Onderhoudsuitkeringen: navigeren door het nieuwe regelgevingslandschap

 
BELANGRIJKSTE AANDACHTSPUNTEN
  • Invoering van een geleidelijke vermindering van de aftrekbaarheid over een periode van 3 jaar:
    • Vóór inkomstenjaar 2025: 80%
    • Inkomstenjaar 2025: 70%
    • Inkomstenjaar 2026: 60%
    • Inkomstenjaar 2027: 50% 
  • Gelijkaardige afbouw van het belastbaar bedrag van de onderhoudsuitkeringen voor de begunstigde.
  • Wat met niet-ingezetenen? Aftrek van de onderhoudsuitkeringen zal enkel worden aanvaard indien de begunstigde verblijft in de Europese Economische Ruimte of in Zwitserland. Indien geen aftrek kan worden toegepast, zal de begunstigde geen belasting verschuldigd zijn op de onderhoudsuitkering. 
De wet houdende diverse regelingen van 18 december 2025 voert ingrijpende wijzigingen door in de belastingaftrek voor onderhoudsuitkeringen in België. De aftrek wordt geleidelijk afgebouwd over een periode van drie jaar alsook wordt het toepassingsgebied beperkt. 

Momenteel kunnen 80% van de betaalde onderhoudsuitkeringen in aftrek worden gebracht van het netto belastbaar inkomen van de betaler, mits aan bepaalde voorwaarden is voldaan. Ten eerste moeten de onderhoudsuitkeringen worden betaald aan een persoon die geen deel uitmaakt van het gezin van de betaler. Daarnaast moeten de betalingen regelmatig worden gedaan (waarvan bewijs moet worden geleverd) en gebaseerd zijn op een gerechtelijke beslissing, een wettelijke overeenkomst of op basis van een onderhoudsverplichting opgenomen in het burgerlijk wetboek. Ten slotte moeten de betalingen worden gedaan om in de behoeften van de ontvanger te voorzien. Als aan deze voorwaarden is voldaan, is momenteel 80% van het bedrag van de betaling aftrekbaar van het belastbaar inkomen van de betaler. 

Als de ontvanger van de onderhoudsuitkeringen in België woont, zijn de betalingen onderworpen aan personenbelasting . De ontvangen onderhoudsuitkeringen moeten namelijk als belastbaar inkomen gerapporteerd worden in de belastingaangifte. Momenteel wordt 80% van het ontvangen bedrag toegevoegd aan de belastbare grondslag. 

De hervorming voorziet in een stapsgewijze vermindering van de aftrekbaarheid van de onderhoudsuitkeringen, vanaf 2025 wordt de aftrek verlaagd naar 70%. De aftrekbaarheid daalt verder naar 60% in 2026 en uiteindelijk naar 50% in 2027. 

Het belastbare bedrag van de onderhoudsuitkeringen in hoofde van de ontvanger wordt op dezelfde wijze aangepast. 

Deze wijzigingen gelden zowel voor  lopende als nieuwe onderhoudsverplichtingen.  

Naast de vermindering van de fiscale aftrek wordt nu ook bepaald dat de onderhoudsuitkeringen enkel in aftrek mogen worden gebracht op voorwaarde dat de begunstigde inwoner is van de Europese Economische Ruimte (EER) of Zwitserland. Bijgevolg is het niet langer mogelijk om een belastingvoordeel te genieten wanneer de onderhoudsgelden worden betaald aan een rijksinwoner van een land buiten de EER of Zwitserland. 

Als er geen aftrek kan worden toegepast, zal de onderhoudsuitkering uiteraard ook niet belast kunnen worden in België bij de ontvanger.  

De onderhoudsuitkeringen die aan een fiscaal inwoner van een EER-land en/of Zwitserland worden toegekend kunnen in België nog steeds belastbaar zijn voor 70% in 2025, 60% in 2026 en 50% vanaf 2027. Dit hangt allemaal af van de bepalingen in het dubbelbelastingverdrag (DBV) dat België heeft afgesloten met het land waar de ontvanger rijksinwoner is.  

Sommige van deze verdragen bepalen namelijk dat onderhoudsuitkeringen betaald door een Belgische rijksinwoner aan een begunstigde in het andere land alleen in dat andere land belastbaar zijn. In dat geval blijven de onderhoudsuitkeringen aftrekbaar voor de betaler, maar is de ontvanger geen Belgische belasting verschuldigd. Er kunnen aanvullende voorwaarden (zoals het voorleggen van een woonplaatsverklaring voor de begunstigde of een bewijs van daadwerkelijke belastingheffing in het andere land) van toepassing zijn om een vrijstelling van belasting in België te verkrijgen. 

Onderhoudsgelden die in België belastbaar zijn volgens de bepalingen van het dubbelbelastingverdrag en die betaald worden aan een belastingplichtige die rijksinwoner is van een EER-land of Zwitserland , zijn onderworpen aan een bronbelasting van 26,75% die door de schuldenaar van de onderhoudsgelden moet worden ingehouden en doorgestort. Deze bronbelasting wordt als definitief beschouwd en kan niet door de ontvanger worden teruggevorderd. 

De beperking van de aftrek tot onderhoudsuitkeringen die worden betaald aan inwoners van de EER of van Zwitserland treedt in werking op de laatste dag van de maand waarin de wet in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt, en is van toepassing op de belastbare tijdperken die na die datum eindigen. 

Wilt u meer informatie of concreet advies hierover? 

Aarzel dan niet om contact op te nemen met Charlotte Lemahieu, Françoise Verreux of Nicolas Stockmans.