De meerwaardebelasting wordt opgedeeld onder drie verschillende categorieën met elk hun eigen belastingregime. Een overdracht kan hierbij slechts onder één bepaling vallen, met name de meest specifieke.
Belangrijk: Bij speculatie of abnormaal beheer van het privévermogen wordt de gerealiseerde meerwaarde belast tegen het afzonderlijk belastingtarief van 33%. De nieuwe meerwaardebelasting is aldus enkel van toepassing in het kader van het normaal beheer van het privévermogen en buiten de beroepssfeer.
Categorie 1: Interne meerwaarden
Wanneer van toepassing?
Interne meerwaarden door verkoop ontstaan wanneer de overdrager van de aandelen en winstbewijzen alleen of samen met naaste familieleden rechtstreekse of onrechtstreekse controle uitoefent op de vennootschap-overnemer. Naaste familieleden zijn:
- Echtgenoot
- Afstammelingen
- Ascendenten
- Zijverwanten tot en met de tweede graad en die van de echtgenoot
Belastingtarief:
Interne meerwaarden gerealiseerd door verkoop worden integraal onderworpen aan een aanslagvoet van 33%. Dit zonder enige voetvrijstelling of andere uitzonderingen. Echter zal er geen aanvullende gemeentebelasting op van toepassing zijn.
Let op: Deze belasting is niet van toepassing indien het een inbreng van aandelen betreft of wanneer de koper van de aandelen gecontroleerd wordt door de naaste familieleden van de overdrager zonder enige tussenkomst van de overdrager zelf. Bij overdracht van de familiale onderneming door de ouders aan kinderen zal het nieuwe stelsel van “interne meerwaarden” niet van toepassing zijn, maar mogelijk wel de “aanmerkelijk belang” meerwaardebelasting of de “algemene” meerwaardebelasting.
Categorie 2: Aanmerkelijk belang participaties
Wanneer van toepassing?
Deze regeling is van toepassing op belastingplichtigen die een aanmerkelijk belang van minstens 20% bezitten van de aandelen die overgedragen worden onder bezwarende titel.
Belangrijk: Het participatie percentage van 20% wordt strikt per persoon beoordeeld en dus niet cumulatief. Het betreft meerwaarden die gerealiseerd worden buiten de beroepsactiviteit of zonder speculatief inzicht.
Vrijstelling en getrapte tarieven:
Voor participaties met een aanmerkelijk belang geldt een vrijstelling van de meerwaardebelasting op de eerste schijf van €1.000.000 aan meerwaarden.
Het bedrag van de vrijstelling kan slechts 1 maal gedurende een periode van vijf opeenvolgende jaren gebruikt worden. De vrijstelling binnen het regime van het aanmerkelijk belang moet dus als een rugzak beschouwd worden die de belastingplichtige gedurende die periode kan gebruiken.
Tariefstructuur boven €1 miljoen
De schijf tussen 1.000.000 EUR en 2.500.000 EUR wordt belast tegen een tarief van 1,25%
- De schijf tussen van 2.500.000 EUR en 5.000.000 EUR wordt belast tegen een tarief van 2,50%
- De schijf tussen 5.000.000 EUR en 10.000.000 EUR wordt belast tegen een tarief van 5,00%
- Het gedeelte van de meerwaarde dat de 10.000.000 EUR overstijgt wordt belast tegen een tarief van 10,00%.
Bij een overdracht van aandelen die rechten in een binnenlandse vennootschap vertegenwoordigen aan een rechtspersoon waarvan de voornaamste inrichting of de zetel van bestuur of beheer niet in een Lidstaat van de Europese Economische Ruimte is gevestigd, zullen de gerealiseerde meerwaarden niet binnen het kader van aanmerkelijk belang belast worden maar aan een afzonderlijk tarief van 16,5%. Hierbij eveneens rekening houdend met de vrijstelling van de meerwaardebelasting op de eerste schijf van 1.000.000,00 EUR aan meerwaarden
Categorie 3: Algemene regeling voor andere meerwaarden
Wanneer van toepassing?
Deze regeling geldt voor alle meerwaarden die niet onder de vorige twee categorieën vallen. Het gaat om overdrachten van financiële activa binnen het normale beheer van het privévermogen en buiten de beroepssfeer.
Belastingtarief: 10% op de meerwaarde boven de voetvrijstelling.
De gerealiseerde meerwaarden zullen onder het algemeen regime worden belast aan een afzonderlijk belastingtarief van 10%. Echter zal er onder het algemeen regime wel een voetvrijstelling gelden van 10.000,00 euro, deze zal jaarlijks geïndexeerd worden. Het basisbedrag van deze voetvrijstelling kan bij het niet toepassen van de vrijstelling ten belope van 1.000 euro per belastbaar tijdperk. Dit zonder dat het maximumbedrag van de voetvrijstelling 15.000,00 euro overstijgt. Een toekomstige meerwaarde zal eerst aangerekend worden op het oudst overgedragen gedeelte van de voetvrijstelling.