Intercommunales en gemeenten, opgelet: Hof van Justitie veroordeelt bijzonder btw-statuut

 

Het is weer zover: het Europees Hof van Justitie bekritiseert opnieuw een nationale Belgische interpretatie van de Europese btw-wetgeving.
 

Waar gaat het over?

België kent verschillende soorten intergemeentelijke samenwerkingen, waaronder de opdrachthoudende verenigingen en intercommunales. Op deze manier kunnen typische taken als afvalophaling, water, energie en ruimtelijke ordening overkoepelend worden georganiseerd. In overeenstemming met de Belgische wetgeving ter zake, worden aan deze opdrachthoudende verenigingen en intercommunales beheers- en reglementeringsrechten overgedragen. In essentie wil dit zeggen dat de intercommunales voor deze beleidsdomeinen verantwoordelijk zijn, en in de plaats treden van hun leden (zijnde bijvoorbeeld de gemeentes, provincies, autonome gemeentebedrijven, OCMW’s en hun verenigingen die deelnemen aan het samenwerkingsverband).

De Belgische btw-administratie heeft zich in het verleden soepel getoond voor deze intercommunale samenwerkingen. Volgens haar huidig standpunt (emanatietheorie genaamd), voorziet zij reeds sinds de jaren 70 in een administratieve tolerantie, welke in werking treedt wanneer de deelnemers aan een opdrachthoudende vereniging of intercommunale reglementerings-en beheersrechten overdragen. Samengevat ziet deze tolerantie er als volgt uit:

  • De activiteit, verricht door de opdrachthoudende vereniging of intercommunale, wordt vanuit btw-oogpunt geacht verricht te zijn door de deelnemers van de vereniging zelf. Dit heeft 2 gevolgen:
    • De handelingen die de opdrachthoudende vereniging stelt aan haar leden, worden gezien als handelingen die zij stelt ‘aan zichzelf’ – en vallen als dusdanig buiten toepassingsgebied van btw
    • De handelingen verricht door de opdrachthoudende vereniging naar derden toe zijn niet onderworpen aan, of vrijgesteld van, btw wanneer die activiteiten, indien zij zouden worden uitgeoefend door de deelnemers zelf, ook niet onderworpen zouden zijn aan, of vrijgesteld van btw.
! Het is belangrijk hierbij aan te geven dat deze leden vaak zelf onder een specifiek btw-statuut vallen als overheid, of onder specifieke btw-vrijstellingen vallen, waardoor zij onder bepaalde voorwaarden geen btw dienen te heffen over bepaalde handelingen, waar een ‘private’ marktdeelnemer (i.e. een gewone btw-plichtige) niet kan genieten van dit statuut/deze vrijstellingen.

Naar aanleiding van een zaak voor het hof van beroep van Antwerpen (Digipolis), werd aan het Europees Hof van Justitie de vraag voorgelegd of de Belgische interpretatie wel in lijn was met de bepalingen van de Europese btw-richtlijn, waar het btw-systeem op gebaseerd is.
 

Wat is de impact van de uitspraak?

Het Europees Hof van Justitie is streng voor het Belgisch standpunt. Enerzijds verwerpt ze de Belgische interpretatie op basis van de emanatietheorie dat de handelingen verricht door de opdrachthoudende vereniging vanuit btw-oogpunt geacht wordt verricht te zijn door de deelnemers van de vereniging zelf, in de mate dat de activiteiten onder bezwarende titel worden verricht en de vereniging zelfstandig een economische activiteit uitoefent. Met andere woorden, indien aan deze voorwaarden is voldaan, worden deze handelingen niet gezien als ‘leveringen verricht aan zichzelf’, en zou de opdrachthoudende vereniging of intercommunale btw moeten aanrekenen op de handelingen die zij stelt aan haar leden.

Anderzijds aanvaardt het Hof dat de activiteiten die de opdrachthoudende vereniging of intercommunale stelt naar derden toe, eventueel kunnen vallen onder het specifiek statuut voor overheden en publieke instellingen. In dit verband is het belangrijk om op te merken dat (i) het specifiek statuut is voorbehouden voor activiteiten waar geen potentiële concurrentieverstoring kan optreden; en (ii) die niet expliciet genoemd zijn in het overzicht van handelingen die principieel binnen toepassingsgebied van btw vallen in de mate dat zij ‘niet van onbeduidende omvang’ zijn.
 

Concreet

Het administratief standpunt van de Belgische btw-administratie is in de huidige context niet langer houdbaar. Er wordt dan ook verwacht dat het administratief standpunt vroeger of later zal worden herzien. In principe zal dit (waarschijnlijk) onder meer tot gevolg hebben dat de intercommunales vaker btw zullen moeten rekenen over de handelingen die zij stellen aan hun leden, welke per definitie vaak een beperkt recht op aftrek van aangerekende btw hebben. Voor de leden van de opdrachthoudende vereniging of intercommunales zal dit dus kostenverhogend werken.

Onze btw-experts volgen elke evolutie in dit verband kort op. Intercommunales en gemeenten doen er goed aan om de mogelijke (btw-) impact op hun activiteiten proactief in kaart te brengen. Heeft u als intercommunale – of gemeente met een intercommunale samenwerking – in tussentijd vragen over deze wijzigingen of wilt u de impact op uw specifieke situatie laten bekijken, alsook alternatieve pistes laten bekijken? Onze btw-experts staan klaar om u te ondersteunen: