KB voorziet in uitstel voor het bekomen van attesten voor de thematische investeringsaftrek
KB voorziet in uitstel voor het bekomen van attesten voor de thematische investeringsaftrek
Voor de hervormde thematische investeringsaftrek, van toepassing op vaste activa verkregen of tot stand gebracht vanaf 1 januari 2025, is in principe vereist dat de belastingplichtige een specifiek attest bij de aangifte voegt waaruit blijkt dat de investering voorkomt op de relevante investeringslijst en aan de toepasselijke voorwaarden voldoet. Deze aftrek vindt haar wettelijke basis in artikel 69/1 WIB 92; de attestverplichting wordt nader geregeld in artikel 69/3 WIB 92 en houdt in beginsel in dat het attest bij de aangifte wordt gevoegd om aanspraak te kunnen maken op de aftrek.
Zoals eerder toegelicht in ons voorgaand artikel, was er bij wijze van overgangsmaatregel reeds een verlengde indieningstermijn voorzien voor het aanvragen van deze attesten tot uiterlijk 30 juni. Met de publicatie van het Koninklijk Besluit van 16 juni 2026 werd nu bovendien een verdere administratieve tolerantie ingevoerd om tegemoet te komen aan de praktische moeilijkheden die voortvloeien uit het feit dat de attesteringsprocedure nog niet volledig operationeel is. Voor vaste activa die zijn aangeschaft of tot stand gebracht tussen 1 januari 2025 en 31 december 2026 moet er, wanneer het bekomen van een attest praktisch nog niet mogelijk is, geen attest bij de aangifte worden gevoegd om de verhoogde thematische investeringsaftrek toe te passen.
Deze tolerantie is echter geen vrijgeleide. De belastingplichtige moet een dossier ter beschikking houden van de fiscus waaruit blijkt dat alle redelijke stappen werden gezet om vast te stellen dat de investering voorkomt op de relevante investeringslijst en aan de toepasselijke voorwaarden voldoet. Denk daarbij bijvoorbeeld aan een rapport van een interne of externe deskundige, een gemotiveerde beslissing of nota, of een offerte of factuur waarin expliciet wordt verwezen naar de relevante kenmerken van de investering. Indien het op het moment van indiening van de aangifte al mogelijk is om een attest aan te vragen, maar er nog geen beslissing werd genomen, moet de aanvraag ook effectief worden ingediend en kunnen de aanvraagstukken als aanvullend bewijs dienen.
Belangrijk is dat deze tijdelijke regeling niet betekent dat er finaal geen attest meer nodig is. Na 31 december 2026 moet alsnog een positief attest kunnen worden voorgelegd, op straffe van verval van het recht op de verhoogde investeringsaftrek. In dezelfde beweging werd de aanvraagtermijn voor het attest verlengd: voor de betrokken investeringen geldt voortaan een termijn van twaalf maanden na de laatste dag van het belastbare tijdperk, met 31 december 2026 als nieuwe uiterste datum in plaats van 30 juni 2026.
