• Belgium Holland Country Desk - December 2022

    Ondernemingsfiscaliteit: Schaf je een (elektrische) auto aan in een Belgische of in een Nederlandse vennootschap?

Nieuwsbrieven:

Ondernemingsfiscaliteit - Schaf je een (elektrische) auto aan in een Belgische of in een Nederlandse vennootschap?

20 december 2022

A. Aanschaf in een Belgische vennootschap 

1. Aftrekbaarheid in de vennootschap

1.1. Huidige regeling

De kosten van een auto in een Belgische vennootschap zijn  slechts beperkt aftrekbaar. Het percentage van de aftrek is afhankelijk van de CO2-uitstoot en aandrijvingsmotor. De aftrekbaarheid schommelt tussen de 50% en 100% op basis  van onderstaande formule: 

AFTREK % = 120% - (0,5 x coëfficiënt x aantal  gram CO2 per kilometer) 

De coëfficiënt bedraagt 1 voor voertuigen met een dieselmotor, 0,90 voor voertuigen op aardgas, 0,95 voor  voertuigen met een andere motor. Voor zeer vervuilende wagens (CO²-uitstoot van meer dan 200 gram per kilometer wordt de fiscale aftrekbaarheid  vastgelegd op 40%. 

Naast de beperkte aftrekbaarheid van de autokosten, moet de belastbare basis van een vennootschap worden  verhoogd met een bepaald percentage van het belastbare voordeel (bijtelling) die de gebruiker van de auto geniet.  

Meer bepaald wordt in de vennootschapsbelasting 17% van het berekende belastbaar voordeel als verworpen uitgave  belast. Dit percentage wordt opgetrokken tot 40% ingeval  de vennootschap de brandstofkosten voor het persoonlijk  gebruik geheel of gedeeltelijk ten laste neemt. De  toevoeging aan de verworpen uitgaven geldt ook in geval  de gebruiker een eigen bijdrage betaalt, en vormt een  minimaal belastbare basis voor de vennootschap.

1.2. Toekomstige regeling

Wagens met een fossiele verbrandingsmotor die worden  aangekocht vanaf 1 januari 2026 zullen niet langer fiscaal  aftrekbaar zijn. Voorafgaand is er een overgangsperiode,  waarbij de eerste wijzigingen in 2023 in werking treden.   

In de overgangsregeling zijn er voor de wagens die  (gedeeltelijk) gebruik maken van fossiele brandstoffen  twee belangrijke data, met name 1 juli 2023 en 1 januari  2026. Wagens die aangekocht worden vanaf 1 juli 2023  komen in een fiscaal uitdoofscenario terecht waarbij deze vanaf 1 januari 2026 niet langer fiscaal aftrekbaar zijn.  

De overgangsregeling maakt een onderscheid tussen drie soorten van auto’s: de auto’s die volledig op fossiele brandstoffen  rijden, de plug-in hybride auto’s en de volledig elektrische auto’s. Afhankelijk van de aandrijving van de auto zal een andere overgangsregeling van toepassing zijn. Hieronder geven we per categorie een overzicht van de overgangsregeling. Belangrijk  is dat men steeds moet kijken naar de aankoopdatum (datum ondertekening bestelbon) van een voertuig om te bepalen  welke overgangsregeling van toepassing is. 

Auto’s op fossiele brandstoffen 

Plug-in hybride auto’s 

Nulemmissievoertuigen 

1.3. Incentive installatie laadstations 

De Belgische overheid wil duidelijk inzetten op een versnelde elektrificatie van het Belgische wagenpark. Om dit te bewerkstelligen, is het belangrijk dat er voldoende laadinfrastructuur beschikbaar is. Hiervoor is een fiscaal gunstregime uitgewerkt voor zowel particulieren als ondernemingen. Particulieren krijgen een  
belastingvermindering van 45% voor investeringen in laadstations die voor 31 december 2022 worden  
geïnstalleerd, in 2023 bedraagt deze belastingvermindering nog 30% en investeringen gedaan tussen 1 januari 2024 en 31 augustus 2024 geven een belastingvoordeel van 15%.  Men mag maximaal een investering van 1.500 EUR in  aanmerking nemen én men mag dit voordeel slechts één keer genieten. 

Voor ondernemingen is er een voordeel uitgewerkt dat  bestaat in een verhoogde kostenaftrek. Laadstations geïnstalleerd tussen 1 september 2021 en 31 maart 2023 zijn 200% fiscaal aftrekbaar, laadstations die worden  geïnstalleerd tussen 1 april 2023 en 31 augustus 2024  zullen 150% fiscaal aftrekbaar zijn. 

2. Het belastbaar voordeel (bijtelling) voor de gebruiker 

Een werknemer of bedrijfsleider die een bedrijfswagen ter beschikking heeft waarmee hij zowel beroeps- als  privéverplaatsingen (waaronder woon-werkverkeer) doet, geniet een belastbaar voordeel. De berekening van het voordeel wordt gemaakt op basis van de cataloguswaarde, de leeftijd van de auto en de CO2-uitstoot van het voertuig. Indien de  gebruiker een eigen bijdrage betaalt voor het privégebruik van de wagen, dan wordt die in mindering gebracht van het  belastbare voordeel. Concreet wordt het voordeel berekend op jaarbasis via de volgende formule: 

Het voordeel daalt in functie van de ouderdom van het voertuig. De cataloguswaarde wordt jaarlijks met 6% verminderd, zonder dat deze basis lager mag worden dan 70%. Voor 2022 bedraagt de CO2 coëfficiënt 5,5 % bij een CO2-uitstoot van 75 g/km voor een dieselwagen en 91 g/km voor een benzinewagen. Per extra gram CO2/km meer dan wel minder, verhoogt of verlaagt deze coëfficiënt met 0,1 %. De coëfficiënt mag echter nooit minder bedragen dan 4% of  meer dan 18%. Daarnaast kan het voordeel alle aard op jaarbasis echter nooit minder dan 1.400 EUR bedragen (voor kalenderjaar 2022).  

3. Recuperatie van btw 

Vennootschappen die een btw-activiteit uitoefenen, kunnen de 21% btw op de aankoop en bijkomende kosten (onderhoud, benzine, …) van een personenauto slechts gedeeltelijk recupereren. De btw-aftrek wordt slechts toegestaan in verhouding tot het beroepsgebruik van de auto, met een  
absoluut maximum van 50%, zelfs indien het beroepsmatig gebruik hoger ligt. 

Er zijn 3 btw-aftrekmethodes die kunnen gehanteerd worden.

Methode 1: werkelijk professioneel gebruik 

De eerste methode bestaat uit het voeren van een rittenadministratie. Elke rit, zowel beroeps- als privématig, moet volledig gedocumenteerd worden. Op basis van deze administratie wordt het beroepsmatig gebruik onderscheiden van de privématige kilometers en krijg je een percentage voor de btw-aftrek, beperkt tot maximaal 50%.

Methode 2: semi-forfaitaire methode 

Voor de semi-forfaitaire methode mag het privégebruik berekend worden aan de hand van de afstand van de woonplaats tot het werk (woon-werkverkeer wordt namelijk als privégebruik beschouwd) voor een verondersteld (vast) aantal werkdagen van 200 en een forfait van 6000 km voor de “overige” privékilometers. De administratieve last van de rittenadministratie wordt daarmee verminderd. Dit 
resulteert in de volgende formule: 

Het resulterend percentage voor btw-aftrek wordt opnieuw 
beperkt tot maximaal 50%.

Methode 3: forfaitaire methode 

De aftrek is beperkt tot een forfaitair bedrag van 35%. Een vennootschap die kiest voor deze forfaitaire methode moet deze methode toepassen voor al haar bedrijfswagens gedurende 4 opeenvolgende boekjaren. 

B. Aanschaf in een Nederlandse vennootschap 

1. Aftrekbaarheid in de vennootschap 

Wanneer een auto door een vennootschap wordt  aangeschaft, behoort deze volledig tot het ondernemingsvermogen van de vennootschap. 

De vennootschap dient jaarlijks een percentage af te schrijven over de aanschaffingswaarde van de auto en dit mag ten hoogste 20% per jaar zijn, rekening houdend met een restwaarde en een bestendige gedragslijn. Bij de verkoop van een auto komen de boekresultaten ten gunste of ten laste van het resultaat. Kosten die betrekking hebben op  de auto zijn volledig aftrekbaar.

Hierbij valt te denken aan brandstofkosten, verzekeringskosten, onderhoudskosten of  lease- en rentekosten in geval van het leasen van een auto.  Slechts (een beperkt deel) van vervoerskosten die verband  houden met activiteiten die een gedeeltelijk privékarakter  hebben (bijvoorbeeld studiereizen of recepties) dienen te  worden gecorrigeerd. 

Personenauto’s komen niet in aanmerking voor  kleinschaligheidsinvesteringsaftrek. Daarnaast staan elektrische personenauto’s in 2022 niet meer op de milieulijst. Hierdoor kan géén aanspraak meer gemaakt  worden op Milieu-investeringsaftrek (MIA) en/of de regeling  Willekeurige afschrijving milieu-investeringen (VAMIL). Enkel  ten aanzien van elektrisch of met waterstof aangedreven  bestelauto’s (en soortgelijke voertuigen) kan – indien voldaan aan de voorwaarden – nog aanspraak gemaakt worden op MIA  en/of VAMIL. 

2. Het belastbaar voordeel  (bijtelling) voor de gebruiker 

Een werknemer of directeur-grootaandeelhouder die een auto ter beschikking krijgt gesteld van de vennootschap  die hij voor privédoeleinden mag gebruiken, is belasting  verschuldigd over de bijtelling voor de auto. Wanneer hij op jaarbasis niet meer dan 500 kilometer privé rijdt met  de auto, mag toepassing van de bijtellingsregels onder  voorwaarden achterwege blijven. 

De bijtelling is een percentage over de Nederlandse  (catalogus)waarde van de auto. Afhankelijk van het  aanschaffingsjaar en de CO2-uitstoot van de auto, varieert  het percentage en de grondslag waarover de bijtelling  wordt gerekend. Voor auto’s met een datum eerste  toelating van na 31 december 2016 die een CO2-uitstoot  van meer dan nul hebben, is het bijtellingspercentage 22% over de cataloguswaarde. In het verleden gold ook voor  auto’s met een CO2-uitstoot van tussen de 0 en 50 gram/ km een verlaagd bijtellingspercentage. 

Indien de auto meer dan 15 jaar geleden voor het eerst in gebruik is genomen, geldt een bijtellingspercentage van  35% (youngtimers). Echter, de bijtelling dient gerekend te worden over de waarde (economisch verkeer) van de  youngtimer in plaats van de cataloguswaarde.  

Voor auto’s met een CO2-uitstoot van nul geldt een verlaagd bijtellingspercentage. Voor auto’s die in 2022 in  gebruik worden genomen is het bijtellingspercentage 16%  van de cataloguswaarde tot € 35.000. Voor het deel  daarboven geldt het ‘reguliere’ tarief van 22%. De  begrenzing van het verlaagde tarief is niet van toepassing  op auto’s die op waterstof worden aangedreven of (onder  voorwaarden) auto’s die volledig worden aangedreven door geïntegreerde zonnecellen. Het verlaagde  bijtellingspercentage geldt voor maximaal zestig maanden  en deze termijn gaat in op de eerste dag van de maand die volgt op de maand van eerste toelating. Het verlaagde  bijtellingspercentage blijft gelden wanneer de eigenaar  
van auto wisselt.  

Voor emissieloze auto’s die in 2023 in gebruik worden  genomen geldt een cap van € 30.000. Over het meerdere van de cataloguswaarde geldt het reguliere bijtellingspercentage van 22%. Ook het verlaagde  bijtellingspercentage en de cap is de afgelopen jaren verminderd en wordt de komende jaren langzaam verder afgebouwd. Vanaf 2026 zal voor auto’s met een CO2- uitstoot van nul het reguliere bijtellingspercentage van toepassing zijn.   

Bijtelling auto’s met nul CO2-uitstoot 

3. Recuperatie van BTW 

Voor de btw kan een vennootschap een auto die (deels)  zakelijk gebruikt wordt, volledig tot zijn bedrijfsvermogen  rekenen. De btw op de aanschaf en de kosten verbonden  aan het gebruik en onderhoud van de auto kan dan in aftrek worden gebracht, voor zover de auto wordt gebruikt voor btw-belaste prestaties. Als de auto ook voor  privédoeleinden wordt gebruikt door de ondernemer of  
zijn personeel, leidt dit gebruik tot btw-heffing. Hierbij  kunnen twee situaties worden onderscheiden:  

A. Géén vergoeding privégebruik 

Het privégebruik van de auto wordt voor de btw als een  fictieve dienst gezien wanneer voor de auto volledig of  gedeeltelijk recht op aftrek van btw is ontstaan. Woon- werkverkeer wordt voor de btw-heffing ook als  privégebruik aangemerkt. Om de verschuldigde btw over het privégebruik te kunnen bepalen, gelden de volgende methodes.  

Methode 1: btw over werkelijk gebruik 

Het uitganspunt is dat de btw moet worden gerekend over de werkelijke kosten van het privégebruik auto. Hiertoe is vereist  dat een sluitende kilometeradministratie wordt bijgehouden waaruit het privégebruik blijkt. Hierover is 21% btw verschuldigd aan het einde van het boekjaar van de ondernemer. De werkelijke kosten zijn kosten waar de btw op drukt, zoals  aanschafkosten die worden toegerekend aan dat jaar, betaalde leasetermijnen, onderhoudskosten en benzinekosten.  

Ten aanzien van de aanschafkosten dient 1/5e van de aanschafwaarde per jaar in aanmerking genomen te worden indien uit wordt gegaan van afschrijving van de auto in vijf jaar. In het jaar van aankoop en de daarop volgende vier jaren dient  daardoor per jaar 1/5e van de aanschafwaarde in aanmerking genomen te worden voor zover bij de aanschaf btw in aftrek  kon worden gebracht. 

De verschuldigde btw kan op basis van de hoofdregel als volgt berekend worden: 

Methode 2: forfait

Indien het werkelijk privégebruik of de werkelijke kosten  niet bekend zijn of niet kunnen worden vastgesteld, is  goedgekeurd dat de btw-correctie 2,7% van de  catalogusprijs (inclusief btw en bpm) van de auto bedraagt. Een kilometeradministratie hoeft niet te worden bijgehouden wanneer het forfait wordt toegepast. In bepaalde situaties kan een forfait van 1,5% van de  cataloguswaarde (inclusief btw en bpm) worden toegepast. 

Let op! Ter zake van de berekening van de verschuldigde  btw over het privégebruik van de auto zijn specifieke regels en goedkeuringen van toepassing. 

B. Wel vergoeding privégebruik

Als de auto niet kosteloos voor privédoeleinden mag worden gebruikt, maar hiervoor een vergoeding moet  worden betaald, geldt niet de regeling zoals beschreven  onder A. Het geven van gelegenheid tot privévervoer is dan een ‘gewone’ (verhuur)dienst, waarover de ondernemer btw is verschuldigd.  

Let op! Als de vergoeding voor het privégebruik lager is dan de ‘normale waarde’ van het privégebruik, dan is de  ondernemer btw verschuldigd over de normale waarde. Dit  geldt alleen als de afnemer (degene die de auto voor  privédoeleinden gebruikt) een verbonden afnemer is,  bijvoorbeeld een werknemer of familielid. 

De berekening van de normale waarde kan op praktische  problemen stuiten wanneer een marktconforme prijs niet is vast te stellen. Omwille van een redelijke wetstoepassing neemt de Belastingdienst, alleen voor deze  situatie, daarom het standpunt in dat voor het bepalen van de normale waarde voor de desbetreffende auto kan worden uitgegaan van de bij de ondernemer voor die auto gemaakte kosten (waaronder ook de kosten worden  begrepen ter zake waarvan geen recht op volledige of gedeeltelijke aftrek van de btw is ontstaan, zoals BPM,  MRB, verzekeringskosten en dergelijke) en voor zover die kosten toerekenbaar zijn aan het privégebruik. Tot de  kosten moeten ook de bedrijfseconomische afschrijvingskosten worden gerekend.