Belgische bedrijven groeien trager door: vier hardnekkige mythes over scaling

Antwerp Management School en BDO Belgium bundelen 25 jaar onderzoek naar scaling en tonen waarom snelheid, kapitaal en vroege professionalisering geen garantie bieden op duurzame groei

Mensen die al wandelen aan het spreken zijn.
België telt steeds meer nieuwe ondernemingen, maar relatief weinig jonge bedrijven groeien uit tot grote werkgevers. Belgische ondernemingen laten in hun eerste vijf jaar gemiddeld minder groei zien dan bedrijven in buurlanden. Dit vormt een uitdaging voor de Belgische economie, maar verklaart niet waarom sommige bedrijven wel of niet doorgroeien. Om beter te begrijpen wat duurzame groei vraagt, bundelden Antwerp Management School en BDO Belgium 25 jaar internationaal academisch onderzoek naar scaling. Het nieuwe rapport ontkracht tien mythes over groei. Hieronder worden er vier toegelicht, de overige zijn te lezen in het onderzoeksrapport onderaan. 

In 2025 registreerde de Kruispuntbank van Ondernemingen ruim 130.000 nieuwe ondernemingen, het hoogste aantal in tien jaar. Dat cijfer toont een sterke ondernemingsdynamiek, maar zegt op zich niets over hoeveel van die ondernemingen later duurzaam doorgroeien. Afzonderlijke cijfers van de Nationale Bank wijzen er wel op dat België voor ondernemingsgroei minder sterk scoort dan een aantal Europese vergelijkingslanden. In een vergelijking van jonge ondernemingen stijgt het aantal werknemers in Belgische bedrijven na vijf jaar gemiddeld met 46%, tegenover 150% in Frankrijk. Daarnaast vertegenwoordigen snelgroeiende bedrijven volgens de gehanteerde NBB-definitie 5% van de Belgische werkgelegenheid, tegenover 10% in Europa. Voor de subcategorie van jonge snelgroeiende bedrijven, de zogenoemde gazelles, gaat het om 0,2%, tegenover 0,7% in Europa. 

Hoewel deze indicatoren verschillende groepen meten en niet direct vergelijkbaar zijn, tonen ze samen aan dat meer Belgische ondernemingen ondersteuning nodig hebben om duurzaam te groeien. 

België heeft dus geen gebrek aan ondernemingszin. De echte uitdaging begint wanneer bedrijven hun eerste succes moeten omzetten in herhaalbare en duurzame groei. Om beter te begrijpen wat dat vraagt, brachten Antwerp Management School en BDO Belgium 25 jaar academisch onderzoek naar scaling samen in een nieuw onderzoeksrapport. Deze vier hardnekkige aannames tonen waarom opschalen vaak complexer is dan het op het eerste gezicht lijkt: 

1. Scaling betekent vooral zo snel mogelijk groeien 

Wie snel groeit, lijkt goed bezig. Maar een steile omzetcurve zegt weinig over de houdbaarheid van dat succes. Onderzoek toont dat veel snelgroeiende bedrijven nooit winstgevend worden en dat te snelle groei de organisatie operationeel, financieel en bestuurlijk onder druk kan zetten. Schalen vraagt daarom meer dan versnellen: bedrijven moeten hun processen, leiderschap en systemen in hetzelfde tempo laten meegroeien. Soms zorgt een tragere start net voor een sterkere basis voor een latere groeispurt. 

2. Eerst klanten winnen, daarna bouwen we de organisatie  

“Eerst verkopen, later organiseren” klinkt logisch, maar kan snel voor problemen zorgen. Een bedrijf moet natuurlijk eerst weten of er voldoende vraag is naar zijn producten of diensten. Maar het moet zich ook voorbereiden op wat groei met zich meebrengt. Wie al vroeg uitgebreide processen, systemen en managementlagen invoert, maakt de organisatie duurder en trager dan nodig. Wie te lang wacht, riskeert dan weer meer klanten binnen te halen dan de organisatie aankan. Succesvolle scale-ups zoeken daarom voortdurend het juiste evenwicht: ze testen de markt, pakken de belangrijkste knelpunten aan en laten hun organisatie stap voor stap meegroeien. 

Er bestaat geen vast recept om van start-up naar scale-up te groeien. Elk bedrijf moet zelf bepalen wat de volgende groeifase vraagt: meer klanten, betere processen, sterker leiderschap of extra financiering. Ook oprichters hoeven niet automatisch opzij te stappen. Hun rol kan mee evolueren met het bedrijf. Daarom mag ook het beleid niet stoppen bij de oprichting van nieuwe ondernemingen. Groeibedrijven hebben ook in latere fases gerichte ondersteuning nodig.

Prof. Dr. Robin De Cock

3. Hoe sneller je professionaliseert, hoe beter

Het lijkt logisch om bij groei meer processen, management en structuur toe te voegen. Te snelle professionalisering werkt echter vaak averechts: bedrijven leggen regels vast terwijl ze nog leren wat werkt, waardoor ze trager en minder wendbaar worden. Succesvolle scale-ups bouwen daarom stap voor stap meer structuur in, afgestemd op de uitdagingen van elke groeifase. Niet hoe snel een bedrijf professionaliseert, maar hoe goed de aanpak aansluit bij wat de organisatie op dat moment nodig heeft, maakt het verschil. 

4. Zonder grote financiële middelen kun je niet schalen

Veel kapitaal helpt om talent aan te werven, technologie te ontwikkelen en nieuwe markten te betreden. Maar geld alleen maakt een bedrijf nog niet schaalbaar. Zonder een sterk businessmodel, goed leiderschap en een organisatie die klaar is voor groei, kan extra financiering bestaande problemen zelfs vergroten. Veel financiële ruimte kan er bovendien toe leiden dat bedrijven te snel uitbreiden of te weinig scherpe keuzes maken. Investeerders stappen vaak pas in wanneer een onderneming al bewezen heeft dat haar aanpak werkt. Kapitaal kan groei dus versnellen, maar vormt zelden de basis ervan. 

Dave Vanhaute BDO

In de praktijk zien we dat groeibedrijven vaak te veel tegelijk willen aanpakken. Ze boeken de meeste vooruitgang door eerst te bepalen welk knelpunt hun volgende groeifase afremt en hun mensen, tijd en kapitaal daarop te richten. Dat kan een commerciële, operationele of organisatorische uitdaging zijn. Scaling draait dus niet om een lange checklist, maar om de juiste keuzes op het juiste moment.

Meer informatie over het onderzoek en de samenwerking tussen Antwerp Management School en BDO Belgium leest u hier

Over het onderzoek 

Voor het rapport Debunking scaling myths brachten Antwerp Management School en BDO Belgium 25 jaar academisch onderzoek naar groei en scaling samen. Het onderzoeksteam screende meer dan 2.800 publicaties en selecteerde 359 studies voor verdere analyse. Op basis daarvan formuleerden de onderzoekers tien courante mythes over onder meer groeisnelheid, klantenwerving, leiderschap, financiering, professionalisering, regelgeving en overnames.