Meerwaardebelasting: opt-in of opt-out?
Meerwaardebelasting: opt-in of opt-out?
Een algemeen tarief van 10% is van toepassing op alle meerwaarden met uitzondering van de interne meerwaarden en de meerwaarden over een aanmerking belang. Voor de transacties die via een Belgische tussenpersoon lopen voorziet de wet in 2 mogelijkheden: een automatische inhouding van de belasting via de financiële instelling op moment van realisatie (opt-in) of zelf de meerwaarde aangeven in de aangifte personenbelasting (opt-out).
Opt–in: automatische inhouding aan de bron
Als er toepassing wordt gemaakt van het opt-in systeem zal de meerwaardebelasting automatisch worden ingehouden door de financiële instelling en worden doorgestort naar de belastingadministratie. De doorstorting van de roerende voorheffing gebeurt op anonieme basis. De financiële instelling is in dit geval niet verplicht om de identiteit van de rekeninghouders en het bedrag van de gerealiseerd meerwaarde mee te delen aan de belastingadministratie. De inhouding is bevrijdend waardoor de betrokken meerwaarden niet meer gerapporteerd moet worden in de aangifte personenbelasting van de belastingplichtige.
Echter zal de financiële instelling geen rekening houden met de jaarlijkse vrijstelling van de eerste schijf van €10.000 (die onder voorwaarden verhoogd kan zijn tot €15.000) van meerwaarden. Als de belastingplichtige hier toepassing wenst van te maken, zal de meerwaarde toch in de aangifte personenbelasting moeten worden gerapporteerd en zal de teveel betaalde belasting pas kunnen worden terug gevorderd na vestiging van het aanslagbiljet (wat vaak pas anderhalf tot 2 jaar na realisatie van de meerwaarde zal zijn).
Daarbovenop worden minderwaarden die gedurende hetzelfde belastbare tijdperk worden gerealiseerd niet automatisch in rekening gebracht bij de bepaling van verschuldigde meerwaardebelasting door de financiële instelling. Ook wordt er geen rekening gehouden met de aanschaffingswaarde van de activa als deze hoger was dan de waarde van de activa op 31 december 2025. In deze beide gevallen dient er ook een correctie via de jaarlijkse aangifte personenbelasting te gebeuren.
Door de retroactieve invoering van de meerwaardebelasting vanaf 1 januari 2026, was het voor de financiële instellingen niet mogelijk om de belastingen al in te houden vóór 1 juni 2026. Voor de meerwaarden die gerealiseerd werden tot en met 31 mei 2026 is er voorzien in een overgangsregeling. Hierbij kan de belastingplichtige de financiële instelling verzoeken om tegen een door haar bepaalde datum, en uiterlijk tegen 31 augustus 2026, een inhouding te verrichten die equivalent is aan de roerende voorheffing op de meerwaarde.
