Van federaal of deelstatelijk megaproject tot lokale samenwerking
eigenaar
bouw
financiering
onderhoud
(exploitatie)
Maar dat is slechts één vorm van PPS.
DBFM(O)-projecten vertegenwoordigen weliswaar een substantieel deel van de PPS-markt, maar een samenwerking tussen een publieke actor en een private partner hoeft niet dermate complex te zijn. Wat meteen belangrijk (en goed nieuws) is voor tal van kleinere publieke entiteiten. Voor deze (vaak lokale) overheden – die niet de middelen of capaciteit hebben voor lange complexe trajecten – bestaan er eenvoudigere, nuttige alternatieven.
Verschillende verschijningsvormen
Deze projecten komen voor op alle bestuursniveaus, zeker ook lokaal: provincies, provinciale ontwikkelingsmaatschappijen, gemeenten, autonome gemeentebedrijven, intercommunales, OCMW’s, enz.
Deze lokale actoren beschikken vaak over een (helaas veelal verouderd en minstens onderhoudsintensief) patrimonium dat zij wensen op te waarderen. Met een beperkt budget en beperkte capaciteit zoeken ze slimme oplossingen om dit patrimonium als een beleidsondersteunend instrument in te zetten voor de inwoners.
Een samenwerking met een private partner voorbij de klassieke “aanbesteding” biedt dan grote meerwaarde, zonder dat dit meteen zeer complex hoeft te zijn.
Eenvoudige transacties en hun beperkingen
Soms beperkt de transactie zich tot een verkoop van onroerend goed. Dat levert snel geld op, maar die percelen verdwijnen dan definitief uit het publieke patrimonium. De koper bepaalt vervolgens zelf – binnen de ruimtelijke bestemming – wat er gebeurt met de aangekochte percelen. Dit is een “one shot” oplossing, maar zonder langdurige meerwaarde.
eigenaar
koper
met investeerder
Bij gebiedsontwikkeling blijft het publiek patrimonium ook vaak in publieke handen. In plaats van een verkoop kent de publieke actor dan een langdurig zakelijk recht toe: erfpacht, opstal, of eventueel vruchtgebruik. De private partner betaalt een marktconforme vergoeding en ontwikkelt en exploiteert de betrokken percelen binnen de ruimtelijke bestemming. Vaak worden de gerealiseerde bouwwerken vervolgens aan de publieke actor ter beschikking gesteld tegen een vergoeding in omgekeerde richting. Zo blijven de percelen uiteindelijk publiek bezit, maar worden die toch actief gebruikt en opgewaardeerd.
eigenaar
houder zakelijk recht
met investeerder
In Vlaanderen faciliteerde het Decreet van 18 juli 2003 betreffende publiek-private samenwerking al meer dan twintig jaar geleden deze vestiging van zakelijke rechten. Latere regelgeving zoals het Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur nam dit over - onder meer ten gunste van gemeenten en autonome gemeentebedrijven.
Gemengde ontwikkeling
De gebiedsontwikkeling hoeft geen volledig publieke bestemming te krijgen. Een combinatie is mogelijk: publieke ontwikkeling (school, bibliotheek, sportinfrastructuur, enz.) én private ontwikkeling (residentieel wonen met private parking, retail, enz.) op de betrokken percelen. De grondwaarde voor de private ontwikkeling kan dan dienen ter (gedeeltelijke) compensatie voor de realisatie van de publieke ontwikkeling.
eigenaar
ontwikkelaar/investeerder
kopers/huurders
Samenwerkingsvehikels
Voor een complexere samenwerking kan, rechtstreeks of via een tussenvehikel, een samenwerkingsverband (special purpose vehicle of SPV) worden opgericht met een private partner. De publieke actor brengt de betrokken percelen in (eventueel onrechtstreeks); de SPV ontwikkelt en exploiteert. Belangrijke premisse is dat de regelgeving dit toestaat. Dit is telkens te onderzoeken voor de publieke actor in kwestie.
eigenaar
investeerder(s)
Aandachtspunten uit de regelgeving
Maar daarnaast moet er ook rekening worden gehouden met de beginselen van gelijke behandeling en transparantie en de wetgeving overheidsopdrachten of concessies:
- Gebiedsontwikkeling, in welke van de hierboven geschetste vormen ook, vereist doorgaans minstens een transparante mededingingsprocedure met passende bekendmaking waarbij de keuze van de uiteindelijk gekozen private partner zal moeten worden gemotiveerd. Rechtstreekse, "onderhandse" transacties zonder brede mededinging zijn de uitzondering en moeten grondig worden gemotiveerd.
- Afhankelijk van de mate van controle/invloed die de publieke actor wil houden over de ontwikkeling en de uitbating van het project, en de vergoedingsstructuur, zal bovendien de wetgeving overheidsopdrachten of de concessiewetgeving mogelijk van toepassing zijn.
De verkoop van een onbebouwd of bebouwd perceel door een publieke actor aan een private partner, zonder meer, vormt geen overheidsopdracht of concessie voor werken.
Wanneer echter in het kader van de transactie werken worden uitgevoerd waarbij de publieke actor een rechtstreeks economisch belang heeft (bijvoorbeeld als (toekomstige) eigenaar van de werken) én een beslissende invloed uitoefent op het definitieve design, met een afdwingbare bouwverplichting voor de private partner, dan moet in beginsel een plaatsingsprocedure voor een overheidsopdracht of concessie worden georganiseerd.
Verder kan nog gewezen worden op de mogelijkheid dat niet alle percelen waarop de beoogde ontwikkeling is gepland in handen zijn van de betrokken publieke actor. In dat geval heeft die vaak – als "last resort" – een onteigeningsbevoegdheid (bijv. op grond van het Decreet van 24 februari 2017 betreffende onteigening voor het algemeen nut of op basis van het Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur) en kan deze aangewend worden om eerst alle percelen te verwerven.
Tenslotte zijn de financiële en fiscale aspecten verbonden aan de voorgenomen vastgoedtransactie cruciaal. In het bijzonder een correcte waardering van de betrokken percelen en een optimale fiscale structuur (rekening houdend met onder meer de regelgeving over btw en registratierechten) zijn essentieel voor een geslaagde transactie.
Waarom BDO betrekken bij jouw project?
Wil je aan de slag met gebiedsontwikkeling? Neem contact op met BDO voor een verkennend gesprek. Wij kijken samen naar kansen, risico's en een praktisch stappenplan.


