Fiscale eindejaar verrichtingen

Het einde van het jaar is het ideale moment om stil te staan bij een aantal fiscale zaken die invloed kunnen hebben op de belastingpositie van jouw onderneming. In deze publicatie vind je een aantal topics die kaderen in de eindejaarsverrichtingen en mogelijk nog actie vragen. Hiermee kan je optimaal gebruik maken van belastingvoordelen en strategische keuzes maken.  

Vennootschappen moeten voorafbetalingen doen om een belastingvermeerdering te vermijden. Voor het aanslagjaar 2026 (boekjaar per 31/12/ 2025) bedraagt het vermeerderingspercentage 6,75%, in vergelijking met 9% voordien. Deze verhoging kan worden vermeden/verminderd door in de loop van het jaar voorafbetalingen te doen. De laatste voorafbetaling kan worden gedaan tot 22 december 2025 (voor bedrijven die hun boekhouding per kalenderjaar voeren), en levert een voordeel van 4,5% op. 

Een correcte schatting van het te betalen bedrag betekent een eerste belastingbesparing


.  



Een onderneming kan dubieus geworden handelsvorderingen afwaarderen om het risico van verliezen op deze vorderingen weer te geven. 

Dergelijke waardeverminderingen verminderen het boekhoudkundig resultaat en bijgevolg ook het fiscaal resultaat. Er moet echter aan bepaalde voorwaarden van het Wetboek van de inkomstenbelastingen (hierna “WIB”) worden voldaan om ervoor te zorgen dat deze waardeverminderingen fiscaal aanvaard worden. Zo moet het risico op verlies per vordering worden beoordeeld. 

Wij kunnen jou helpen bij het veiligstellen van de fiscale aftrekbaarheid van deze waardeverminderingen en het vereenvoudigen van het administratieve aspect hierbij.  



Een groot aantal belastingvoordelen zijn uitsluitend voorbehouden aan ondernemingen die kwalificeren als KMO.

Sinds 2024 gelden de volgende drempelwaarden om de grootte te bepalen (u overschrijdt niet meer dan één van deze criteria): 

Voor boekjaar 2025 geldt (opnieuw) het zogenaamde “consistentiebeginsel”: een overschrijding of niet overschrijding van meer dan één criterium heeft pas gevolgen wanneer dit zich in twee opeenvolgende boekjaren voordoet. Concreet betekent dit dat een wijziging van de KMO status pas ingaat vanaf boekjaar 2026 indien in zowel 2024 als 2025 meer dan één criterium werd overschreden.  




Ondernemingen kunnen voor hun bedrijfsleiders een aanvullend pensioen opbouwen (de zogenaamde ‘IPT’). De in dit kader betaalde premies zijn onder voorwaarden fiscaal aftrekbaar voor de vennootschap, terwijl het pensioenkapitaal op het einde van de loopbaan van de bedrijfsleider belast wordt tegen een voordelig tarief (10% in bepaalde gevallen).

De premies zijn aftrekbaar wanneer is voldaan aan zogenaamde ‘80%-regel’. Verder kunnen mogelijks ook aanvullende premies worden gestort voor voorbije jaren (zgn. “backservice”). Dit kan bijzonder interessant zijn wanneer de bedrijfsleider de pensioengerechtigde leeftijd nadert. In andere gevallen blijft het een mooie optimalisatie om de belastingdruk van de onderneming te verlagen. 

We kunnen samen met jou bekijken welke van deze verschillende optimalisaties opportuun zijn voor jouw onderneming


. 


 

 


Vennootschappen die deel uitmaken van dezelfde groep mogen onder bepaalde voorwaarden hun fiscale resultaten consolideren middels de toepassing van een groepsbijdrage. 

Enkel verbonden entiteiten komen hiervoor in aanmerking. Dit zijn (Belgische) vennootschappen (of inrichtingen) die gedurende een onafgebroken periode van vijf jaar rechtstreeks voor 90% met elkaar verbonden zijn (dus moeder- en dochtervennootschappen of zustervennootschappen die voor minstens 90% rechtstreeks worden gehouden door een gemeenschappelijke moeder). Zo moet voor het aanslagjaar 2026 (balans op 31/12/2025) voormelde deelnemingsverhouding bestaan op 1/1/2022 en ten minste behouden blijven tot 31/12/2026. 

Het systeem houdt in dat een winstgevende groepsvennootschap (een deel van) haar winsten fiscaal overdraagt aan een andere groepsvennootschap die in datzelfde aanslagjaar verliezen leed (en die de 'ontvangen' winst meteen verrekent met haar verliezen).  Het belastingvoordeel dat wordt gerealiseerd door de vennootschap die haar winsten overdraagt, wordt betaald aan de vennootschap die verliezen heeft geleden, en niet aan de fiscus. Deze cash wordt derhalve behouden binnen de groep. 

Wij kunnen uiteraard met jou alle voorwaarden bekijken en het bedrag van de overdraagbare winst en het daaruit voortvloeiende voordeel berekenen.  



Een alternatieve (of aanvullende) oplossing voor voorafbetalingen is de investering in een ‘tax shelter’ voor het einde van het jaar. Een dergelijke investering geeft jouw onderneming een aantrekkelijk rendement en laat toe de belastingdruk in deze context te verlagen. 

Wij kunnen jou helpen om te verifiëren of aan de vereiste voorwaarden hiervoor is voldaan en, zo ja, samen met jou de maximale investering berekenen die jouw onderneming kan doen


.  



Net als waardeverminderingen op handelsvorderingen laten ook voorzieningen voor risico's en kosten, in bepaalde gevallen, toe om de boekhoudkundige winst en dus ook de belastbare basis te verlagen. 

Dergelijke voorzieningen zijn fiscaal aftrekbaar als ze scherp zijn omschreven en voortvloeien uit contractuele, wettelijke of reglementaire verplichtingen


.  


Bepaalde investeringen geven recht op een belastingaftrek. Het huidige systeem van deze investeringsaftrek is met ingang van 1 januari 2025 aanzienlijk veranderd. 

Kleine ondernemingen genieten nog steeds van een algemene investeringsaftrek van 10%. Voor kwalificerende digitale investeringen bedraagt dit 20%.

Verder kan jouw onderneming dankzij de 'verhoogde thematische aftrek' genieten van een belastingaftrek van 30% (of zelfs 40%  voor KMO’s). Het gaat om: 

  1. Investeringen in efficiënt energieverbruik en hernieuwbare energie;
  2. Investeringen in koolstofemissievrij vervoer;
  3. Milieuvriendelijke investeringen (andere dan op het gebied van energie of vervoer; de ontwerp-toelichting geeft als voorbeelden onder meer rookafzuigsystemen in horeca-inrichtingen en investeringen die leiden tot een rationeler watergebruik;
  4. Digitale ondersteunende investeringen (d.w.z. investeringen die gekoppeld zijn aan de 3 bovengenoemde soorten investeringen).  

Ten slotte is er ook een technologieaftrek van 13,5% voorzien voor octrooien en milieuvriendelijke investeringen in O&O. Voor deze laatste kan de aftrek ook gespreid worden toegepast. Het percentage bedraagt alsdan 20,5% op de fiscaal aanvaarde afschrijvingen.


KMO’s kunnen dividenden op een fiscaal voordelige manier uitkeren door uit de winst van het boekjaar een liquidatiereserve aan te leggen.

Bij de aanleg van een liquidatiereserve is steeds een anticipatieve heffing van 10% verschuldigd. Bij een latere uitkering van deze reserve is een roerende voorheffing verschuldigd tegen de volgende tarieven:

  • Uitkering na minstens 5 jaar: roerende voorheffing van 5%.
  • Uitkering na minstens 3 jaar maar binnen de 5 jaar: roerende voorheffing van 6,5%.
  • Uitkering binnen de eerste 3 jaar: roerende voorheffing van 20% tot 31/12/2025. Vanaf 1/1/2026 bedraagt het tarief 30%.

Bij vereffening van de vennootschap is zelfs geen roerende voorheffing verschuldigd (ook indien de uitkering binnen vijf jaar plaatsvindt).

Het kan dus interessant zijn om in 2025 liquidatiereserves, die reeds 3 jaar oud zijn maar nog geen 5 jaar, uit te keren.

Wij onderzoeken met jou graag de mogelijkheden terzake. 


 


Het WIB bevat een diverse maatregelen die de aftrekbaarheid van interestkosten door een vennootschap beperken. 

Een van deze regels betreft het zogenaamde “financieringskostensurplus”. Deze regel beperkt de aftrekbaarheid van het positieve verschil tussen de door de vennootschap betaalde en ontvangen interesten tot maximaal 3 miljoen EUR of tot 30% van de (fiscale) EBIDTA. Deze limieten gelden voor alle Belgische vennootschappen die deel uitmaken van eenzelfde groep) samen. Intresten van leningen die dateren van voor 17 juni 2016 ontsnappen aan deze regel, maar vallen onder de vroegere aftrekbeperkingen.

Het kan nuttig zijn om te onderzoeken of jouw vennootschap of groep van vennootschappen voormelde grenzen respecteert. Bij overschrijding kunnen wij onderzoeken of er maatregelen kunnen worden genomen om te vermijden dat de aftrek van een deel van de betaalde rente wordt verworpen (vb. kunnen ‘oude’ intra-groep leningen niet beter worden ‘vervangen’ door nieuwe’, ander wijzen van financiering van de activiteiten). 



De realisatie van bepaalde meerwaarden kan de winst aanzienlijk (en niet altijd vrijwillig of voorspelbaar) verhogen. 

Het WIB voorziet in de mogelijkheid om onder voorwaarden meerwaarden tijdelijk vrij te stellen, mits herbelegging van de verkoopprijs of de ontvangen vergoeding. De meerwaarde wordt dan maar belast à rato van de afschrijvingen op het goed waarin werd geherinvesteerd.

We kunnen samen met jou deze optimalisatie bekijken en lichte je graag meer in detail de voorwaarden en voordelen toe.  



Wij helpen jouw onderneming graag met het zetten van de juiste stappen voor een gezonde fiscale toekomst. Wil jij weten welke van bovenstaande optimalisaties op jouw bedrijf van toepassing kunnen zijn? Aarzel dan niet om contact op te nemen met Hubert Hellraeth of met Paul Ampe.