• Grensoverschrijdende gevolgen van het Nederlands wetsvoorstel 'Wet excessief lenen bij eigen vennootschap'

Grensoverschrijdende gevolgen van het Nederlands wetsvoorstel 'Wet excessief lenen bij eigen vennootschap'

20 december 2020

Vorig jaar hebben wij u reeds op de hoogte gebracht van het Nederlandse conceptwetsvoorstel ‘Wet excessief lenen bij eigen vennootschap’. Dit wetsvoorstel is gericht op de aandeelhouder die een aanmerkelijk belang heeft in de vennootschap waarvan hij en zijn fiscale partner meer dan € 500.000 lenen. Door het geld te lenen van de vennootschap in plaats van het geld als dividend of loon uit te keren wordt namelijk belastingheffing over dit geld uitgesteld of zelfs afgesteld. Nederland wil het uitstellen  of afstellen van belastingheffing door te lenen bij de eigen vennootschap bestrijden.

Ook in grensoverschrijdende situaties kunt u tegen de voorgenomen maatregel aanlopen.

De hoofdlijnen van het wetsvoorstel 

Indien een aandeelhouder samen met zijn partner, meer dan € 500.000 leent van vennootschappen waarin hij (direct of indirect) een aanmerkelijk belang houdt, wordt het meerdere aangemerkt als fictief inkomen uit aanmerkelijk belang en belast in box 2. Een aandeelhouder heeft een (indirect) aanmerkelijk belang in een vennootschap indien hij, al dan niet samen met zijn partner, voor ten minste 5% van het geplaatst kapitaal direct of indirect aandeelhouder is. Inkomen uit aanmerkelijk belang (box 2) wordt belast tegen 26,25%  in 2020. In 2021 wordt het tarief verhoogd naar 26,9%.

We spreken van fictief inkomen, omdat de aandeelhouder in werkelijkheid geen inkomen van de vennootschap ontvangt. Het betreft immers een lening die hij dient terug te betalen aan de vennootschap. Voor fiscale doeleinden wordt het gedeelte van de lening dat meer bedraagt dan € 500.000 wel als inkomen aangemerkt. 

Op 31 december van het kalenderjaar wordt getoetst of het totaal van alle schulden aan vennootschappen waarin de aandeelhouder een direct of indirect aanmerkelijk belang heeft, meer bedraagt dan het maximum van € 500.000. Het maximum wordt voor het volgende jaar verhoogd met het bedrag waarover is afgerekend. Leningen die zijn aangegaan voor de eigen woning zijn uitgezonderd.

Het wetsvoorstel is ook van toepassing op leningen die door de vennootschap zijn verstrekt aan een verbonden persoon van de aandeelhouder en zijn partner. Dit zijn de ((over)groot)ouders van de aandeelhouder en zijn partner, hun ((achter)klein)kinderen en hun aanverwanten. De leningen aan verbonden personen worden, voor zover deze meer bedragen dan € 500.000 (hierna: het surplus) per 
verbonden persoon, aan de aandeelhouder toegerekend. Het surplus wordt bij het totaal van de schulden van de aandeelhouder opgeteld en bij deze als fictief regulier voordeel belast voor zover het totaal van de schulden het maximumbedrag te boven gaat.

De beoogde datum van inwerkingtreding van het wetsvoorstel was 1 januari 2022, maar is met een jaar 
uitgesteld tot 1 januari 2023. U heeft dus tot 31 december 2023 de tijd om, indien mogelijk, schulden aan de vennootschap die meer bedragen dan € 500.000 gedeeltelijk af te lossen.

In onze nieuwsbrief van april 2019 zijn de verschillende aspecten van het wetsvoorstel uitgebreid toegelicht. Indien u hierover meer wilt weten, verwijzen wij u graag naar deze nieuwsbrief of kunt u uiteraard contact opnemen met een van onze belastingadviseurs voor meer informatie. 

Grensoverschrijdende situaties

In beginsel is het Nederlandse wetsvoorstel ook van toepassing op een grensoverschrijdende situatie tussen Nederland en België. Bijvoorbeeld de situatie waarin de aanmerkelijkbelangaandeelhouder in België woont en hij meer dan € 500.000 leent van zijn in Nederland gevestigde vennootschap. De Belgische aandeelhouder ontvangt in werkelijkheid geen inkomsten uit zijn in Nederland gevestigde vennootschap, maar wordt op basis van het wetsvoorstel wel geacht een fictief inkomen te genieten in 
Nederland. Of Nederland in een grensoverschrijdende situatie ook daadwerkelijk belasting mag heffen, is 
afhankelijk van het tussen Nederland en België gesloten belastingverdrag en of de aandeelhouder nog een conserverende aanslag heeft.

Geen conserverende aanslag

In het belastingverdrag is opgenomen welk land over de verschillende inkomensbestanddelen van een 
belastingplichtige mag heffen. Met andere woorden: het belastingverdrag verdeelt de heffingsrechten tussen de landen. In het onderhavige geval is er sprake van een fictief inkomensbestanddeel. De Nederlandse Hoge Raad heeft in het verleden beslist dat een eenzijdige wijziging van de nationale wetgeving die de heffingsrechten tussen de verdragslanden verschuift, in strijd met de bedoeling 
van de verdragslanden, ongeoorloofd is. Deze jurisprudentie van de Hoge Raad heeft betrekking op het 
Nederlandse begrip fictief loon. Indien we deze jurisprudentie van de Hoge Raad toepassen op het huidige wetsvoorstel betekent dit dat Nederland in een grensoverschrijdende situatie niet mag heffen over het bij de aandeelhouder in aanmerking genomen fictief inkomen uit aanmerkelijk belang.

De Nederlandse staatssecretaris bevestigt dat Nederland op basis van de huidige belastingverdragen niet mag heffen over het fictief inkomen bij bovenmatig lenen van de vennootschap. Bij nieuwe verdragsonderhandelingen zou dit in de toekomst echter kunnen veranderen indien de lidstaten dan overwegen dat het fictief inkomen onder de reikwijdte van het belastingverdrag valt. 

Wel een conserverende aanslag 

Heeft de aandeelhouder echter nog een conserverende aanslag over zijn bij emigratie uit Nederland gerealiseerde meerwaarde openstaan, dan wordt de conserverende aanslag (deels) geïnd, indien de aandeelhouder bovenmatig leent bij zijn vennootschap.

Wat zijn de gevolgen voor u? 

Het conceptwetsvoorstel bevat nog veel onduidelijkheden met betrekking tot de grensoverschrijdende effecten. Het is aan het kabinet om deze onduidelijkheden weg te nemen. Wij houden de ontwikkelingen hieromtrent nauwlettend in de gaten.