Hervorming onroerende voorheffing op materiaal & outillage: vrijstelling voortaan beperkt tot 5 jaar
Hervorming onroerende voorheffing op materiaal & outillage: vrijstelling voortaan beperkt tot 5 jaar
Het Waalse programmadecreet van 19 december 2025, dat diverse begrotingsmaatregelen bevat, heeft het stelsel van vrijstelling van onroerende voorheffing voor materiaal en outillage in het Waalse Gewest ingrijpend gewijzigd.
Terwijl deze regeling sinds 2005 een vrijstelling had ingevoerd om productieve investeringen te ondersteunen, heeft de regionale wetgever besloten om het kader ervan te herzien door dit voordeel in de tijd te beperken.
De onroerende voorheffing op materiaal en outillage: algemene principes en historische regeling
De onroerende voorheffing is een jaarlijkse belasting die wordt berekend op basis van het kadastraal inkomen van onroerende goederen.
Naast bebouwde en onbebouwde onroerende goederen wordt ook een kadastraal inkomen bepaald voor materiaal en outillage dat door zijn aard of bestemming als onroerend goed kan worden beschouwd. Deze categorie omvat machines en installaties die nuttig zijn voor industriële, commerciële of ambachtelijke activiteiten.
In het kader van het Marshallplan voorzag het Waals Gewest sinds 2005 in een vrijstelling van onroerende voorheffing voor nieuw aangekocht of nieuw vervaardigd materieel en outillage; deze vrijstelling gold voor alle nieuwe investeringen die vanaf 1 januari 2005 werden gedaan, zonder tijdsbeperking. Om inkomstenverlies te voorkomen voor de gemeenten en provincies die een aanzienlijk deel van de opbrengsten kregen toegewezen, werd de regeling van de “regionale aanvulling” ingevoerd om de inkomstenverliezen van de lokale overheden te compenseren.
De complexiteit van dit mechanisme, in combinatie met de onhoudbare budgettaire kosten, heeft de Waalse Gewest ertoe aangezet het vrijstellingssysteem te hervormen.
De hervorming die voortvloeit uit het Waalse programmadecreet van 19 december 2025
Het programmadecreet van 19 december 2025 betekent een keerpunt in de filosofie van het stelsel van vrijstelling van onroerende voorheffing op materieel en outillage. Voortaan is deze vrijstelling beperkt tot een periode van vijf jaar vanaf 1 januari van het jaar volgend op dat waarin de investering in nieuw materieel en outillage dat op het grondgebied van het Waalse Gewest is aangekocht of gebouwd, heeft plaatsgevonden.
Na afloop van deze termijn van vijf jaar eindigt de vrijstellingsregeling en is de onroerende voorheffing volledig verschuldigd.
In de praktijk heeft de wijziging de volgende gevolgen:
Terwijl deze regeling sinds 2005 een vrijstelling had ingevoerd om productieve investeringen te ondersteunen, heeft de regionale wetgever besloten om het kader ervan te herzien door dit voordeel in de tijd te beperken.
De onroerende voorheffing op materiaal en outillage: algemene principes en historische regeling
De onroerende voorheffing is een jaarlijkse belasting die wordt berekend op basis van het kadastraal inkomen van onroerende goederen.
Naast bebouwde en onbebouwde onroerende goederen wordt ook een kadastraal inkomen bepaald voor materiaal en outillage dat door zijn aard of bestemming als onroerend goed kan worden beschouwd. Deze categorie omvat machines en installaties die nuttig zijn voor industriële, commerciële of ambachtelijke activiteiten.
In het kader van het Marshallplan voorzag het Waals Gewest sinds 2005 in een vrijstelling van onroerende voorheffing voor nieuw aangekocht of nieuw vervaardigd materieel en outillage; deze vrijstelling gold voor alle nieuwe investeringen die vanaf 1 januari 2005 werden gedaan, zonder tijdsbeperking. Om inkomstenverlies te voorkomen voor de gemeenten en provincies die een aanzienlijk deel van de opbrengsten kregen toegewezen, werd de regeling van de “regionale aanvulling” ingevoerd om de inkomstenverliezen van de lokale overheden te compenseren.
De complexiteit van dit mechanisme, in combinatie met de onhoudbare budgettaire kosten, heeft de Waalse Gewest ertoe aangezet het vrijstellingssysteem te hervormen.
De hervorming die voortvloeit uit het Waalse programmadecreet van 19 december 2025
Het programmadecreet van 19 december 2025 betekent een keerpunt in de filosofie van het stelsel van vrijstelling van onroerende voorheffing op materieel en outillage. Voortaan is deze vrijstelling beperkt tot een periode van vijf jaar vanaf 1 januari van het jaar volgend op dat waarin de investering in nieuw materieel en outillage dat op het grondgebied van het Waalse Gewest is aangekocht of gebouwd, heeft plaatsgevonden.
Na afloop van deze termijn van vijf jaar eindigt de vrijstellingsregeling en is de onroerende voorheffing volledig verschuldigd.
In de praktijk heeft de wijziging de volgende gevolgen:
- Voor investeringen in materiaal en outillage dat vóór 2005 nieuw is aangekocht of gebouwd, was geen vrijstelling voorzien, zodat deze onderworpen blijven aan de onroerende voorheffing.
- Voor investeringen die tussen 1 januari 2005 en 31 december 2020 werden gedaan, gold voorheen een vrijstelling zonder tijdslimiet. Met de hervorming is de vrijstellingsperiode van vijf jaar verstreken, zodat deze investeringen vanaf 2026 onderworpen zullen zijn aan de onroerende voorheffing.
- Investeringen die tussen 1 januari 2021 en 31 december 2025 werden gedaan, blijven gedurende maximaal vijf jaar vrijgesteld, berekend volgens de nieuwe regels. Zo zullen investeringen die in 2021, 2022, 2023, 2024 en 2025 werden gedaan, respectievelijk vanaf 2027, 2028, 2029, 2030 en 2031 worden belast.
- Ten slotte zullen vanaf 1 januari 2026 alle nieuwe investeringen die in nieuwe staat worden aangekocht of gerealiseerd op het grondgebied van het Waals Gewest, een vrijstelling genieten die beperkt is tot vijf jaar vanaf 1 januari van het jaar volgend op het investeringsjaar, alvorens te worden onderworpen aan de onroerende voorheffing.
Bovendien zullen vanaf 1 januari 2026 ook de vrijstellingen van de gemeentelijke belasting op drijfkracht in de tijd worden beperkt: gemeenten zullen opnieuw belasting kunnen heffen op dergelijke motoren die sinds 2005 nieuw zijn aangeschaft of gebouwd, zodra de vrijstellingsperiode van vijf jaar is verstreken.
De belastingadviseurs van BDO begeleiden bedrijven bij deze overgang. Zij staan tot uw beschikking om uw financiële en fiscale situatie te analyseren en u te helpen uw investeringsstrategie aan te passen.
Contacteer Jonathan Collard gerust voor meer vragen.