Wallonië remt het Gemeentefonds af

Wallonië remt het Gemeentefonds af 
In 2026 groeit het Waalse Gemeentefonds nog met 4 %. Maar van 2027 tot 2029 remt de Waalse Regering de indexering af. Wat betekent dat voor je begroting en je transversaal strategisch programma (TSP)? 

Het Gemeentefonds is de belangrijkste dotatie die het Waals Gewest aan zijn steden en gemeenten uitkeert. Gemeenten mogen het vrij besteden, en het is gemiddeld goed voor bijna een kwart van hun gewone ontvangsten, iets meer dan in Vlaanderen. In 2026 bedraagt het fonds bijna 1,675 miljard euro. Dat is 64,6 miljoen meer dan in 2025, of ongeveer 450 euro per inwoner.  

 

Een groeipad dat al eerder werd teruggeschroefd

Tot 2024 werd de enveloppe geïndexeerd op basis van de gemiddelde index van de consumptieprijzen, met daarbovenop een extra verhoging van 1 % per jaar. Die verhoging werd in 2025 geschrapt. Volgens de Union des Villes et Communes de Wallonie (UVCW) kost dat de gemeenten tegen 2029 zo'n 251 miljoen euro. Bovendien geldt sinds 2023 een structurele besparing van 10 miljoen euro per jaar op de enveloppe. 

Na het begrotingsconclaaf dat op 12 oktober 2026 werd voorgesteld, besliste de Waalse Regering om de indexering van het fonds in 2027, 2028 en 2029 met twee procentpunten te verlagen. Vanaf 2030 wordt opnieuw normaal geïndexeerd. Daarmee blijft de volledige bevriezing uit waarvoor de UVCW vreesde. Het bedrag van het fonds daalt niet, maar het groeit wel duidelijk trager dan de inflatie. 

Vóór het conclaaf had de UVCW de evolutie van het fonds berekend op basis van een volledige indexering. 

Gemeentefonds bij volledige indexering, volgens de UVCW (in miljard euro) 

2026 2027 2028 2029
1,675 1,732 1,767 1,802


Inflatieramingen: 3,4 % in 2027, daarna 2 % in 2028 en 2029. 

Met dezelfde ramingen zou de groei van het fonds in 2027 terugvallen tot ongeveer 1,4 %, en in 2028 en 2029 vrijwel nul zijn. De exacte bedragen moeten nog worden bevestigd in de definitieve begrotingsdocumenten en in de kennisgevingen van de dotaties aan de gemeenten. 

Vlaanderen maakte een vergelijkbare keuze voor zijn Gemeentefonds. Daar daalt de groei van 3,5 % naar 1 % in 2027, 1,25 % in 2028 en 2 % in 2029. 

Ook andere maatregelen raken de gemeenten rechtstreeks  

Het Gemeentefonds is niet de enige inkomstenbron die onder druk komt:  

  • De fiscale vereveningsdotatie wordt bevroren. Verhogingen van de gemeentelijke belastingen die na 31 december 2025 worden beslist, tellen niet langer mee in de berekening. Dat kan de herverdelende werking van het fonds tussen gemeenten veranderen.  
  • De compensatie “Marshallplan” wordt een gewestelijke dotatie van 108 miljoen euro. Productieve investeringen sinds 2006 en nieuwe investeringen blijven vrijgesteld van onroerende voorheffing op materieel en outillage, en van belastingen op drijfkracht. De ontvangst wordt dus gestabiliseerd, maar gemeenten verliezen de controle over die belastinggrondslagen. 
  • De hervorming van de Waalse tewerkstellingssteun (APE) brengt twee nieuwe dotaties onder in de algemene financiering van gemeenten en OCMW's. Samen gaat het om ongeveer 545,5 miljoen euro in 2027 en 541,6 miljoen in 2029, zonder automatische indexering. Vóór het conclaaf raamde de UVCW de minderinkomsten op ongeveer 94,4 miljoen euro over 2027-2029. 
  • Ook het lokale bestuur verandert. Gemeenten en OCMW's moeten opgaan in een geïntegreerde lokale openbare dienst, en het aantal lokale mandatarissen daalt met 766 (510 gemeenteraadsleden en 256 schepenen). 

De begroting bevat ook enkele maatregelen in het voordeel van de lokale besturen: 

  • Een nieuw trekkingsrecht van 210 miljoen euro over zeven jaar voor gemeentelijke investeringen, waarvan 175 miljoen voor gemeentelijke adaptatieplannen (vergroening, natuurherstel, bestrijding van overstromingen).
  • De doorstorting aan de gemeenten van 82 % van de bijdragen tegen zwerfvuil, goed voor ongeveer 29 miljoen euro per jaar.
  • Het behoud van de eigen indexering van het Bijzonder Fonds voor Maatschappelijk Welzijn, dat de OCMW's financiert.
  • Terugbetaalbare thesaurievoorschotten om de responsabiliseringsbijdragen voor de pensioenen van het gemeente- en OCMW-personeel op te vangen.

Die enveloppen bieden gerichte ruimte, maar compenseren niet noodzakelijk de uitholling van de vrij besteedbare werkingsmiddelen.

Krappe begrotingen komen nog meer onder druk  

Deze beslissingen vallen op een moment dat de Waalse gemeentebegrotingen voor 2026 uitgaan van ongeveer 7,3 miljard euro aan gewone ontvangsten en uitgaven. De uitgaven stijgen met 2,1 % ten opzichte van 2025, de ontvangsten met 2 %. De schuldlasten lopen op tot 943 miljoen euro, een stijging van 5,4 %, terwijl de begrote investeringen met 18,8 % dalen tot 1,582 miljard euro.  

Een groot deel van die uitgaven is moeilijk terug te dringen. Personeel neemt ongeveer 41 % van de gewone uitgaven voor zijn rekening, werking 15 %, aflossingen van leningen 13 %, dotaties aan de OCMW's 11 % en dotaties aan de politiezones 10 %. 

Ook aan de ontvangstenkant is de ruimte beperkt. De aanvullende personenbelasting en de opcentiemen op de onroerende voorheffing, na het fonds de belangrijkste inkomstenbron van de gemeenten, worden in 2026 al sterk benut. Het gemiddelde tarief van de aanvullende personenbelasting bedraagt 7,98 %, tegenover een maximum van 8,8 % dat de begrotingsomzendbrief 2026 aanbeveelt. Voor de onroerende voorheffing ligt het gemiddelde op 2.605 opcentiemen, net boven de 2.600 die dezelfde omzendbrief aanbeveelt. De vertraging van het fonds opvangen via lokale belastingen blijft dus mogelijk, maar de marge is klein. 

Het grootste risico is dan ook een schaareffect: gewestelijke ontvangsten die trager groeien, tegenover uitgaven die blijven meestijgen met de loonindexering, de pensioenen, de energiekosten en de groeiende noden van de OCMW's. De aanvullende personenbelasting en de opcentiemen op de onroerende voorheffing volgen weliswaar ook de inflatie, maar met een vertraging van één tot twee jaar. 

Voor je gemeente gaat het dus om meer dan een sluitende jaarbegroting. Het raakt ook aan de keuzes in je TSP. Welke prioriteiten hou je overeind? Welke investeringen spreid je in de tijd? Hoe laat je je lokale fiscaliteit evolueren? En heeft je organisatie de capaciteit om te realiseren wat nog op de planning staat? 

Die vragen los je niet alleen op binnen de financiële dienst. Ze vragen een dialoog waarin beleid en administratie samen kijken naar financiële marges, ambities en haalbaarheid.

Bereid je gemeente voor op 2027 

Wat betekent de vertraging van het Gemeentefonds concreet voor je begroting en je TSP? Onze Publieke Sector experts bekijken samen met jou je financiële marges en welke ambities haalbaar blijven. 

Neem contact op met onze expert: