- Algemeen
Wanneer een vennootschap haar voornaamste inrichting of zetel van bestuur of beheer naar het buitenland verplaatst, wordt deze emigratie fiscaal behandeld als een vereffening.
Bijgevolg is er vennootschapsbelasting verschuldigd op niet-gerealiseerde meerwaarden en belastingvrije reserves, tenzij er na de zetelverplaatsing een Belgische inrichting overblijft waaraan deze activa worden toegerekend.
Tot op heden, en dit werd meermaals bevestigd door de rulingcommissie, werd deze fictie van vereffening niet beschouwd als een maatregel die gevolgen heeft voor de aandeelhouders van de vennootschap waarvan de zetel wordt verplaatst. Strikt genomen is er geen toewijzing of betaling van inkomsten uit roerende activa aan aandeelhouders, dus is er in principe geen roerende voorheffing verschuldigd.
- Regeerakkoord
In dit verband bepaalt het regeerakkoord dat de emigratie van een rechtspersoon fiscaal zal worden behandeld als een fictieve vereffening van de rechtspersoon, met toepassing van de roerende voorheffing. De fictie van vereffening zou dus voortaan ook van toepassing zijn op aandeelhouders.
- Wijzigingen door de Wet van 18 juli 2025
De Wet van 18 juli 2025 vult het begrip dividend in die zin aan dat een dividend ook wordt geacht te zijn toegekend aan de aandeelhouders van een vennootschap in geval van zetelverplaatsing of wanneer deze deelneemt aan herstructureringsoperaties (fusie, splitsing, enz.) waarbij activa naar het buitenland worden overgebracht.
Dit fictief dividend stemt overeen met het uitgekeerd dividend bedoeld in artikel 209 van het Wetboek Inkomstenbelastingen, beperkt in verhouding tot de aangehouden aandelen. Dit dividend zal inkomsten uit roerende goederen vormen die belastbaar zijn tegen 30%, tenzij het kan worden vrijgesteld door toepassing van het stelsel van de liquidatiereserves. Voor aandeelhouders -vennootschappen zal de definitief belaste inkomstenaftrek (de zogenaamde DBI-aftrek) van toepassing zijn op het fictieve dividend, indien van toepassing.
Deze wijziging geldt zowel voor aandeelhouders die onderworpen zijn aan personenbelasting , vennootschapsbelasting als voor de aandeelhouders onderworpen aan de rechtspersonenbelasting
Als er echter geen dividend wordt uitgekeerd, kan er geen roerende voorheffing worden ingehouden op het dividend. Het moet dus worden opgenomen in de belastingaangifte van de betrokken belastingplichtigen. Daartoe zullen vennootschappen die activa naar het buitenland overbrengen in het kader van de hierboven vermelde transacties, individuele fiches moeten opstellen (zoniet zullen ze onderworpen zijn aan de afzonderlijke bijdrage bedoeld in artikel 219 van het Wetboek Inkomstenbelastingen).
Het wet bepaalt ook dat, om in overeenstemming te zijn met het Europese recht, een gespreide betaling van de belasting kan worden gevraagd in geval van een overdracht van activa naar een andere lidstaat.
Om dubbele belastingheffing te vermijden wanneer een dividend wordt uitgekeerd door de vennootschap die de activa naar het buitenland overbrengt en wanneer een meerwaarde wordt gerealiseerd op de verkoop van deze activa, wordt ten slotte voorzien in een vrijstelling voor de aandeelhouders.
Deze nieuwe exitheffing zal van toepassing zijn op transacties die plaatsvinden vanaf 29 juli 2025.