Deze website maakt gebruik van cookies. Op deze manier kunnen we u een meer gepersonaliseerde dienstverlening bieden. Door het gebruik van deze website gaat u akkoord met het feit dat wij 'cookies' gebruiken. Lees onze privacy policy voor meer informatie over het gebruik van cookies en hoe u deze kunt deleten en blokkeren.
  • De gedeeltelijke erfenissprong – doorgeefschenking
Artikels:

De gedeeltelijke erfenissprong – doorgeefschenking

22 augustus 2018

Met een wet van 10 december 2012 werd de vrijwillige erfenissprong mogelijk gemaakt (artikel 739 Burgerlijk wetboek), zodat men als ouder de nalatenschap kan verwerpen ten voordele van de kinderen. Op die manier kan men een erfenis rechtstreeks laten overgaan van grootouders naar kleinkinderen. De kinderen komen dan tot de nalatenschap via erfrechtelijke plaatsvervulling.

Hoewel de mogelijkheid bestond om de nalatenschap te verwerpen ten voordele van de kinderen, werd hiervan aanvankelijk geen gebruik gemaakt. De erfbelasting werd immers geheven alsof de verwerpende ouder de nalatenschap zelf verkreeg zodat de verwerping bij het overlijden van de grootouders geen fiscale besparing met zich meebracht. Bovendien is de verwerping een “alles of niets” verhaal. Men kan enkel de volledige nalatenschap verwerpen, en bijgevolg niet beslissen om bepaalde nalatenschapsgoederen voor zichzelf te houden en andere te laten doorgaan naar de kinderen.

Aan het eerste euvel werd verholpen met een decreet van 8 december 2017. Voor overlijdens vanaf 24 december 2017 werd de zogenaamde fiscale verwerpingsregel immers afgeschaft. In geval van verwerping zal de erfbelasting worden geheven in hoofde van de werkelijke verkrijgers. Op die manier kan de progressiviteit van de tarieven worden doorbroken, zodat de te betalen erfbelasting in vele gevallen lager komt te liggen.

Het decreet van 6 juli 2018 [1] komt nu ook tegemoet aan de tweede behoefte om een gedeeltelijke erfenissprong mogelijk te maken. Dit via de volgende fiscale kunstgreep. In eerste instantie aanvaardt de ouder de nalatenschap, en betaalt hij/zij hierop de verschuldigde erfbelasting. Vervolgens krijgt hij/zij één jaar (te rekenen vanaf het overlijden) de tijd om de nalatenschapsgoederen (of een deel ervan) door te schenken aan de kinderen (inclusief stief- en zorgkinderen). Hierbij is hij/zij geen schenkbelasting verschuldigd in de mate dat de waarde van de geschonken goederen de brutowaarde van de met erfbelasting belaste goederen – d.i. de belastbare waarde van de betrokken goederen voor de heffing van de erfbelasting, vóór enige aftrek van passief - niet te boven gaat. Overtreft de waarde van de geschonken goederen de waarde van de goederen die belast is met erfbelasting, dan moet het vrijgestelde bedrag van de schenkbelasting verhoudingsgewijs worden bepaald volgens de onderstaande formule.

 

X =       a  x  b               a = het bedrag van de schenkbelasting zonder toepassing van de

                c                        vrijstelling

                                    b = het gedeelte van de schenking dat overeenstemt met de met

                                          erfbelasting belaste brutowaarde

                                    c = de brutowaarde van de met erfbelasting belaste goederen in de

                                          betrokken categorie

 

Het bedrag van de vrijstelling kan bovendien nooit hoger zijn dan het bedrag van de erfbelasting dat geheven werd op de overdracht aan de schenker. Er wordt enkel rekening gehouden met het bedrag van de erfbelasting dat op regelmatige wijze is geheven op de initiële aangifte die door de aangevers is ingediend. Aanvullende erfbelasting, die nadien wordt geheven naar aanleiding van aanvullende of nieuwe aangiften of van een ambtshalve aanslag, blijft buiten beschouwing. Wordt slechts een deel van de waarde die met erfbelasting werd belast geschonken, dan moet het in aanmerking te nemen bedrag van de erfbelasting verhoudingsgewijze worden bepaald volgens de onderstaande formule:

 

X =       a  x  b               a = het bedrag van de erfbelasting berekend in hoofde van de

                c                        schenker op de betrokken categorie goederen

                                    b = het gedeelte van de schenking dat overeenstemt met de met

                                          erfbelasting belaste brutowaarde

                                    c = de brutowaarde van de met erfbelasting belaste goederen in de

                                          betrokken categorie

 

Indien de schenker meer dan één schenking doet, wordt het maximumbedrag van de vrijstelling beoordeeld voor alle schenkingen samen. Als er een gelijktijdige schenking wordt gedaan aan verschillende begiftigden, zal het maximaal bedrag van de vrijstelling verhoudingsgewijs worden opgesplitst onder de verschillende begiftigden.

De vrijstelling van de schenkbelasting kan niet verleend worden in de mate dat deze betrekking heeft op onroerende goederen die geen deel uitmaakten van de verkrijging uit de nalatenschap. De belastingvrije schenking is daarentegen wel mogelijk wanneer de erfopvolger vóór het overlijden al zakelijke rechten (vb. onverdeeld aandeel) op het onroerend goed had.

Verder gelden de volgende voorwaarden om aanspraak te kunnen maken op de vrijstelling:

  1. De nalatenschap van de erflater waaruit de waarde van de geschonken goederen werd verkregen, is fiscaal gelokaliseerd in het Vlaamse Gewest;
  2. Het overlijden heeft plaatsgevonden na 31 augustus 2018;
  3. De erfbelasting die werd geheven op de overdracht, is betaald;
  4. De schenking is noch aan een opschortende voorwaarde noch aan een opschortende termijn onderworpen;
  5. De vrijstelling wordt gevraagd overeenkomstig artikel 3.12.3.0.1., §1, 3° en 4° VCF.

Het progressievoorbehoud inzake schenk- en erfbelasting geldt eveneens ten aanzien van de doorgeefschenking.

 

[1] Artikel 2.8.6.0.9. VCF