Mobiliteitsbudget 2026 — Wat uw onderneming moet weten
Mobiliteitsbudget 2026 — Wat uw onderneming moet weten
Op 9 januari keurde de Ministerraad een voorontwerp goed om de eerste fase van de hervorming van het mobiliteitsbudget uit te voeren, zoals voorzien in het Regeerakkoord. De regering wil het huidige mobiliteitsbudget omvormen tot een verplicht stelsel. In het licht van de komende wijzigingen geven we jou graag een overzicht van de algemene principes van het mobiliteitsbudget en belichten we de punten die naar verwachting zullen wijzigen.
Het mobiliteitsbudget maakt het voor werknemers mogelijk om het voordeel van een bedrijfswagen om te zetten in een budget dat in drie pijlers kan worden besteed. Dit artikel legt duidelijk en praktisch uit welke regels in 2026 van toepassing zijn, welke recente wijzigingen er zijn doorgevoerd en welke beslissingen je in jouw interne beleid kan nemen.
Principes en beschikbare keuzes:
Elk jaar kiest de werknemer hoe hij zijn mobiliteitsbudget gebruikt, verdeeld over drie pijlers.
Enkele wijzigingen in het mobiliteitsbudget zijn op 1 januari 2026 in werking getreden:
Pijler 1 is sinds 01/01/2026 strikt voorbehouden voor voertuigen zonder CO2-uitstoot, wat de beschikbare opties verandert voor werknemers die voorheen een hybride bedrijfswagen hadden.
Voor pijler 2 zijn de in aanmerking komende categorieën verduidelijkt. Het gaat expliciet om ‘zachte mobiliteit’ (fietsen en toebehoren), abonnementen voor het openbaar vervoer, emissievrije deeloplossingen en bepaalde huisvestingsbijdragen op basis van nabijheids- of telewerkcriteria.
De minimum- en maximumbedragen van het mobiliteitsbudget zijn voor 2026 herzien: de bandbreedte is nu €3.233 tot €17.244 per jaar. Ter herinnering: het toegekende bedrag mag niet hoger zijn dan een vijfde van het brutojaarloon van de werknemer op het einde van elk kalenderjaar.
Het mobiliteitsbudget zal naar verwachting evolueren van een vrijwillig stelsel naar een verplicht stelsel, dat gefaseerd wordt ingevoerd:
De verplichting geldt wanneer bedrijfswagens langer dan 36 maanden in gebruik zijn.
Je kan evenwel bepalen dat de werknemer moet wachten tot het einde van de lease-of gebruiksovereenkomst voordat er kan gekozen worden voor het mobiliteitsbudget.
Aangezien het mobiliteitsbudget verplicht wordt, kun je niet voorkomen dat werknemers in een functie met bedrijfswagen kiezen voor het mobiliteitsbudget. Het is wel mogelijk om hen te verplichten een deel van dat mobiliteitsbudget te besteden aan een bedrijfswagen in pijler 1.
Om inspecties voor te zijn en geschillen te voorkomen, raden we aan duidelijk clausules op te nemen in jouw interne beleid:
Het mobiliteitsbudget evolueert en wordt een belangrijk onderdeel van het HR-beleid voor bedrijven die bedrijfswagens aanbieden. BDO ondersteunt werkgevers bij het aanpassen van interne regelgeving, operationele implementatie, het berekenen van fiscale en sociale gevolgen en communicatie met werknemers.
Wilt u graag praktische ondersteuning? Neem contact met ons op voor een persoonlijke analyse — wij helpen u heldere procedures op te stellen en snel te implementeren.
- Ter herinnering: het mobiliteitsbudget
Het mobiliteitsbudget maakt het voor werknemers mogelijk om het voordeel van een bedrijfswagen om te zetten in een budget dat in drie pijlers kan worden besteed. Dit artikel legt duidelijk en praktisch uit welke regels in 2026 van toepassing zijn, welke recente wijzigingen er zijn doorgevoerd en welke beslissingen je in jouw interne beleid kan nemen.
Principes en beschikbare keuzes:
Elk jaar kiest de werknemer hoe hij zijn mobiliteitsbudget gebruikt, verdeeld over drie pijlers.
- Pijler 1 maakt het mogelijk om een milieuvriendelijkere bedrijfswagen te kiezen: vanaf 01/01/2026 is deze pijler beperkt tot wagens zonder CO2-uitstoot, waardoor hybride wagens met CO2-uitstoot niet langer in aanmerking komen. Als een werknemer kiest voor een bedrijfswagen onder pijler 1, is die keuze bindend voor de volledige duur van het leasecontract. Let op, je bent als werkgever niet verplicht om pijler 1 aan te bieden.
- Pijler 2 omvat duurzame vervoersmiddelen en in sommige gevallen huisvestingskosten: aankopen, leasing, onderhoud en uitrusting van fietsen en elektrische brommers, abonnementen en tickets voor openbaar vervoer in België en de EER, emissievrije deelmobiliteit, wagenverhuur zonder bestuurder tot maximaal 30 dagen, en, onder strikte voorwaarden, een gedeeltelijke bijdrage aan de huisvestingskosten voor werknemers die dicht bij de werkplaats wonen of voornamelijk thuiswerken.
- Pijler 3 bestaat uit de uitbetaling in cash van het resterende saldo na gebruik in pijler 1 en 2. Het deel dat niet gebruikt werd in deze pijlers, wordt eenmaal per jaar aan de werknemer uitbetaald, uiterlijk bij de betaling van het loon van januari van het daaropvolgende jaar. Dat bedrag is onderworpen aan een bijzondere bijdrage van 38,07% ten laste van de werknemer.
- Wijzigingen van toepassing sinds 01/01/2026:
Enkele wijzigingen in het mobiliteitsbudget zijn op 1 januari 2026 in werking getreden:
Pijler 1 is sinds 01/01/2026 strikt voorbehouden voor voertuigen zonder CO2-uitstoot, wat de beschikbare opties verandert voor werknemers die voorheen een hybride bedrijfswagen hadden.
Voor pijler 2 zijn de in aanmerking komende categorieën verduidelijkt. Het gaat expliciet om ‘zachte mobiliteit’ (fietsen en toebehoren), abonnementen voor het openbaar vervoer, emissievrije deeloplossingen en bepaalde huisvestingsbijdragen op basis van nabijheids- of telewerkcriteria.
De minimum- en maximumbedragen van het mobiliteitsbudget zijn voor 2026 herzien: de bandbreedte is nu €3.233 tot €17.244 per jaar. Ter herinnering: het toegekende bedrag mag niet hoger zijn dan een vijfde van het brutojaarloon van de werknemer op het einde van elk kalenderjaar.
- Overgang van een vrijwillig naar een verplicht stelsel
Het mobiliteitsbudget zal naar verwachting evolueren van een vrijwillig stelsel naar een verplicht stelsel, dat gefaseerd wordt ingevoerd:
- Ondernemingen met minder dan 15 werknemers zouden worden uitgesloten van de verplichting.
- Voor ondernemingen met 50 werknemers of meer zou de verplichting ingaan vanaf 01/01/2027.
- Voor ondernemingen met minder dan 50 werknemers, maar meer dan 15 werknemers, gaat de verplichting in op 01/01/2028.
De verplichting geldt wanneer bedrijfswagens langer dan 36 maanden in gebruik zijn.
Je kan evenwel bepalen dat de werknemer moet wachten tot het einde van de lease-of gebruiksovereenkomst voordat er kan gekozen worden voor het mobiliteitsbudget.
Aangezien het mobiliteitsbudget verplicht wordt, kun je niet voorkomen dat werknemers in een functie met bedrijfswagen kiezen voor het mobiliteitsbudget. Het is wel mogelijk om hen te verplichten een deel van dat mobiliteitsbudget te besteden aan een bedrijfswagen in pijler 1.
- Clausules en bepalingen om in jouw interne beleid op te nemen
Om inspecties voor te zijn en geschillen te voorkomen, raden we aan duidelijk clausules op te nemen in jouw interne beleid:
- procedure voor het kiezen voor en aanvragen van het mobiliteitsbudget;
- kalender voor het maken van de keuze en instapregels bij lopende leasecontracten,
- methoden voor het berekenen en betalen het resterende saldo
- regelmatige communicatie aan de werknemers over de toegekende bedragen en financiële gevolgen.
Het mobiliteitsbudget evolueert en wordt een belangrijk onderdeel van het HR-beleid voor bedrijven die bedrijfswagens aanbieden. BDO ondersteunt werkgevers bij het aanpassen van interne regelgeving, operationele implementatie, het berekenen van fiscale en sociale gevolgen en communicatie met werknemers.
Wilt u graag praktische ondersteuning? Neem contact met ons op voor een persoonlijke analyse — wij helpen u heldere procedures op te stellen en snel te implementeren.