Bij het einde van het boekjaar worden hierop de pro-rata van de kosten geboekt, die pas in een later boekjaar zullen worden betaald, maar die ten laste van het voorbije boekjaar moeten worden gelegd.
Gegevens :
Op 31 januari 200X+1 moet de onderneming de jaarlijkse intrest betalen van een schuld voor de periode 1 februari 200X-31 januari 200X+1. Bedrag : 15.000 EUR. Per einde 200X bedroeg het gedeelte van deze kost die betrekking heeft op het voorbije boekjaar dus 15.000 EUR x 11/12 = 13.750 EUR.
Journaalposten
Journaalpost bij het afsluiten van het boekjaar 200X:
| D/C | Rekening | Omschrijving | Debet | Credit |
|---|
| D | 6500 | Intresten | 13.750 |
|
| C | 492 | Toe te rekenen kosten |
| 13.750 |
Journaalpost bij het begin van het volgend boekjaar 200X+1:
| D/C | Rekening | Omschrijving | Debet | Credit |
|---|
| D | 492 | Toe te rekenen kosten | 13.750 |
|
| C | 6500 | Intresten |
| 13.750 |
Journaalpost bij betaling van de intrest in 200X+1 :
| D/C | Rekening | Omschrijving | Debet | Credit |
|---|
| D | 6500 | Intresten | 15.000 |
|
| C | 55 | Kredietinstellingen |
| 15.000 |