Hof van Justitie: laattijdige factuur kan btw-driehoeksverkeer niet regulariseren
Hof van Justitie: laattijdige factuur kan btw-driehoeksverkeer niet regulariseren
In haar arrest van 7 oktober 2026 (zaak T-773/25) heeft het Gerecht van de Europese Unie de voorwaarden voor de toepassing van de btw-vereenvoudigingsregeling voor intracommunautair driehoeksverkeer verder verduidelijkt (en aangescherpt). Het Gerecht oordeelde dat de uitreiking van een factuur met de verplichte vermelding “Btw verlegd” meerdere jaren na een transactie er niet toe kan leiden dat die transactie alsnog onder de vereenvoudigingsregeling voor intracommunautair driehoeksverkeer valt.
Wat was het probleem?
De zaak betrof een Oostenrijkse vennootschap die betrokken was bij grensoverschrijdende goederenleveringen tussen drie EU-lidstaten. De vennootschap reikte aanvankelijk facturen uit zonder verwijzing naar de verplichte verwijzing naar de verlegging van de heffing en voldeed daardoor niet aan alle voorwaarden voor de toepassing van de btw-vereenvoudigingsregeling voor intracommunautair driehoeksverkeer. Enkele jaren later reikte zij nieuwe facturen uit met de vereiste vermelding en trachtte zij de vereenvoudigingsregeling vanaf dat moment toe te passen. Het Gerecht verwierp deze aanpak.
Geen regularisatie met terugwerkende of toekomstige kracht
Volgens de btw-richtlijn moet de factuur die door de tussenhandelaar bij een driehoekstransactie wordt uitgereikt de vermelding “Btw verlegd” bevatten. Onder verwijzing naar het eerdere arrest Luxury Trust Automobil (zie hierover ons eerdere artikel: Belang van de correcte factuurvermelding bij vereenvoudigd driehoeksverkeer bevestigd door het Hof van Justitie - BDO herhaalde het Gerecht dat dit een materiële voorwaarde vormt voor de toepassing van de vereenvoudigingsregeling. Wanneer die vermelding op de oorspronkelijke factuur ontbrak, is de latere uitreiking van een factuur waarop zij wel voorkomt dus niet louter een correctie van een factuur. Belangrijk is dat het Gerecht nu heeft verduidelijkt dat een dergelijke nieuwe factuur de vereenvoudigingsregeling voor de betrokken transactie noch met terugwerkende kracht kan toepassen, noch voor de toekomst kan activeren. De btw-gevolgen die ontstonden toen de oorspronkelijke transactie plaatsvond, kunnen niet achteraf worden gewijzigd door meerdere jaren later een conforme factuur uit te reiken.Waarom is dit belangrijk?
Het arrest bevestigt een strikte benadering van de EU-vereenvoudigingsregeling voor intracommunautair driehoeksverkeer en de daarmee verband houdende factureringsformaliteiten. Ondernemingen mogen er niet van uitgaan dat alle factureringsgebreken achteraf kunnen worden rechtgezet.
In dit verband is het belangrijk op te merken dat de Belgische btw-administratie de strikte uitspraak van het HvJ in het arrest Luxury Trust Automobil (C-247/21) reeds uitdrukkelijk heeft overgenomen in haar administratieve richtlijnen over dit onderwerp.
Aangezien de verbonden financiële risico’s aanzienlijk kunnen zijn (de niet-toepassing van de vereenvoudigingsregeling kan leiden tot btw-registratieverplichtingen in andere EU-lidstaten, boetes en nalatigheidsinteresten), moeten ondernemingen die betrokken zijn bij kettingtransacties binnen de EU er vanaf het begin voor zorgen dat:
-
aan alle voorwaarden voor de toepassing van de vereenvoudigingsregeling voor driehoeksverkeer is voldaan;
-
de juiste btw-identificatienummers worden gebruikt;
-
de facturen van de tussenhandelaar aan de eindklant de verplicht vereiste factuurvermeldingen bevatten (bv. “Vereenvoudigd driehoeksverkeer – Medecontractant aangewezen als persoon die tot voldoening van de btw is gehouden – artikelen 141 en 197 van de EU-Richtlijn”);
-
de transacties correct worden opgenomen in de relevante btw-aangiften; en
-
ERP- en facturatiesystemen driehoekstransacties kunnen onderscheiden van ‘gewone’ intracommunautaire transacties.
Aanbeveling van BDO
Dit arrest bouwt voort op de eerdere rechtspraak van het HvJ in het arrest Luxury Trust Automobil en beperkt verder de mogelijkheid om onjuist uitgevoerde driehoekstransacties te regulariseren.
De praktische boodschap is dan ook duidelijk. Voor driehoekstransacties binnen de EU moet de juiste btw-behandeling vanaf het begin in het transactie- en facturatieproces zijn ingebouwd. Ondernemingen met aanzienlijke grensoverschrijdende goederenstromen wordt aangeraden hun logica voor de btw-bepaling, factuursjablonen en controles rond btw-identificatienummers te herzien, met name wanneer ERP-systemen kettingtransacties automatisch classificeren. Fouten die tijdens een latere btw-controle worden vastgesteld, kunnen mogelijk niet langer eenvoudig worden rechtgezet door nieuwe facturen uit te reiken. BDO heeft ruime ervaring met het bijstaan van EU-ondernemingen in deze materie. Aarzel bij vragen of opmerkingen niet om contact op te nemen met: