Wanneer we het over concurrentievermogen hebben, bevindt Europa zich in een lastig parket. Enerzijds zien we enorme investeringen in technologie, duurzaamheid en de groene transitie. Maar anderzijds blijft het continent worstelen met schaal, snelheid en uitvoeringskracht. De Verenigde Staten en China bespelen de markten door middel van hyperkapitaal, een agressieve commercialiseringstrategie en een krachtig industrieel beleid. En Europa? Dat raakt vaak verstrikt in overleg en regelgeving.
Belgische bedrijven voelen die druk dubbel. Want door de kleine binnenlandse markt, hoge arbeidskosten en complexe regels is het moeilijker om te concurreren op het internationale toneel. Het rapport Foundations for Growth 2026 van de OESO bevestigt dat patroon: de buitensporige regelgevende druk in België, nog verergerd door verschillen tussen de gewesten, brengt aanzienlijke kosten met zich mee voor ondernemingen, terwijl de zwakke bedrijfsdynamiek de productiviteitsgroei heeft afgeremd. En toch is de Belgische beroepsbevolking nog steeds een van de meest productieve in de OESO.
In ons Trendrapport: het bedrijfsleven in 2030, een samenwerking met trendwatcher Tom Palmaerts, onderzoeken we waarom innovaties opschalen zo moeilijk blijkt in Europa en wat Belgische bedrijven kunnen doen om dat patroon te doorbreken.


