Pillar 2-wetgeving krijgt technische update
Pillar 2-wetgeving krijgt technische update
De Belgische minimumbelasting voor multinationals wordt verfijnd. Goed nieuws: het gaat niet om nieuwe lasten of hogere tarieven, maar om verduidelijkingen die de wet beter leesbaar en toepasbaar maken. Toch zijn er een aantal wijzigingen die impact hebben op hoe een organisatie aangiftes indient, wie verantwoordelijk is en hoe lang de fiscus tijd krijgt voor controles.
Sinds de invoering van de Pillar 2-wetgeving in december 2023 is duidelijk geworden dat de aansluiting met de bestaande Belgische fiscale procedures (met name Titel VII van het WIB 1992) niet overal even vlot verliep.
De nieuwe wetswijziging brengt daar verbetering in, zonder te raken aan de kern: het minimumtarief van 15% en de berekeningswijze blijven ongewijzigd.
De nieuwe wetswijziging brengt daar verbetering in, zonder te raken aan de kern: het minimumtarief van 15% en de berekeningswijze blijven ongewijzigd.
Eén aangifte per jurisdictie
Een van de belangrijkste praktische veranderingen: de binnenlandse bijheffing (QDMTT) en de UTPR-bijheffing worden nu expliciet erkend als 'jurisdictionele belastingen'. Dit is steeds het principe geweest, maar wordt nu uitdrukkelijk verankerd in de wet.
Wat betekent dit concreet? Als jouw groep meerdere entiteiten in België telt, dien je één gezamenlijke aangifte in en krijg je één gemeenschappelijke aanslag, in plaats van afzonderlijke inkohieringen per vennootschap. Dat sluit beter aan bij de economische realiteit van multinationale groepen en moet discussies over wie nu eigenlijk belastingplichtig is vermijden.
Heeft jouw groep meerdere Belgische entiteiten? Dan moet je voortaan ook een algemeen vertegenwoordiger aanduiden. Deze entiteit wordt het aanspreekpunt voor de fiscus: zij dient aangiftes en rapporten in, betaalt de belasting en handelt eventuele administratieve procedures af. Belangrijk: je moet deze keuze doorgeven aan de FOD Financiën. Maak je geen keuze? Dan geldt een cascaderegeling die automatisch een vertegenwoordiger aanduidt.
Wat betekent dit concreet? Als jouw groep meerdere entiteiten in België telt, dien je één gezamenlijke aangifte in en krijg je één gemeenschappelijke aanslag, in plaats van afzonderlijke inkohieringen per vennootschap. Dat sluit beter aan bij de economische realiteit van multinationale groepen en moet discussies over wie nu eigenlijk belastingplichtig is vermijden.
Heeft jouw groep meerdere Belgische entiteiten? Dan moet je voortaan ook een algemeen vertegenwoordiger aanduiden. Deze entiteit wordt het aanspreekpunt voor de fiscus: zij dient aangiftes en rapporten in, betaalt de belasting en handelt eventuele administratieve procedures af. Belangrijk: je moet deze keuze doorgeven aan de FOD Financiën. Maak je geen keuze? Dan geldt een cascaderegeling die automatisch een vertegenwoordiger aanduidt.
Procedureregels verduidelijkt
Alle communicatie met de FOD Financiën verloopt voortaan digitaal via een beveiligd platform. Zorg dus dat jouw systemen en processen hierop zijn afgestemd.
De wet maakt nu ook een strikt onderscheid tussen het informatierapport (GloBE Information Return of GIR volgens de OESO-terminologie) en de belastingaangifte die de formele Belgische aanslagprocedure opstart. Dat lijkt misschien een detail, maar het is cruciaal voor de correcte toepassing van de procedure. Ook het begrip 'indienende groepsentiteit' is verfijnd. Dat is de entiteit die namens de groep het informatierapport indient en de aangifte voor de binnenlandse bijheffing verzorgt.
Via technische aanpassingen zijn de regels rond binnenlandse bijheffingen nu ook van toepassing op joint ventures en gerelateerde partijen. Als jouw groep actief is in joint venture-structuren, bekijk dan goed of deze wijziging impact heeft op jouw Pillar 2-verplichtingen.
De wet maakt nu ook een strikt onderscheid tussen het informatierapport (GloBE Information Return of GIR volgens de OESO-terminologie) en de belastingaangifte die de formele Belgische aanslagprocedure opstart. Dat lijkt misschien een detail, maar het is cruciaal voor de correcte toepassing van de procedure. Ook het begrip 'indienende groepsentiteit' is verfijnd. Dat is de entiteit die namens de groep het informatierapport indient en de aangifte voor de binnenlandse bijheffing verzorgt.
Via technische aanpassingen zijn de regels rond binnenlandse bijheffingen nu ook van toepassing op joint ventures en gerelateerde partijen. Als jouw groep actief is in joint venture-structuren, bekijk dan goed of deze wijziging impact heeft op jouw Pillar 2-verplichtingen.
Aangepaste termijnen
Twee termijn wijzigingen. De minimumbelasting wordt gevestigd binnen minimum 6 maanden na ontvangst van jouw aangifte door de belastingadministratie. Dat komt overeen met de klassieke regels uit de inkomstenbelastingen.
Daarnaast krijgt de fiscus nu 6 jaar de tijd voor controle en vestiging van de minimumbelasting, iets langer dan voorheen. De reden? Pillar 2-dossiers zijn uitzonderlijk complex door internationale groepsstructuren en grote hoeveelheden data. Zorg dus dat jouw documentatie en onderbouwing op orde blijven, ook voor oudere boekjaren.
De wet is op 31 december 2025 gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad en trad in werking op 10 januari 2026. De wijzigingen zijn dus van toepassing op jouw lopende verplichtingen.
Deze technische verfijningen maken de Pillar 2-wetgeving duidelijker, maar ook de toepassing ervan vraagt om nauwkeurigheid. Zeker de nieuwe procedureregels, de keuze van een groepsvertegenwoordiger en de langere controletermijn verdienen aandacht in jouw compliance-proces.
Daarnaast krijgt de fiscus nu 6 jaar de tijd voor controle en vestiging van de minimumbelasting, iets langer dan voorheen. De reden? Pillar 2-dossiers zijn uitzonderlijk complex door internationale groepsstructuren en grote hoeveelheden data. Zorg dus dat jouw documentatie en onderbouwing op orde blijven, ook voor oudere boekjaren.
De wet is op 31 december 2025 gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad en trad in werking op 10 januari 2026. De wijzigingen zijn dus van toepassing op jouw lopende verplichtingen.
Deze technische verfijningen maken de Pillar 2-wetgeving duidelijker, maar ook de toepassing ervan vraagt om nauwkeurigheid. Zeker de nieuwe procedureregels, de keuze van een groepsvertegenwoordiger en de langere controletermijn verdienen aandacht in jouw compliance-proces.
.jpg?width=280&height=280&ext=.jpg)
