Deze website maakt gebruik van cookies. Op deze manier kunnen we u een meer gepersonaliseerde dienstverlening bieden. Door het gebruik van deze website gaat u akkoord met het feit dat wij 'cookies' gebruiken. Lees onze privacy policy voor meer informatie over het gebruik van cookies en hoe u deze kunt deleten en blokkeren.
  • Vergelijking tussen de Nederlandse en Vlaamse regeling van de schenking/vererving van een bedrijf

Vergelijking tussen de Nederlandse en Vlaamse regeling van de schenking/vererving van een bedrijf

02 juni 2020

Zowel in Nederland als in Vlaanderen zijn er faciliteiten die het schenken en vererven van (familie)bedrijven fiscaal vergemakkelijken. Het doel van de faciliteiten is in beide landen om de continuïteit van bedrijven niet in gevaar te brengen door vererving of overdracht aan een volgende generatie. In dit artikel lichten wij de faciliteiten in Nederland en Vlaanderen aan de hand van een praktijkvoorbeeld toe en benoemen wij de overeenkomsten en verschillen tussen de regelingen. De regelingen in Brussel en Wallonië verschillen van de regeling in Vlaanderen en worden niet behandeld in dit artikel.

Praktijkvoorbeeld

Vader bezit alle aandelen in BV X. Vader wil zijn aandelen in BV X schenken aan zijn meerderjarig kind. Hij wil graag weten wat de fiscale gevolgen van de schenking zijn en ook wat de fiscale gevolgen zijn wanneer hij onverhoopt komt te overlijden alvorens de schenking heeft plaatsgevonden.

Hierna gaan wij kort in op de toepassing van de Nederlandse en Vlaamse wet- en regelgeving in de volgende situaties en vervolgens lichten wij deze regelingen uitgebreider toe.

 

  • Familie woont in Nederland

Wanneer de familie in Nederland woont, zal uitsluitend de Nederlandse wet- en regelgeving van toepassing zijn op de schenking of de vererving van BV X van vader aan zijn kind. Het kind zal in beginsel Nederlandse schenk- of erfbelasting moeten betalen over de verkrijging van zijn vader. Vader is in beginsel inkomstenbelasting verschuldigd over de overdracht van BV X.

 

  • Familie woont in Vlaanderen

Woont de familie in Vlaanderen, dan zal uitsluitend de Vlaamse wet- en regelgeving van toepassing zijn op de overdracht van BV X. Het kind zal in beginsel Vlaamse schenk- of erfbelasting moeten betalen over de verkrijging van zijn vader.

 

  • Vader woont in Nederland en zijn kind in Vlaanderen

Wanneer vader in Nederland woont en zijn kind in Vlaanderen, dan zal de Nederlandse wet- en regelgeving van toepassing zijn op de overdracht van BV X. Het kind zal in beginsel Nederlandse schenk- of erfbelasting moeten betalen over de verkrijging van zijn vader. Vader is in beginsel inkomstenbelasting verschuldigd over de overdracht van BV X. De overdracht van BV X in Nederland heeft geen impact in Vlaanderen, tenzij voor de schenking aan het kind de schenkingsakte geregistreerd wordt in Vlaanderen. In dit geval zal ook de Vlaamse schenkbelasting van toepassing zijn.

 

  • Vader woont in Vlaanderen en zijn kind in Nederland

Wanneer vader in Vlaanderen woont en zijn kind in Nederland, dan zal de Vlaamse wet- en regelgeving van toepassing zijn op de overdracht van BV X. Het kind zal bijgevolg in beginsel Vlaamse schenk- of erfbelasting moeten betalen over de verkrijging van zijn vader. Indien vader overlijdt binnen 7 jaar na de schenking én de schenkingsakte verleden is voor een Nederlandse notaris, dan wordt de schenking in Vlaanderen gerekend tot de nalatenschap van vader en is hierover Vlaamse erfbelasting verschuldigd. De overdracht van BV X in Vlaanderen heeft geen impact in Nederland, tenzij één van de fictieregelingen op basis van nationaliteit en/of woonplaats van vader van toepassing is.

 

Fiscale gevolgen in Nederland (situaties 1 en 3)

Schenk- en erfbelasting

Wanneer vader als inwoner van Nederland zijn aandelen schenkt of nalaat aan zijn kind, is deze daarover in beginsel Nederlandse schenk- of erfbelasting verschuldigd. Het tarief bedraagt maximaal 20% en er gelden slechts beperkte algemene vrijstellingen. De schenking of vererving van ondernemingsvermogen aan het kind kan plaatsvinden onder toepassing van de bedrijfsopvolgingsregeling. De faciliteiten van deze regeling bestaan uit een (voorwaardelijke) vrijstelling van 83% tot maximaal 100% en daarnaast kan uitstel van betaling worden verleend voor de schenk- of erfbelasting die is verschuldigd over het niet-vrijgestelde verkregen ondernemingsvermogen. De faciliteiten zijn van toepassing indien:

  • De onderneming een bepaalde periode bij vader als schenker (5 jaar) of erflater (1 jaar) in bezit is;
  • Het kind de onderneming gedurende tenminste 5 jaar voortzet en de aandelen tenminste 5 jaar houdt.

De faciliteiten zijn niet van toepassing op zogenaamde beleggingsvermogens (bijvoorbeeld overtollige liquide middelen).

 

Inkomstenbelasting

In ons voorbeeld wordt de onderneming van vader gevoerd via een besloten vennootschap. Aangezien vader tenminste 5% van de aandelen in BV X houdt, is voor hem sprake van een zogenaamd aanmerkelijk belang. Bij de schenking of vererving van de aanmerkelijkbelangaandelen van vader is, naast schenk- of erfbelasting, over de meerwaarde (marktwaarde aandelen -/- de verkrijgingsprijs aandelen) tevens inkomstenbelasting verschuldigd (26,25%, tarief 2020). Onder de volgende voorwaarden kan de heffing van inkomstenbelasting over het ondernemingsvermogen bij vader naar het kind worden doorgeschoven, de heffing wordt dan uitgesteld.

  • Het kind moet in Nederland wonen;
  • Het kind moet 36 maanden onmiddellijk voorafgaand aan de schenking in dienstbetrekking zijn geweest van de vennootschap die wordt geschonken (deze aanvullende eis geldt alleen voor schenkingen).

In het geval vader woonachtig is in Nederland en schenkt aan zijn kind in Vlaanderen kan de doorschuifregeling in de inkomstenbelasting niet worden toegepast. Wel kan dezelfde uitkomst worden bereikt door middel van een conserverende aanslag.

 

Fiscale gevolgen in Vlaanderen (situaties 2 en 4)

Schenk- en erfbelasting

Wanneer vader als inwoner van Vlaanderen zijn aandelen in BV X schenkt of nalaat aan zijn kind, is in beginsel Vlaamse schenk- of erfbelasting verschuldigd. Het tarief van de schenkbelasting bedraagt in Vlaanderen in de rechte lijn 3%. De erfbelasting varieert van 3% tot 27%. Voor de schenking en/of vererving van BV X aan het kind bestaat echter een fiscale gunstregeling. De tarieven en de voorwaarden om van de gunstregimes te kunnen genieten verschillen van gewest tot gewest. Het gewest (Vlaanderen, Brussel of Wallonië) waar vader het langst zijn werkelijke verblijfplaats heeft gehad in de laatste vijf jaar voor de schenking of zijn overlijden, bepaalt welke fiscale regels van toepassing zijn. Door van deze regeling in Vlaanderen gebruik te maken, kan vader BV X schenken aan zijn kind tegen 0% schenkingsrechten. Indien vader niet bij leven heeft nagedacht over de bedrijfsoverdracht, fungeert een verlaagd tarief van 3% erfbelasting als opvangnet. De Vlaamse fiscale gunstregeling is van toepassing op voorwaarde dat de onderneming gedurende 3 jaar na de schenking of de vererving zonder onderbreking wordt voortgezet. Indien het kind de onderneming binnen deze 3 jaar verkoopt, moet de koper ervoor zorgen dat de voorwaarden verder vervuld worden tijdens de resterende periode.

 

Inkomstenbelasting

In Vlaanderen wordt de schenking of vererving van BV X niet belast in de inkomstenbelasting. Ook wanneer de aandelen worden overgedragen door het kind na de schenking of vererving van zijn vader aan een derde partij, zal de meerwaarde (of minderwaarde) die gecreëerd wordt bij de overdracht in beginsel vrij zijn van belastingen, indien ze voortkomt uit een normaal beheer van het privévermogen.

 

Gelijkenissen Vlaams-Nederlandse regeling bedrijfsoverdracht

De faciliteiten voor de overdracht van een onderneming in Nederland en Vlaanderen kennen een aantal gelijkenissen. De belangrijkste overeenkomsten lichten wij hieronder toe. 

 

Aanmerkelijk belang

Voor de toepassing van de faciliteiten in Nederland en in Vlaanderen is een aanmerkelijk belang c.q. participatie vereist. De invulling hiervan is in beide landen wel verschillend. Voor de regeling in Nederland betekent dit dat de aandelen in de vennootschap bij de schenker of de erflater, al dan niet tezamen met zijn partner, direct of indirect tot een aanmerkelijk belang in de zin van de inkomstenbelasting moeten hebben behoord. Het bezit van 5% van de aandelen in het geplaatst kapitaal gedurende een bepaalde periode is voldoende om te kunnen genieten van de faciliteiten. Er wordt geen zeggenschap, betrokkenheid of winstgerechtigheid geëist.

De Vlaamse participatievoorwaarde vereist dat op het ogenblik van de schenking of vererving de aandelen, die ten minste 50% van de stemrechten in die vennootschap vertegenwoordigen, in volle eigendom moet toebehoren aan de schenker of de erflater en/of zijn familie.
 

Actief ondernemingsvermogen

Voor de toepassing van de faciliteiten in Nederland en in Vlaanderen is een materiële onderneming c.q. reële economische activiteit vereist. Met andere woorden de faciliteiten gelden alleen indien en voor zover sprake is van actief ondernemingsvermogen. De definitie van actief ondernemingsvermogen is echter in beide landen verschillend.

In Nederland wordt als actief ondernemingsvermogen aangemerkt de waarde van de vermogensbestanddelen van de onderneming, vermeerderd met het beleggingsvermogen tot een maximum van 5% van de waarde van het ondernemingsvermogen. Of vermogensbestanddelen ondernemingsvermogen zijn of niet, wordt in Nederland bepaald aan de hand van vermogensetiketteringsregels voor de inkomstenbelasting. Bijvoorbeeld kijkt men bij vastgoed onder meer naar de volgende punten: of het vastgoed bedrijfsmatig geëxploiteerd wordt met rendementen boven normaal vermogensbeheer, de mate van ervaring en expertise van de aandeelhouder/ondernemer, de mate waarin onroerende goederen worden doorverkocht, het aantal verkooptransacties en de mate van financiering met vreemd vermogen.

Waar in Nederland de wetgever geen voorwaarden heeft gesteld aan het doel en de aard van de activiteiten, heeft de Vlaamse wetgever dat wel gedaan. In Vlaanderen moet de vennootschap actief zijn in de nijverheid, handel, ambacht of landbouw of een vrij beroep uitoefenen. Ze moet bovendien een reële economische activiteit uitoefenen. Men beoordeelt de reële economische activiteit aan de hand van de balansposten van de laatste 3 goedgekeurde jaarrekeningen die de schenking of het overlijden voorafgaan. Indien de vennootschap minder dan drie jaar voordien opgericht werd, dan gebruikt men enkel de beschikbare jaarrekeningen. Een vennootschap oefent in Vlaanderen geen reële economische activiteit uit, indien het bedrag van de bezoldigingen, sociale lasten en pensioenen maximaal 1,5% uitmaken van de totale activa én de terreinen en gebouwen meer dan 50% uitmaken van het totaal actief. Familiale vennootschappen die geen reële economische activiteit hebben, worden uitdrukkelijk van de gunstregeling uitgesloten. Zuivere patrimoniumvennootschappen, zuivere managementvennootschappen, vastgoedvennootschappen en passieve holdings komen op die manier in principe niet in aanmerking voor de toepassing van de gunstregeling.

 

Voorwaardelijke toepassing faciliteiten

De toepassing van de faciliteiten is zowel in Nederland als in Vlaanderen voorwaardelijk. Indien niet is voldaan aan de gestelde voorwaarden gedurende een bepaalde periode na de schenking of na het overlijden, wordt het voordeel teruggenomen. De termijn waarbinnen dit beoordeeld wordt en de handelingen die leiden tot terugname van de faciliteiten verschillen in beide landen.

In Vlaanderen moet de vennootschap gedurende een periode van 3 jaar na de schenking of de vererving zonder onderbreking een ondernemingsactiviteit of een reële economische activiteit blijven uitoefenen, waarbij het niet van belang is welke activiteiten worden voortgezet en door wie. In tegenstelling tot Nederland mag in Vlaanderen het kapitaal in de eerste 3 jaren niet dalen door een uitkering of een uitbetaling.

In Nederland geldt een voortzettingseis van 5 jaar. De vennootschap mag in de periode van 5 jaar niet ophouden een onderneming te drijven én de aandelen mogen gedurende deze periode niet worden vervreemd of omgezet in andere aandelen.

 

Schenking volle eigendom, vruchtgebruik of blote eigendom

Zowel de schenking of vererving van volle eigendom, als de blote eigendom of vruchtgebruik van de aandelen komen voor de toepassing van de bedrijfsopvolgingsregeling in Nederland en de gunstregeling in Vlaanderen in beginsel in aanmerking.

 

Verdachte periode

In Vlaanderen moeten activa en aandelen van familiebedrijven via een authentieke schenkingsakte overgedragen worden. Indien men op het ogenblik van de schenking van de aandelen aan alle voorwaarden voldoet om voor de gunstregeling in aanmerking te komen, maar de schenking in Vlaanderen niet ter registratie werd aangeboden, dan geldt in Vlaanderen een verdachte periode van 7 jaar. Schenkingen die een erflater tijdens de laatste 7 jaar vóór zijn overlijden heeft gedaan en die niet geregistreerd zijn, worden bij de nalatenschap gerekend. Vervolgens zal op deze schenking toch erfbelasting (3% in rechte lijn en tussen partners; 7% tussen alle anderen) verschuldigd zijn indien het familiebedrijf in aanmerking komt voor het gunstregime. Overdracht van een familiebedrijf via handgift, via onrechtstreekse schenking of via een Nederlandse notaris worden op deze manier ontmoedigd.

In Nederland geldt, ongeacht of de schenking heeft plaatsgevonden via een authentieke akte of niet, een dergelijke periode van 180 dagen voorafgaand aan het overlijden. Schenkingen die de erflater 180 dagen vóór zijn overlijden heeft gedaan, worden bij de nalatenschap gerekend.

 

Verschillen Vlaams-Nederlandse regeling bedrijfsoverdracht

Naast de voornoemde gelijkenissen van de regelingen voor de overdracht van een onderneming in Nederland en Vlaanderen, verschillen deze regelingen ook in meerdere opzichten. De belangrijkste verschillen lichten wij hieronder toe.

Familiaal karakter

Voor de toepassing van de faciliteiten in Vlaanderen geldt dat sprake moet zijn van een overdracht van een familiale onderneming of vennootschap. Voor de toepassing van de gunstregeling in Vlaanderen betekent dit dat de aandelen die ten minste 50% van de stemrechten in de vennootschap vertegenwoordigen, op het ogenblik van de schenking of de vererving in volle eigendom moeten toebehoren aan de schenker of de erflater en/of zijn familie. Voor het bereiken van deze grens wordt rekening gehouden met een ruime familiekring van de schenker of de erflater, meer bepaald de partner, de kinderen en hun partners, broers of zussen en hun partners en kinderen van vooroverleden broers of zussen. Daarnaast gelden er specifieke regels voor familiebedrijven die in handen zijn van verschillende families. Voor de toepassing van de faciliteiten in Nederland is een familiale onderneming of vennootschap niet vereist.

 

Indirect gehouden aandelen/holdingstructuren

Vaak bevindt de ondernemingsactiviteit zich in een onderliggende vennootschap. In geval van een overdracht van een dergelijke holdingstructuur zijn de faciliteiten in Vlaanderen van toepassing indien de over te dragen holdingvennootschap meer dan 30% van de aandelen houdt in de onderliggende dochtervennootschap (binnen de E.E.R.) waarin de ondernemingsactiviteit plaatsvindt. Wanneer de ondernemingsactiviteit plaatsvindt op een nog lager niveau, kunnen de faciliteiten niet worden toegepast. De faciliteiten zijn in Nederland van toepassing op holdingstructuren bij een indirect aanmerkelijk belang van 5% of meer. De faciliteiten kunnen ook van toepassing zijn in geval één of meer tussenholdings in de structuur aanwezig zijn.

 

Bezitstermijn

Om de faciliteiten in Nederland toe te kunnen passen, dient de onderneming een bepaalde periode bij de schenker (5 jaar) of erflater (1 jaar) in bezit te zijn. Voor de toepassing van de faciliteiten in Vlaanderen geldt geen bezitsperiode.
 

Stemgerechtigde aandelen

De faciliteiten in Vlaanderen zijn enkel van toepassing op de overdracht van stemgerechtigde aandelen in een vennootschap en certificaten. Het gunstregime geldt bijgevolg niet voor vorderingen (in rekening-courant) op een vennootschap noch voor andere effecten (aandelen zonder stemrecht, winstbewijzen, inschrijvingsrechten, obligaties) die de vennootschap heeft uitgegeven.

In Nederland is de regeling ruimer. Nederland stelt de vereiste met betrekking tot het stemrecht niet, slechts een economisch belang in de vennootschap is voldoende. Naast gewone aandelen kan het ook gaan om lidmaatschapsrechten, winstbewijzen, opties of andere soortaandelen. Aandelen die gecertificeerd zijn of preferente aandelen kunnen net zoals in Vlaanderen ook in Nederland onder bepaalde voorwaarden onder de bedrijfsopvolgingsregeling vallen. Preferente aandelen zijn aandelen waarop als eerste een dividend wordt uitgekeerd. Bij overlijden van de preferente aandeelhouder of de schenking van preferente aandelen kan de bedrijfsopvolgingsregeling onder voorwaarden worden toegepast. Bij gecertificeerde aandelen wordt gekeken naar de achterliggende aandelen en wat die vertegenwoordigen. Certificaten moeten aan verschillende voorwaarden voldoen alvorens de bedrijfsopvolgingsregelingen kunnen worden toegepast. De voorwaarden voor de toepassing van de regelingen op certificaten van aandelen en preferente aandelen verschillen per land.

 

Ter beschikking gesteld vermogen

Op de schenking of vererving van ter beschikking gesteld vermogen, zijnde vermogensbestanddelen die door de aandeelhouder vanuit privé ter beschikking worden gesteld aan de vennootschap, kunnen de Nederlandse faciliteiten in bepaalde gevallen en onder bepaalde voorwaarden van toepassing zijn. De faciliteiten in Vlaanderen zijn niet van toepassing op dergelijke vermogensbestanddelen.
 

Conclusie

De schenking of vererving van een bedrijf kan in Nederland en in Vlaanderen onder bepaalde voorwaarden fiscaal vriendelijk plaatsvinden. De bestaande regelingen die in dit artikel werden besproken zijn complex en verschillen sterk per land, en in België ook per gewest. Niettemin zijn er ook een aantal gelijkenissen in de verschillende regelingen te vinden. Voor een optimale bedrijfsoverdracht aan de volgende generatie dient men bovendien rekening te houden met verschillende andere aspecten die op elkaar moeten worden afgestemd, zoals onder andere de bestaande bedrijfscultuur, huwelijkse voorwaarden en eventuele testamenten. 

 

Contact

Heeft u vragen over wat deze modernisering van de Vlaamse erf- en schenkbelasting betekent voor uw persoonlijke situatie?

Neem dan contact op met onze specialist terzake: Rutger Van Boven en Sarah van Bree