• Vergoeding van kosten bij elektrische (bedrijfs)wagens

Vergoeding van kosten bij elektrische (bedrijfs)wagens

04 augustus 2022

Elektrische bedrijfswagens winnen steeds meer terrein. Ze zijn dan ook fiscaal- en sociaalrechtelijk veel interessanter geworden dan de bedrijfswagens op fossiele brandstoffen. Maar hoe zit het met de vergoeding van de kosten van het elektrisch opladen van deze wagens?

Hypothese 1: de werknemer krijgt een bedrijfswagen ter beschikking voor persoonlijk gebruik (voordeel alle aard in loonadministratie)

Wanneer de werkgever een elektrische bedrijfswagen ter beschikking stelt aan zijn werknemer, dan menen de RSZ en de fiscus dat alle voordelen die verbonden zijn aan het gebruik van de elektrische bedrijfswagen uitgesloten zijn van het loonbegrip. Het gaat hierbij dan bijvoorbeeld om de kosten voor de installatie van de elektrische laadpaal bij de werknemer thuis of de terugbetaling hiervan, het gebruik van de laadpaal in de lokalen van de werkgever, de verbruikte elektriciteit (indien de laadpaal enkel voor het bedrijfsvoertuig wordt gebruikt) en de (smart-)kabel. Alleen een CO2-bijdrage is verschuldigd.

 

Aandachtspunten voor terugbetaling kosten

Wanneer de werknemer een laadkaart ter beschikking heeft of gratis oplaadt aan een laadpaal op de bedrijfsparking, dan is de werkelijke kost duidelijk. Geen bijkomend voordeel in natura is verschuldigd in deze gevallen.

Het terugbetalen van thuisladen is minder eenvoudig.

 

Standpunt RSZ

Voor de kosten van elektrisch laden is het standpunt van de RSZ dat de werkgever de werkelijke kosten met betrekking tot het thuisladen moet kunnen bewijzen. Wanneer het voertuig bij de werknemer thuis wordt opgeladen, moet de werkgever kunnen aantonen dat hij enkel de elektriciteit terugbetaalt die in verband met de  elektrische bedrijfswagen is verbruikt.

Bij gebrek aan een moderne variant van laadpaal of slimme laadkabels, zal de werknemer slechts over één globale elektriciteitsfactuur beschikken voor zijn persoonlijk elektriciteitsverbruik en dat van het elektrisch laden. De toekenning van een forfaitaire vergoeding wordt in dergelijke situatie door de RSZ niet aanvaard. Indien het niet mogelijk is om het deel van het elektriciteitsverbruik voor de bedrijfswagen duidelijk te onderscheiden van het algemene elektriciteitsverbruik van de werknemer, moet de werkgever kunnen aantonen (bijvoorbeeld op basis van de afgelegde kilometers en het gemiddelde verbruik) dat de vergoeding niet hoger is dan de werkelijk door de werknemer gemaakte kosten. In het laatste geval is het absoluut noodzakelijk dat de werknemer het voertuig systematisch thuis (en dus niet op het terrein van de werkgever) oplaadt.

 

Standpunt van de fiscus

In geval de werkgever de elektriciteitskost terugbetaalt voor het thuisladen, wordt er geen bijkomend voordeel alle aard aangerekend wanneer de werkgever:

  • naast een elektrische bedrijfswagen eveneens een home charger (Wallbox) of een elektrische laadpaal ter beschikking stelt van zijn werknemer;
  • die over een specifiek communicatiesysteem beschikt dat aan de werkgever communiceert hoeveel elektriciteit er wordt verbruikt;
  • en de van toepassing zijnde car policy bovendien voorziet in de terugbetaling van de met de home charger “getankte” elektriciteit.

Belangrijk te vermelden is dat deze terugbetaling op basis van de ‘marktprijs’ dient te gebeuren opdat er geen bijkomend voordeel alle aard moet worden aangerekend. In deze fase van de wetgeving wordt er niet zonder meer aanvaard dat er wordt gewerkt met één vast tarief, het doorgerekende tarief dient een weerspiegeling te zijn van de werkelijke kost. De werkgever kan overwegen om een ruling aan te vragen en desgevallend een akkoord van de fiscus te bekomen indien zijn schatting van de laadkosten gebaseerd is op ernstige normen (bijvoorbeeld het hanteren van de gemiddelde kostprijs van de VREG). De RSZ hoeft evenwel geen rekening te houden met deze ruling van de fiscus.

Wanneer de werknemer eigenaar is van de laadpaal en niet beschikt over een laadpas, dan zal de terugbetaling van de getankte elektriciteit het fiscaal en sociaal zekerheidsregime volgen van de verplaatsingen die met de ‘getankte elektriciteit’ gereden worden: dienstverplaatsing (vrijgesteld), woon-werkverkeer (430 EUR in inkomstenjaar 2022 fiscaal vrijgesteld/volledig vrijgesteld van sociale zekerheid) en privé verplaatsingen (bijkomend voordeel).

 

Aandachtspunten wanneer de werkgever de kosten ten laste neemt voor laadpalen geïnstalleerd bij de werknemer

In principe is er geen bijkomend voordeel alle aard op te nemen wanneer er al een voordeel alle aard voor de bedrijfswagen wordt aangerekend. Dit geldt onverminderd voor het gebruik van de laadpaal.

Echter, een laadpaal die geïnstalleerd werd bij de werknemer thuis en die niet verwijderd wordt op het einde van de leaseperiode moet volgens de RSZ wel steeds als een voordeel in natura beschouwd worden. De fiscus is in dit opzicht soepeler en meent dat een eigendomsoverdracht van de laadpaal meer dan 4 jaar na de installatie van deze laadpaal geen bijkomend belastbaar voordeel meebrengt voor de werknemer.

 

Hypothese 2: de werknemer heeft geen bedrijfswagen ter beschikking voor persoonlijk gebruik

Wanneer een werknemer zijn eigen elektrische wagen gebruikt, dan worden de voordelen die de werkgever ter beschikking stelt aan zijn werknemer en die verbonden zijn aan het gebruik van deze elektrische wagen, wel als voordeel in natura beschouwd. Een uitzondering hierop is de terugbetaling voor dienstverplaatsingen gedaan met de eigen wagen waarbij het kilometerforfait van 0,3707 EUR/km (vanaf 1/7/2021 – 30/6/2022) en 0,4170 EUR/km (vanaf 1/7/2022 – 30/6/2023) gebruikt wordt. Belangrijk in dit geval is dat het een terugbetaling is per kilometer, niet gelinkt aan de terugbetaling van elektriciteit.

Let wel, er is in principe ook geen voordeel in hoofde van de werknemer wanneer deze betaalt voor de tankbeurt. Deze kost moet dan gelijk zijn aan wat de werknemer normaal voor deze elektrische oplaadbeurt zou hebben betaald. Indien deze lager zou zijn, bedraagt het voordeel van alle aard het verschil tussen:

  • De marktprijs;
  • Verminderd met het betaalde bedrag door de werknemer.

Deze ‘marktprijs’ is inderdaad afhankelijk van verschillende parameters. Zoals hoger bij de terugbetaling vermeld werd, wordt er niet zonder meer aanvaard dat er wordt gewerkt met één vast tarief, het doorgerekende tarief dient een weerspiegeling te zijn van de werkelijke kost.

 

*           *           *

Heeft u vragen over de terugbetaling van kosten in het kader van groene mobiliteit, aarzel dan niet om contact op te nemen met een van onze experten.