Fiscale Maatregelen: Personenbelasting
Fiscale Maatregelen: Personenbelasting
Hieronder vindt u meer gedetailleerde informatie over onderwerpen die verband houden met de Fiscale Maatregelen: Personenbelasting.
Hieronder vindt u meer gedetailleerde informatie over onderwerpen die verband houden met de Fiscale Maatregelen: Personenbelasting.
Er wordt een specifiek en competitief carried interest regime ingevoerd om de fondsenactiviteit in België te stimuleren. Dit regime voorziet in een maximaal belastingtarief van 25% voor inkomsten uit roerende goederen en zal geen impact zal hebben op bestaande plannen.
Voor meer informatie verwijzen we naar onze gedetailleerde artikel.
De begrotingsovereenkomst voorziet in een verhoging van het effectenbelastingtarief. Het zou stijgen tot 0,30% voor effectenrekeningen met een gemiddelde waarde van meer dan €1.000.000. Daarnaast krijgen de belastingautoriteiten toegang tot het CAP voor de toepassing en monitoring van de effectenbelasting, met ingang van 1 december 2026.
Inkomsten uit auteursrechten worden tot een bedrag van 77.220 euro (Geïndexeerd bedrag voor inkomstenjaar 2026) belast aan een gunstig tarief van 15% roerende voorheffing. Bovendien geldt momenteel een forfaitaire kostenaftrek die trapsgewijs wordt berekend:
- 50% op de eerste schijf tot 20.590 euro
- 25% op de volgende schijf van 20.590 euro tot 41.180 euro
- geen aftrek op het gedeelte boven 41.180 euro
De programmawet van 30 mei 2026 wijzigt dit fiscaal regime retroactief vanaf 1 januari 2026. Bovenvermelde forfaitaire kostenaftrek zal vanaf die datum uitsluitend nog gelden voor belastingplichtigen die houder zijn van een kunstwerkattest “gewoon” of “plus”. Daarnaast zal de kostenaftrek enkel maar toegepast kunnen worden op de auteursrechten die zij ontvangen voor activiteiten die gedekt worden door het attest. Ontvangt de belastingplichtige ook auteursrechten die betrekking hebben op een niet-erkende activiteit, zal de forfaitaire kostenaftrek niet op de niet-erkende activiteit kunnen worden toegepast. Houders van een kunstwerkattest “starter” of belastingplichtigen die niet beschikken over een kunstwerkattest zullen niet langer de forfaitaire kostenaftrek kunnen toepassen. Zij kunnen echter steeds wel hun werkelijke kosten gaan bewijzen.
Bovenvermelde wijzigingen gaan in vanaf 1 januari 2026 en gelden voor alle inkomsten die vanaf die datum worden betaald of toegekend.
Voor de inhouding van roerende voorheffing daarentegen geldt wel een overgangsregeling, waarbij de nieuwe beperkingen pas van toepassing zijn vanaf de tiende dag na publicatie van de Programmawet in het Staatsblad.
Tot dan blijft de huidige berekeningswijze van de roerende voorheffing van toepassing.
Tenslotte zal de belastingregeling voor auteursrechten worden uitgebreid naar computerprogramma's, die opnieuw in aanmerking komen voor deze regeling. Echter zullen zij niet geen toepassing kunnen maken van de forfaitaire kostenaftrek aangezien zij niet over een kunstwerkattest zullen beschikken.
De uitbreiding naar de IT-sector heeft uitwerking van 1 januari 2026 en is van toepassing op de vanaf 1 januari 2026 toegekende inkomsten.
Om ervoor te zorgen dat de werkende belastingplichtige netto meer overhoudt, worden volgende aanpassingen doorgevoerd:
| Datum van aankoop, lease of huur | Fiscale aftrek | Grens |
|---|---|---|
| Tot 01-07-2023 ("grandfathering") | Gramformule met coëfficiënt, volledige duur | Maximaal 100% en minimaal 50% van 40% als de uitstoot ≥ 200 g of onbekend |
| Tussen 01/07/2023 en 31/12/2025 ("uitfaseringsscenario") | Gramformule met coëfficiënt, volledige duur | Taxatiejaar 2026 (belastbaar vanaf 01-01-2025): maximaal 75%, geen minimum Taxatiejaar 2027 (belastbaar vanaf 01-01-2026): maximaal 50%, geen minimum Taxatiejaar 2028 (belastbaar vanaf 01-01-2027): maximaal 25%, geen minimum Taxatiejaar 2029 (belastbaar vanaf 01/01/2028): 0% |
| Vanaf 01-01-2026 | 0% | Niet van toepassing |
De drempel voor levensonderhoud die wordt gebruikt om te bepalen of een kind als afhankelijke in aanmerking komt, wordt verhoogd tot €12.000 en is nu uniform over alle categorieën (geïndexeerd voor belastingjaar 2026; basisbedrag €5.265). Doctoraatsbeurzen worden ook overwogen om te bepalen of een kind afhankelijk kan zijn.
Kinderen die professioneel inkomen verdienen dat ouders als zakelijke uitgave aftrekken, kunnen niet als afhankelijk worden beschouwd. Dit geldt eveneens wanneer zij een leefbaar loon zouden verdienen.
De volgende belastingvoordelen worden afgeschaft vanaf 1 januari 2025 (tenzij anders vermeld):
De bedragen van de volgende belastingverlagingen of -aftrekposten worden bevroren van 2025 tot en met het belastingjaar 2030:
Momenteel zijn onderhoudsuitkeringen in principe voor 80% aftrekbaar van het netto-inkomen van de onderhoudsplichtige. De aftrekbaarheid zal geleidelijk aan verlaagd worden
De belastbaarheid van de onderhoudsuitkering die de ontvanger in handen heeft, wordt op dezelfde manier verlaagd.
Daarnaast zijn onderhoudsuitkeringen aan niet-inwoners van EER-lidstaten of Zwitserland niet langer aftrekbaar en evenmin belastbaar in de belasting van niet-inwoners.
Voor meer details hierover, verwijzen we graag naar ons artikel hierover.
Gehuwden en wettelijk samenwonenden die een gezamenlijke aangifte indienen kunnen wanneer één van beide partners geen of slechts een zeer beperkt beroepsinkomen heeft toepassing maken van het huwelijksquotiënt. Hierbij wordt voor de belastingberekening een deel (maximaal 30%) van het inkomen van de ene partner overgeheveld naar de andere partner met een absoluut maximum van 13.460 EUR voor aanslagjaar 2026.
Dit gunstregime zal geleidelijk aan worden afgebouwd echter zal er een onderscheid gemaakt worden tussen :
Vanaf aanslagjaar 2027 worden de maximumbedragen niet langer geïndexeerd.
Het mechanisme waarbij de belastingvrije som wordt overgeheveld naar de andere partner blijft wel bestaan. Waardoor de impact van de opheffing van het huwelijksquotiënt beperkt blijft.
Voor meer informatie, verwijzen we graag naar onze artikels:

