Kernpunten: thuiswerk en vaste inrichting
- Een woning of "andere relevante locatie" vormt doorgaans geen VI als de betrokkene er minder dan 50% van zijn totale werktijd doorbrengt (gemeten over een periode van 12 maanden en op basis van de feitelijke situatie).
- Werkt iemand er 50% of meer, dan hangt het al dan niet bestaan van een VI af van de feiten en omstandigheden. De belangrijkste test is of de onderneming een commerciële reden heeft voor de fysieke aanwezigheid van de betrokkene in dat land.
- Voorbeelden van commerciële redenen: klantcontacten faciliteren, de ontwikkeling van relaties met klanten of leveranciers , real-time interactie met andere tijdzones (bv. callcenter of IT-support), toegang tot lokale expertise, samenwerking, dienstverlening ter plaatse, en interactie met personeel van de onderneming. Incidentele of toevallige contacten volstaan over het algemeen niet.
- Thuiswerk toestaan enkel om een werknemer te behouden of kosten te besparen (bv. kantoorhuur vermijden) geldt niet als commerciële reden. Als er zowel commerciële als niet-commerciële redenen zijn, moet worden nagegaan wat de voornaamste redenen zijn.
- De vroegere nadruk op de vraag of een werkgever een werknemer “impliciet verplichtte” om thuis te werken, is geschrapt en wordt vervangen door een praktischer en objectiever beoordelingskader.
- Specifieke regels gelden wanneer de betrokkene de hoofdpersoon is die de activiteiten van de niet-inwoner uitoefent (de woning van een zelfstandige consultant kan bijvoorbeeld een VI vormen).
Exploratie en exploitatie van winbare natuurlijke rijkdommen
De commentaar bevat verder optionele alternatieve modelregels met een lagere VI-drempel voor exploratie- en exploitatieactiviteiten van ontginbare natuurlijke rijkdommen (inclusief offshore activiteiten op de zeebodem). Die regels zijn bedoeld voor situaties die anders buiten de klassieke "vaste inrichting"-test zouden vallen.
Rechtsgebieden die dit model overnemen, kunnen een bilaterale tijdsdrempel (bv. 30, 90 dagen, enz.) en kunnen de overeenkomen heffingsbevoegdheid van de bronstaat uitbreiden naar arbeidsinkomen dat verband houdt met deze activiteiten.
Wanneer een belastbare vaste inrichting wordt geacht aanwezig te zijn, moeten er winsten aan worden toegerekend. Die toerekening moet gebeuren volgens het arm's length-beginsel, rekening houdend met de risico's en functies van de VI, en ondersteund door passende verrekenprijsdocumentatie. Deze winst, verhoogd met eventuele niet-aftrekbare kosten, wordt in België belast tegen het nominale tarief van (in principe) 25%.
Deze updates zijn bedoeld om duidelijkere en meer consistente richtlijnen te bieden voor de toepassing van belastingverdragen in de context van grensoverschrijdend telewerk en activiteiten rond grondstoffenwinning. Ze vormen een belangrijke modernisering van het VI-kader, vooral in het licht van de uitbreiding van hybride en remote werktrends sinds de pandemie. Ondernemingen worden dan ook sterk aangemoedigd om hun thuiswerkbeleid en verdragsposities te herzien en hun VI-risico te beoordelen in het licht van dit nieuwe kader.


.jpg?width=280&height=280&ext=.jpg)
