Deze website maakt gebruik van cookies. Op deze manier kunnen we u een meer gepersonaliseerde dienstverlening bieden. Door het gebruik van deze website gaat u akkoord met het feit dat wij 'cookies' gebruiken. Lees onze privacy policy voor meer informatie over het gebruik van cookies en hoe u deze kunt deleten en blokkeren.

FAQ: Coronavirus

27 maart 2020

De snelle uitbraak van het Covid-19 virus, algemeen bekend als het coronavirus, in België brengt een reeks drastische maatregelen met zich mee die door de Belgische autoriteiten worden opgelegd aan de ganse bevolking en die directe gevolgen hebben voor de Belgische bedrijven en ondernemers met als gevolg dat de betrokken partijen hun contractuele verplichtingen ten opzichte van elkaar niet (meer) kunnen nakomen.

De hamvraag die iedere ondernemer zich vandaag stelt: “Kan het coronavirus worden gekwalificeerd als een geval van "overmacht" om te worden vrijgesteld van aansprakelijkheid in geval van niet-nakoming van de overeenkomst?”.

In deze bijdrage hopen wij alvast een aantal van uw prangende vragen te beantwoorden en de heersende onzekerheid (zoveel als mogelijk) weg te nemen.

 

 

 

Wat is overmacht naar Belgisch recht?

Een schuldenaar is naar Belgisch contractenrecht bevrijd van zijn contractuele verplichtingen indien hij kan aantonen dat de niet-uitvoering van zijn contractuele verplichtingen het gevolg is van een vreemde oorzaak of overmacht (artikel 1147 en 1148 Burgerlijk Wetboek).

Op basis hiervan kan dus worden vastgesteld dat er twee (2) cumulatieve voorwaarden dienen te zijn voldaan vooraleer een schuldenaar op overmacht een beroep kan doen:

  1. het voordoen van een gebeurtenis/omstandigheid die de uitvoering van de contractuele verplichtingen (tijdelijk of definitief) onmogelijk maakt, en
  2. het voordoen van de gebeurtenis mag niet toe te rekenen zijn aan de partij die zijn contractuele verplichtingen niet voldoet.

Met andere woorden, een schuldenaar kan zich op overmacht beroepen indien hij (tijdelijk of definitief) in de onmogelijkheid verkeert om zijn verbintenis uit te voeren door een wijziging van omstandigheden die niet aan hem toe te rekenen is.

Bovendien is de schuldenaar, overeenkomstig artikel 1148 van het Burgerlijk Wetboek, in geval van overmacht niet verplicht tot het betalen van enige schadevergoeding voor het niet nakomen van zijn contractuele verplichtingen. Er moet echter wel een onderscheid worden gemaakt tussen een tijdelijke en een definitieve onmogelijkheid om te presteren:

Tijdelijke onmogelijkheid tot nakoming

Indien de overmacht slechts leidt tot een tijdelijke onmogelijkheid om een contractuele verplichting uit te voeren, dan wordt de uitvoering opgeschort voor de duur van de overmacht.

Zodra de overmacht is verdwenen, moet de schuldenaar zijn contractuele verplichting(en) hervatten (tenzij de andere partij deze nakoming niet meer nodig zou hebben).

Definitieve onmogelijkheid tot nakoming

Indien de overmacht echter leidt tot een definitieve onmogelijkheid om een contractuele verplichting na te komen, wordt de schuldenaar (definitief) bevrijd van de uitvoering van zijn contractuele verplichting (en).

De financiële schade wordt in dit geval gedragen door de schuldeiser.

Opgelet: indien de overeenkomst nog voor een gedeelte kan worden uitgevoerd, dan is de schuldenaar verplicht om dit gedeelte nog uit te voeren.

Voor de toepassing van het Covid-19 virus zal het merendeel van de gevallen leiden tot een tijdelijke opschorting van de overeenkomst, tenzij de uitvoering van de contractuele verplichtingen door de schuldenaar geen nut meer zou hebben (bijvoorbeeld, de houdbaarheidsdatum van de te leveren producten is overschreden).

 

 

Het coronavirus verhindert de ene en/of de andere contractspartij om zijn contractuele verplichtingen na te komen, hoe dient men met deze situatie om te gaan?

De eerste reflex bestaat erin om de clausules van het contract waarvan de uitvoering in het gedrang komt te onderzoeken, evenals de algemene voorwaarden indien deze er zijn en indien deze van toepassing zijn. Het antwoord op deze vraag wordt immers niet geregeld door dwingende bepalingen of bepalingen van openbare orde, zodat de contractvrijheid primeert.

Vaak voorkomende hypotheses zijn :

  • partijen hebben uitdrukkelijk afgezien van de mogelijkheid om zich te beroepen op overmacht als bevrijdende oorzaak. Enkel de schuldenaar van de niet-vervulde contractuele verplichting draagt alle gevolgen van de niet-nakoming.
  • de partijen hebben voorzien in de mogelijkheid om zich op overmacht te beroepen, maar hebben ervoor gekozen om, in het kader van hun contractuele relatie, te definiëren wat precies onder dat begrip valt door een limitatieve opsomming te geven van de gedekte omstandigheden: indien het coronavirus (of, meer in het algemeen, een epidemie/pandemie) niet onder een van deze omstandigheden valt, dan kan er geen beroep worden gedaan op overmacht. 
  • het contract voorziet in een verplichting om opnieuw te onderhandelen over de contractuele voorwaarden in geval van een wijziging van de omstandigheden.
  • partijen hebben dit niet in het contract geregeld, zodat het gemene recht van toepassing is.

 

 

Indien het contract het beroep op overmacht niet uitsluit en niet beperkt, kan het coronavirus dan als een geval van overmacht worden beschouwd?

Er moet een onderscheid worden gemaakt naargelang de epidemie een voorwerp of een oorzaak uit het contract doet verdwijnen (nietigheid), de uitvoering ervan onmogelijk maakt (overmacht) of gewoon moeilijker (onvoorziene omstandigheden).

 

Voorwerp van de overeenkomst verdwijnt in de loop van de uitvoering

Indien het voorwerp van de overeenkomst in de loop van de uitvoering verdwijnt, kunnen partijen zich beroepen op de nietigheid, wat een oorzaak is voor een gehele of gedeeltelijke ontbinding van de overeenkomst (tenzij anders bepaald in de overeenkomst).

In de hypothese van een verkoopcontract: als het verkochte goed verdwijnt, is de theorie van risico's van toepassing: in principe vindt de overdracht van eigendom en dus van risico’s plaats van zodra de toestemmingen worden uitgewisseld, met uitzondering van het eigendomsvoorbehoud.

 

Oorzaak van de overeenkomst verdwijnt in de loop van de uitvoering

Indien de oorzaak van de overeenkomst in de loop van de uitvoering verdwijnt, kunnen partijen zich slechts bij uitzondering beroepen op de nietigheid ervan als oorzaak voor een gedeeltelijke of volledige ontbinding van de overeenkomst (tenzij in de overeenkomst anders is bepaald).

De oorzaak is het bepalend motief van de verbindende partij (bijvoorbeeld: ik koop de aandelen van een bedrijf tegen een dergelijke prijs, gelet op de winstgevendheid). Het Hof van Cassatie stelt dat de oorzaak moet bestaan bij het sluiten van de overeenkomst en dat het verdwijnen ervan tijdens de uitvoering van de overeenkomst (bijvoorbeeld: de rentabiliteit van de onderneming verdwijnt door een onvoorziene gebeurtenis) in principe geen invloed heeft op de geldigheid ervan. Er wordt echter een uitzondering gemaakt in het geval van giften waarbij de toekomstige uitvoering van de overeenkomst 'ontdaan is van alle betekenis' (Cass., 6 maart 2014).

 

Het coronavirus maakt het voor mij onmogelijk om mijn verplcihtingen na te komen

Indien het coronavirus het voor mij onmogelijk maakt om mijn verplichtingen na te komen, zonder dat er sprake is van terugtrekking uit het contract, kan er een beroep worden gedaan op overmacht. De onmogelijkheid van uitvoering wordt beoordeeld op een redelijke en menselijke manier, rekening houdend met de economie van het contract en de zorgvuldigheid die van de partijen wordt verwacht. Wie zich erop beroept, moet kunnen aantonen dat hij alles in het werk heeft gesteld om de onmogelijkheid van uitvoering te voorkomen (Cass. 4 juni 2015).

Onmogelijkheid kan materieel en praktisch zijn, maar ook juridisch of wettelijk (bijvoorbeeld tenietgaan door brand of beslissingen van de overheid). Daarnaast wordt ook vaak de relatieve onmogelijkheid toegepast. Zoals hierboven aangegeven kan er niet verwacht worden van een partij bij het contract dat deze buitenmenselijke inspanningen dient te leveren om aan zijn contractuele verbintenissen te voldoen.

 

Als aan de voorwaarden van overmacht is voldaan, kan ik er dan automatisch van uitgaan dat ik ben vrijgesteld van de uitvoering van mijn contract?

Overmacht leidt in principe tot ontbinding van de gehele overeenkomst. De rechten en verplichtingen van de partijen verdwijnen (alleen voor de toekomst) vanaf het moment dat de gebeurtenis zich voordoet die de uitvoering verhindert. De schuldenaar die in geval van overmacht zijn contractuele verplichting(en) niet nakomt, is dus niet contractueel aansprakelijk voor de contractuele wanprestatie die daaruit voortvloeit en is ook niet gehouden tot betaling van een plaatsvervangende schadevergoeding.

In de praktijk worden de partijen aangemoedigd om opnieuw te onderhandelen over de voorwaarden van hun contract.

Nuances :

  • Een tijdelijke onmogelijkheid doet de verplichting niet teniet, maar schort alleen de uitvoering ervan tijdelijk op. De schuldenaar moet terug presteren wanneer de belemmering is verdwenen (tenzij de overschrijding van een bepaalde termijn de prestatie nutteloos maakt) (zie hierboven).
  • De schuldenaar wordt niet ontslagen als hij een fout heeft begaan (hij was bijvoorbeeld al in gebreke voordat het coronavirus zich voordeed).
  • Per geval moet worden nagegaan of een contractuele of wettelijke bepaling de rechten en verplichtingen van de partijen in dergelijke omstandigheden niet anderszins beïnvloedt.
  • Indien een deel van de verplichtingen van de overeenkomst afdwingbaar blijft, kan de ontbinding slechts gedeeltelijk zijn.

Zoals hierboven aangegeven, voor de toepassing van het coronavirus, zal het merendeel van de gevallen leiden tot een tijdelijke opschorting van de overeenkomst, tenzij de uitvoering van de contractuele verplichtingen door de schuldenaar geen nut meer zou hebben (bijvoorbeeld, de houdbaarheidsdatum van de te leveren producten is overschreden).

Wat de federale overheidsopdrachten betreft, heeft de regering het bestaan van een geval van overmacht al toegegeven. Onder voorbehoud van het bewijs dat de vertraging of niet-uitvoering zijn oorsprong vindt in Covid-19, zal de federale regering geen boetes of sancties opleggen aan dienstverleners, bedrijven of zelfstandigen.

 

 

Wat is het effect van de datum van mijn contractuele verbintenis op de beoordeling van overmacht?

Om zich op overmacht te kunnen beroepen, moet worden aangetoond dat de omstandigheid die de uitvoering onmogelijk maakt, onvoorzienbaar was op het moment van ondertekening van het contract.

Met name in het geval van het coronavirus zal het waarschijnlijk niet moeilijk zijn om bij alle contracten die vóór 1 januari 2020 werden gesloten, aan te tonen dat de omstandigheid onvoorzienbaar was. Meer twijfelachtig is het al dan niet voorzienbare karakter van verplichtingen die na die datum zijn aangegaan, aangezien de epidemie en het risico dat zij met zich meebrengt op dat moment bekend waren.

 

 

Wat als mijn contractpartner zich beroept op overmacht, maar ik heb de prijs die de tegenprestatie vormt voor zijn verplichtingen (geheel of gedeeltelijk) vooruitbetaald?

In principe is uw contractpartner verplicht het volledige voorgeschoten bedrag aan u terug te betalen, tenzij hij al is begonnen met het uitvoeren van bepaalde diensten. In het laatste geval zal de terugbetaling gebeuren in verhouding tot de reeds uitgevoerde verplichtingen.

U moet echter wel rekening houden met de contractuele bepalingen die anders voorzien.

In "B2B"-relaties is de contractuele vrijheid volledig: de partijen zijn vrij om de voorwaarden en gevolgen van de beëindiging van hun overeenkomst te bepalen. Een clausule die bepaalt dat een partij niet gerechtigd is om een waarborgsom te recupereren, zelfs niet in geval van overmacht, is op dit moment volledig geldig. Aan de andere kant zal dit soort clausules, die een duidelijk gebrek aan evenwicht tussen de rechten en plichten van de contractpartijen veroorzaken of die zonder tegenprestatie het volledige economische risico op één partij leggen, vanaf 1 december 2020 verboden zijn in contracten die worden gesloten, vernieuwd of gewijzigd.

 

 

Wat als het coronavirus de uitvoering van het contract gewoon moeilijker, maar niet onmogelijk maakt?

Er dient te worden nagegaan of het contract of de algemene voorwaarden voorziet in een ‘hardship’ clausule. Dergelijke clausule geldt meestal voor een geval waarin er sprake is van een onredelijk evenwicht in de respectieve contractuele verplichtingen van de partijen, zonder dat er sprake is van een fout, als gevolg van abnormale of uitzonderlijke omstandigheden (in dit geval het coronavirus).

Indien er geen dergelijke clausule werd voorzien in het contract of de algemene voorwaarden, dan kan een partij zich in het algemeen niet beroepen op het Belgisch recht, zijnde de ‘theorie van de imprevisie (hardship)’ en blijft de overeenkomst volledig van toepassing (zonder dat een partij misbruik kan maken van haar rechten).

In de toekomst zal het wel mogelijk zijn om zich te beroepen op de theorie van de imprevisie wanneer er geen hardship clausule werd voorzien in het contract of de algemene voorwaarden aangezien het nieuwe Burgerlijk Wetboek deze theorie wettelijk zal verankeren.

 

 

De nakoming van de verplichtingen door mijn medecontractant wordt door de epidemie bemoeilijkt, maar niet onmogelijk gemaakt. Het contract bevat geen noodclausule. Kan ik daarom eisen dat hij zijn verplichtingen volledig nakomt?

Zelfs als het contract niet voorziet in een noodclausule, kan het feit dat de andere partij verplicht is haar verplichtingen na te komen wanneer een onvoorziene gebeurtenis de economie van het contract verstoort (of dat zij weigert in te gaan op haar verzoek tot heronderhandeling of minnelijke beëindiging van het contract), een misbruik van recht vormen.

 

 

Ik krijg te maken met de financiële gevolgen van de gezondheidscrisis, kan ik de betaling van mijn huur op grond van een commercieel huurcontract opschorten?

Een gebeurtenis of omstandigheid die de nakoming van de verbintenis voor de schuldenaar niet onmogelijk maakt, maar enkel moeilijker of kostelijker, vormt derhalve geen overmacht, waardoor, in principe, geen beroep kan worden gedaan op overmacht om de huurgelden niet te betalen aan de verhuurder.

In dit geval, is de beslissing van de Belgische overheid om de niet-essentiële winkels te sluiten geen gebeurtenis of omstandigheid die de verbintenis van de huurder, zijnde de betaling van de huur, onmogelijk maakt. Tevens is de verplichte sluiting van de winkel niet toe te rekenen aan de verhuurder en de verhuurder komt nog steeds zijn verplichtingen na, zijnde het ter beschikking stellen van een onroerend goed waar de huurder een genot van heeft. Verder valt de huidige situatie die wordt gecreëerd door het coronavirus onder het ondernemersrisico, dewelke de gevolgen hiervan niet door de verhuurder dienen te worden gedragen.

Indien de betreffende overeenkomst ook niet voorziet in een specifieke clausule aangaande de opschorting van betaling van de huurgelden in geval van overmacht, dan is de huurder in principe contractueel gehouden om de huur verder te blijven betalen. Indien de niet-betaling van de huurgelden door de huurder aan de verhuurder te lang zou voortduren, dan kan dit tevens als een ernstige contractuele wanprestatie worden gekwalificeerd die de verhuurder het recht geeft om de overeenkomst ten laste van de huurder te verbreken (met schadevergoeding en de daaraan verbonden kosten tot gevolg).

De situatie zou natuurlijk anders zijn als de Belgische regering zou besluiten tot opschorting van de huurprijzen als reactie op de economische gevolgen van de huidige crisis (vergelijkbaar met de maatregelen die de Franse regering voor bepaalde bedrijven heeft genomen). Tot op heden heeft de Belgische overheid echter nog geen dergelijke maatregelen aangekondigd om de onzekere situatie waarin huurders en verhuurders zich bevinden door het Covid-19 virus en de daarop genomen maatregelen van de Belgische overheid te remediëren. We verwachten echter wel nog maatregelen van de overheid in dit verband. 

In ieder geval is het raadzaam om, waar mogelijk, met de verhuurder te onderhandelen over voorwaarden en termijnen. Gezien de uitzonderlijke omstandigheden is het ook voor de verhuurder mogelijks aantrekkelijker om tijdelijk bijvoorbeeld minder huurinkomsten te ontvangen als alternatief voor het op al dan niet korte termijn uitblijven van alle huurinkomsten. In het meest extreme geval, en afhankelijk van de omstandigheden, zou er ook kunnen worden samen besloten om de overeenkomst in onderling overleg te beëindigen.

 

Contact

Heb je nog andere vragen over dit onderwerp? Neem contact op met onze specialisten van Corporate Legal: