Sociale Maatregelen : Arbeidsmarkt / werk

Hieronder vindt u meer gedetailleerde informatie over onderwerpen die verband houden met de Sociale Maatregelen : Arbeidsmarkt / werk.

Belangrijke kanttekening: Alleen de onderwerpen die groen gemarkeerd zijn zijn formeel goedgekeurd door de overheid. Alle andere onderwerpen zijn voorstellen en zijn nog niet geformaliseerd.
 

 

De werkloosheidsuitkering wordt op basis van de Programmawet (Wet 18 juli 2025) beperkt in de tijd. De werkloze die voldoet aan de voorwaarden, verwerft het recht op uitkeringen voor een periode van 12 maanden. Dit wordt uitgebreid per gewerkte periode en dit met maximaal nogmaals 12 maanden. Hierdoor komt er een maximale periode aan werkloosheidsuitkeringen van 24 maanden.

Daarnaast worden een aantal uitzonderingscategorieën bepaald op de beperking van de werkloosheid in de tijd, waarvan de belangrijkste:

  • de werknemers met een leeftijd van minimaal 55 jaar en een voldoende beroepsverleden kan bewijzen van initieel 31 jaar en te verhogen tot 35 jaar in de komende jaren,
  • de personen die reeds SWT genieten,
  • de kunstwerkers,
  • ook personen die een opleiding volgen tot verpleegkundige of zorgkundige zijn vrijgesteld voor de duur van de opleiding, met een maximale duur van 5 jaar,
  • tenslotte zullen werknemers, die zelf de arbeidsovereenkomst hebben beëindigd, mits zij een beroepsverleden van minstens 10 voltijds (of gelijkgestelde) gewerkte jaren aantonen, gedurende een maximale periode van 6 maanden op werkloosheidsuitkeringen aanspraak kunnen maken.

De bovenstaande regels treden in werking op 1 maart 2026. Ook zijn er sinds 1 juni 2025 overgangsmaatregelen van toepassing voor personen die reeds werkloosheidsuitkeringen genieten.

  • Verhoging van de belastingvrije som voor iedereen die werkt en verlaging van de bijzondere bijdrage sociale zekerheid. Dit moet, samen met andere maatregelen, zorgen dat er een verschil is van minstens 500 EUR netto per maand tussen werken en niet-werken.
  • Gepensioneerden die blijven werken na een volledige loopbaan van 45 jaar of het bereiken van de wettelijke pensioenleeftijd, worden slechts belast met een bevrijdende voorheffing van 33%. Indien de huidige belasting lager is, blijft deze behouden.
  • Vereenvoudiging van de huidige collectieve bonussystemen (winstpremie, CAO 90, etc.).
  • Verhoging van de toegestane werkgeversbijdragen in maaltijdcheques met 2 maal 2 EUR en verhoging overeenkomstige aftrekbaarheid. De eerste verhoging met maximaal 2 EUR is mogelijk vanaf 1 januari 2026.
  • Er mag maximaal 20% van het loonpakket, te bekijken op ondernemingsniveau, in forfaitaire voordelen alle aard (bv. aandelenopties, bedrijfswagens, ...) worden toegekend.

De doelgroepvermindering voor eerste aanwerving(en) wordt aangepast in de volgende zin:

  • Voor de 1e werknemer blijft de vermindering onbeperkt in de tijd en bedraagt deze 2.000 EUR per kwartaal, wat een daling is ten opzichte van de huidige 3.100 EUR per kwartaal.
  • Voor de 2e – 5e werknemer is de bijdragevermindering beperkt tot 1.000 EUR per kwartaal en dit gedurende de eerste 3 jaar.
  • De vermindering voor de 6e werknemer lijkt weg te vallen.
  • Daarnaast komt er een verlaging van de loonkosten voor ondernemingen, vooral voor lage- en middenlonen en een plafonnering van de sociale werkgeversbijdrage.
  • De plafonnering van de sociale werkgeversbijdrage wordt vastgelegd in de Wet van 18 juli 2025. Er zullen geen sociale werkgeversbijdragen meer verschuldigd zijn op het loon dat wordt verdiend boven een kwartaalloon van 85.000 euro. Met het kwartaalloon wordt enkel het brutoloon bedoeld en geen eenmalige extra's zoals eindejaarspremie en bonus.

Behoud van het principe van automatische indexering en de loonnormwet maar vraag aan de sociale partners voor 31/12/26 tot hervorming van beide principes.

Door de centenindex wordt er gesleuteld aan de het systeem van de indexering in 2026 en 2028 met ingang vanaf 1 juni 2026. Lonen boven 4000 euro worden zowel in 2026 als in 2028 slechts beperkt geïndexeerd. Hetzelfde geldt voor de pensioenen boven 2000 euro.


Het maximale bedrag uit flexi-jobs zou voor niet-gepensioneerden worden verhoogd naar 18.000 EUR vanaf 1 januari 2025 en dit bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd.

Flexi-jobs zullen ook in meer sectoren mogelijk zijn.


  • Annualisering van de arbeidstijd, met akkoord van de werknemers) en met keuze tussen inhaalrust of uitbetaling overuren. Waar mogelijk wordt arbeidstijdsregistratie ingevoerd.
  • Afschaffing van minimale wekelijkse arbeidsduur van 1/3e van een voltijds uurrooster en afschaffing van verplichting om alle toepasselijke uurroosters op te nemen in het arbeidsreglement indien er uitleg is opgenomen omtrent flexibiliteit.
  • Behoud van verbod op arbeidsprestaties van minder dan 3u en oproepcontracten.
  • Afschaffing verbod op nachtarbeid en wettelijk verplichte sluitingsdag.
  • Versoepeling procedures nachtarbeid, waarbij in de distributiesector de nachtarbeid vanaf 23u en niet reeds vanaf 20u, weliswaar met behoud van koopkracht voor werknemers in dienst voor 1 juni 2026 die na 20u werken.
  • Opnieuw verhoging grenzen studentenarbeid tot 650u per jaar.
  • Het bestaande systeem van relance-overuren en vrijwillige overuren is verlengd tot 31 maart 2026.
  • Vrijwillige overuren worden ééngemaakt met een systeem van 360 uren per jaar (450 uren voor horeca) zonder motief of inhaalrust, waarvan 240 uren zonder overloon en bruto = netto bedrag voor de werknemer (360 uren voor horeca). Deze worden voorbehouden voor voltijdse werknemers of deeltijdse werknemers die minstens 3 jaar deeltijds werken. Daarnaast zorgt men voor een uniforme regeling van 180 uren voor fiscaalvriendelijke overuren. De hervorming van de overuren gaat in op 1 april 2026.

Hervorming van de bestaande verlofstelsels door de invoering van een familiekrediet. Ieder kind genereert bij de geboorte een rugzak met verlofrechten die kunnen worden opgenomen door ouders / grootouders.

  • Wettelijke opzeggingstermijnen worden aangepast zodat beide partijen overeenkomst kunnen beëindigen met 1 week gedurende de eerste 6 maanden,
  • Beperking van de opzegtermijn tot maximum 52 weken (voor nieuwe aanwervingen).
  • Inkorting ontslagbescherming voor niet verkozen kandidaten bij de sociale verkiezingen van 2 jaar naar 6 maanden.
  • Regelmatige opvolging en contacteren van zieke werknemers door werkgevers wordt uitgebreid, met verankering in het arbeidsreglement.
  • Gewaarborgd loon pas opnieuw mogelijk bij arbeidsongeschiktheid na een werkhervatting van 8 weken in plaats van 2.
  • Gedurende de eerste 2 maanden na de periode van gewaarborgd loon is er een bijdrage van 30% van de ziekteuitkering verschuldigd door de werkgevers (niet-KMO's), voor arbeidsongeschikte werknemers jonger dan 55 jaar.
  • Grondige hervorming van re-integratietraject met bijkomende verplichtingen van de behandeld arts, de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer en de externe preventiedienst.
  • Om het reïntegratietraject kracht bij te zetten zijn er eveneens nieuwe verplichtingen voor de werkgevers:
    • Zij moeten werknemers regelmatig informeren van een voorafgaandelijk onderzoek aan werkhervatting bij de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer.
    • Zodra een werknemer 8 weken arbeidsongeschikt is moet de werkgever het arbeidspotentieel laten inschatten door de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer.
    • Werkgevers met minstens 20 werknemers moeten de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer binnen de 6 maanden na het begin van de arbeidsongeschiktheid vragen om een reïntegratietraject op te starten.
  • Verplichting voor werkgever om mogelijkheid te voorzien om 1 dag afwezig te zijn wegens ziekte zonder ziektebriefje wordt teruggebracht van 3 naar 2 keer per jaar.
  • Procedure medische overmacht opstarten wordt mogelijk na 6 maanden arbeidsongeschiktheid in plaats van na 9 maanden arbeidsongeschiktheid.
  • Er komt een eengemaakt attest van arbeidsongeschiktheid dat voor alle verschillende instanties en partijen gebruikt kan worden.
  • Deze bepalingen zijn in werking getreden op 1 januari 2026.

De regering wil meer focus leggen op werk- en studiemigratie. Daarom zal het asielbeleid verstrengd worden zowel wat betreft de opvang, de procedure en het beschermingsstatuut.

Enkele andere wijzigingen aan het migratiebeleid met impact op werkgevers zijn als volgt:

  • Binnenkomst en terugkeer

    • De retributie die betaald moet worden bij de aanvraag van een verblijfsvergunning, wordt verhoogd.
    • Er wordt ingezet op een controle van verblijfskaarten tijdens beperkt verblijf zodat deze ingetrokken kunnen worden indien de voorwaarden niet meer vervuld zijn.
  • Visa kort verblijf

    • Voor mensen die regelmatig naar de EU reizen voor familiebezoek of professionele redenen, moet het gebruik van het Schengenvisum kort verblijf gefaciliteerd worden via het multiple entry visa.
    • Er wordt een borgsom gevraagd in geval van 'risicovolle' visa kort verblijf die pas terugbetaald wordt indien de persoon effectief terugkeert.
  • Maximale integratie

    • Er komt een zwaardere focus op integratie waarbij een permanent verblijfsrecht pas toegekend wordt indien verschillende voorwaarden voldaan zijn zoals slagen in een taal- en inburgeringstest.
  • Gezinshereniging

    • De toelatingsvoorwaarden voor gezinshereniging worden aangescherpt.
    • De inkomensgrens waaraan de het gezinslid in België moet voldoen, wordt verhoogd.
  • Arbeidsmigratiebeleid deelstaten

    • De regering ondersteunt het arbeidsmigratiebeleid van de deelstaten en bevordert informatie-uitwisseling tussen diensten.
    • Er worden maatregelen genomen om migranten beter te integreren in de arbeidsmarkt om een werkzaamheidsgraad van 80% in 2030 te bereiken.
    • De gecombineerde vergunningsprocedure wordt gestroomlijnd en er zijn beschermingsmaatregelen voor werknemers die slachtoffer zijn van sociale inbreuken.
    • Er is focus op legale arbeidsmigratie binnen een globale migratiestrategie, met samenwerking enkel met landen die meewerken aan terugkeerbeleid.
    • Er worden striktere controles en maatregelen ingevoerd tegen schijnconstructies en uitbuiting van arbeidsmigranten.
  • Studiemigratie

    • De regering streeft ernaar competitief te blijven in het aantrekken van hooggeschoolde studenten en onderzoekers.
    • Er worden versnelde en verkorte procedures voor studiemigratie ingevoerd.
    • Er is een strengere controle op de authenticiteit van documenten en een intensievere screening op spionage.
    • De voorwaarden voor studentenvisa worden strenger.


  • Migratiediensten

    • Er wordt een Federale Overheidsdienst Migratie opgericht waarin de Dienst Vreemdelingenzaken, het Commissariaat-Generaal voor de Vluchtelingen en Staatlozen, Fedasil en de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen zullen worden geïntegreerd.
  • Het bestaande wettelijk kader voor tijdelijke arbeid wordt uitgebreid, om de tijdelijke en flexibele overdracht van personeel naar een andere werkgever mogelijk te maken én om uitzendarbeid voor onbepaalde duur in te voeren.
  • Het recht op vrijheid van meningsuiting en demonstratie (inclusief vakbondacties) zijn pijlers van een democratie, maar de regering vraagt om de principes van het recht om te staken te verduidelijken. 

Neem contact op met onze experte voor meer informatie