Strengere autofiscaliteit in de rechtspersonenbelasting
Strengere autofiscaliteit in de rechtspersonenbelasting
Naar aanleiding van eerdere verstrengingen in de personen- en vennootschapsbelasting werden nieuwe regels inzake autofiscaliteit ingevoerd binnen de rechtspersonenbelasting. Deze nieuwe regelgeving is van toepassing vanaf aanslagjaar 2027, verbonden aan een belastbaar tijdperk dat ten vroegste aanvangt op 1 januari 2026.
Zowel inwoners als niet-inwoners onderworpen aan de Belgische rechtspersonenbelasting vallen onder deze verstrengde regelgeving. De toepassing is echter beperkt tot entiteiten van de tweede en derde categorie, zoals bedoeld in artikel 220, 2° en 3° WIB92. Het betreft met name non-profitorganisaties en entiteiten die op grond van artikel 180 WIB92 niet onderworpen zijn aan de vennootschapsbelasting (bijvoorbeeld bepaalde intercommunales).
Personenwagens (of gelijkgestelde voertuigen)* die vóór 1 januari 2026 werden aangekocht, geleased of gehuurd blijven onder de oude regeling vallen.
Zowel inwoners als niet-inwoners onderworpen aan de Belgische rechtspersonenbelasting vallen onder deze verstrengde regelgeving. De toepassing is echter beperkt tot entiteiten van de tweede en derde categorie, zoals bedoeld in artikel 220, 2° en 3° WIB92. Het betreft met name non-profitorganisaties en entiteiten die op grond van artikel 180 WIB92 niet onderworpen zijn aan de vennootschapsbelasting (bijvoorbeeld bepaalde intercommunales).
Personenwagens (of gelijkgestelde voertuigen)* die vóór 1 januari 2026 werden aangekocht, geleased of gehuurd blijven onder de oude regeling vallen.
“Oude regeling” (van toepassing op voertuigen* aangekocht / geleased / gehuurd vóór 1/1/2026)
Entiteiten onderworpen aan de rechtspersonenbelasting werden tot op heden niet belast op hun autokosten. Enkel wanneer een wagen ter beschikking werd gesteld aan een werknemer of bestuurder voor privégebruik, was er een belasting verschuldigd op (17% of 40% van) het voordeel van alle aard.
“Nieuwe regeling” (van toepassing op voertuigen* aangekocht / geleased / gehuurd vanaf 1/1/2026)
Net zoals onder de oude regeling blijft het voordeel van alle aard belastbaar.
Nieuw is echter dat voor niet-emissievrije voertuigen (incl. hybride wagens) die vanaf 2026 worden aangekocht, geleased of gehuurd, alle autokosten belastbaar worden in de rechtspersonenbelasting.
Voor emissievrije voertuigen blijven de kosten daarentegen volledig aftrekbaar indien het voertuig uiterlijk in 2026 wordt verworven. Nadien wordt een geleidelijke beperking van de aftrekbaarheid ingevoerd, afhankelijk van het jaar van verwerving.
Hieronder kan u een samenvattend overzicht terugvinden:
Het aftrekbaarheidspercentage, zoals opgenomen in bovenstaande tabel, zal gedurende de volledige levensloop van het voertuig gelden.
Om dubbeltellingen te vermijden, worden autokosten enkel in aanmerking genomen voor zover zij hoger zijn dan het (in voorkomend geval) bij de genieter belastbare voordeel van alle aard en de door hem betaalde eigen bijdrage.
Kosten die worden terugbetaald voor dienstverplaatsingen met de eigen wagen dienen niet opgenomen te worden in de belastbare grondslag.
Het toepasselijke belastingtarief bedraagt, net zoals voor het voordeel van alle aard, 25%.
Actie?
Indien uw entiteit overweegt om nieuwe voertuigen aan te kopen, te leasen of te huren, raden wij u aan rekening te houden met deze nieuwe fiscale regelgeving.
Mocht u bijkomende toelichting wensen of de concrete impact voor uw organisatie wensen te berekenen, aarzel dan zeker niet om ons te contacteren.
*
- Personenwagens (andere dan uitsluitend voor bezoldigd vervoer van personen);
- Wagens voor dubbel gebruik;
- Minibussen;
- Lichte vrachtauto’s die als personenwagens worden beschouwd.