 

(Intragroep) inbreng van schuld in kapitaal

Een inbreng van een schuldvordering in kapitaal kan een alternatief zijn om te vermijden dat een abnormaal of goedgunstig voordeel voor de schuldenaar weerhouden wordt in het geval van een schuldkwijtschelding.

Bij de inbreng van een schuldvordering in kapitaal doet de schuldeiser een inbreng in natura van zijn vordering die hij heeft op de schuldenaar, in het kapitaal van de schuldenaar, tegen uitreiking van (bijkomende) aandelen in de schuldenaar.

Om een eventuele discussie met de Belgische belastingadministratie te vermijden met betrekking tot het “at arm’s length” principe tussen verbonden partijen, is een waardering van zowel van de schuldenaar als van de vordering aanbevolen.  De voorwaarden van de inbreng moeten immers in lijn zijn met voorwaarden die in een vrije markt situatie tussen niet gelieerde partijen in soortgelijke omstandigheden zouden overeengekomen worden.

Merk verder op dat een inbreng van een schuldvordering in kapitaal diverse vragen opwerpt over de waardering van de inbreng. Moet de inbreng gebeuren aan nominale waarde of aan de (waarschijnlijk) lagere werkelijke waarde?  Moet de transactie symmetrisch (dus aan dezelfde waarde voor schuldenaar en schuldeiser) doorgaan, of kan de transactie ook asymmetrisch plaatsvinden (met een verschillende waardering bij schuldenaar en schuldeiser)?  In ieder geval moet de inbreng in natura ondersteund worden door een verslag van een bedrijfsrevisor en de Raad van Bestuur, en kan enkel beslist worden voor een Belgische notaris.

De waardering van de inbreng heeft verschillende gevolgen, zowel voor schuldenaar als schuldeiser. Gebeurt de transactie aan nominale waarde, dan kan de schuldenaar haar eigen vermogenspositie herstellen en wordt vermeden dat een abnormaal of goedgunstig voordeel kan weerhouden worden in het geval van een kwijtschelding. Gebeurt de transactie daarentegen aan de (lagere) werkelijke waarde, dan leidt dit tot een belastbaar inkomen voor de schuldenaar dat in principe volledig afgezet kan worden tegen (voldoende) beschikbare fiscale aftrekken indien de 1 Mio EUR korf grens niet overschreden wordt.

Voor de Belgische schuldeiser leidt een inbreng aan nominale waarde tot een fiscaal niet-aftrekbare waardevermindering op de aandelen die zij ontvangt in ruil voor de inbreng van de vordering aan nominale waarde, terwijl een inbreng aan werkelijke waarde zou leiden tot een fiscaal aftrekbare kost op de vordering.

 

Contact

Voor vragen kan u contact opnemen met uw BDO contactpersoon of een e-mail verzenden naar [email protected].