Meerwaardebelasting op financiële activa anno 2026: volledige gids

Na maanden onderhandelen werd de wet rond de meerwaardebelasting gestemd (wet van 6 april 2026). Deze nieuwe belasting heeft verregaande gevolgen voor natuurlijke personen onderworpen aan de personenbelasting en rechtspersonen onderworpen aan de rechtspersonenbelasting die financiële activa aanhouden.

De invoering van deze algemene meerwaardebelasting op financiële activa zorgt voor een ingrijpende hervorming binnen het Belgische fiscale stelsel dat vanaf 1 januari 2026 van toepassing zal zijn.

Tot nu toe werd slechts in zeer specifieke gevallen een inkomstenbelasting geheven op meerwaarden op aandelen. Vanaf 2026 verandert dit fundamenteel.

Ontdek in dit artikel hoeveel belastingen je betaalt in verschillende situaties.

 

De nieuwe meerwaardebelasting is verschuldigd door:

  • Natuurlijke personen (particulieren) die rijksinwoner zijn van België
  • Rechtspersonen onderworpen aan de rechtspersonenbelasting zoals vzw's en stichtingen
  • Verenigingen zonder rechtspersoonlijkheid die ervoor kiezen om zich te laten belasten onder de rechtspersonenbelasting
Let op: Bij gesplitste eigendom worden de inkomsten integraal geacht te zijn gerealiseerd door de blote eigenaar. 


Specifieke uitzonderingen

Er geldt een specifieke uitzondering binnen de rechtspersonenbelasting. Entiteiten die erkend zijn om fiscaal aftrekbare giften te ontvangen blijven gevrijwaard van de meerwaardebelasting.

De nieuwe meerwaardebelasting is niet van toepassing op niet-inwoners. Daarnaast blijven de gewone regels van toepassing in de vennootschapsbelasting.

Transparante belasting bij certificaten: Meerwaarden op financiële activa die gecertificeerd werden overeenkomstig de wet betreffende de certificatie van effecten uitgegeven door handelsvennootschappen, worden nog steeds op transparante wijze belast bij de houders van deze certificaten. Dit betekent dat de belasting niet op het vehikel zelf wordt geheven, maar mogelijks alsnog gevolgen heeft voor de certificaathouders.

Wanneer activa ondergebracht worden in een structuur zonder rechtspersoonlijkheid zoals de burgerlijke maatschap, worden de meerwaarden niet belast op het niveau van de structuur, maar wel bij de uiteindelijke vennoten van de maatschap en dit in verhouding tot hun participatie.

De meerwaardebelasting is van toepassing op meerwaarden op financiële activa die gerealiseerd worden naar aanleiding van de overdracht onder bezwarende titel.

Vier categorieën financiële activa

Op basis van art. 92§1 WIB dient het begrip financiële activa ruim geïnterpreteerd te worden. Het omvat vier afzonderlijk categorieën:

  1. Financiële instrumenten: beursgenoteerde en niet-beursgenoteerde aandelen, obligaties, geldmarktinstrumenten, afgeleide producten (o.a. opties en futures) evenals emissierechten en deelnemingsrechten in instellingen voor collectieve belegging, ETFs, etc.
    Deze vallen hieronder ongeacht of deze in België of het buitenland worden aangehouden

  2. Verzekeringscontracten en kapitalisatieverrichtingen: spaarverzekeringen (tak 21, 22 &  26 of een combinatie die een spaarcomponent omvatten) en beleggingsverzekeringen (tak 23 & tak 44). Buitenlandse verzekerings- en kapitalisatieverrichtingen die inhoudelijk overeenstemmen met de Belgische variant behoren ook tot het toepassingsbied.

    Niet belast: Meerwaarden inzake groepsverzekeringen, aanvullende pensioenproducten en levensverzekeringen binnen het stelsel van het lange termijnsparen worden hier niet bedoeld.

  3. Crypto-activa: met inbegrip van ’niet-inwisselbare tokens voor betalings-of investeringsdoeleinden
  4. Valuta: met inbegrip van beleggingsgoud


De meerwaardebelasting is enkel van toepassing op meerwaarden gerealiseerd vanaf 1 januari 2026 naar aanleiding van een overdracht onder bezwarende titel. Dit houdt in dat de overdrager een prijs moet ontvangen in ruil voor de financiële activa die hij overdraagt.

Geen meerwaardebelasting bij:
  • Schenkingen
  • Eigendomsoverdrachten bij overlijden (wettelijke erfopvolging of testament)
  • Uittreding uit onverdeeldheid bij overlijden, echtscheiding of einde van de wettelijke/feitelijke samenwoning
  • Inbreng bij huwelijk

Deze gebeurtenissen vormen geen aanleiding voor de realisatie van een meerwaarde als bedoeld in artikel 90, eerste lid, 9°, WIB 92.

Gelijkgestelde gebeurtenissen

De volgende gebeurtenissen worden wél gelijkgesteld met een overdracht onder bezwarende titel (art. 92 §2 WIB 92):

  1. Uitkering bij leven van kapitalen en afkoopwaarden van levensverzekeringsovereenkomsten en kapitalisatieverrichtingen. Bij uitkeringen aan begunstigden bij overlijden of bij een wijziging tussen beleggingsfondsen is er geen sprake van een "gerealiseerde meerwaarde".
  2. Exit-tax: Overbrengen door een belastingplichtige van zijn woonplaats of zetel van fortuin naar het buitenland (zie sectie Exit-tax).

De meerwaardebelasting wordt opgedeeld onder drie verschillende categorieën met elk hun eigen belastingregime. Een overdracht kan hierbij slechts onder één bepaling vallen, met name de meest specifieke. 

Belangrijk: Bij speculatie of abnormaal beheer van het privévermogen wordt de gerealiseerde meerwaarde belast tegen het afzonderlijk belastingtarief van 33%. De nieuwe meerwaardebelasting is aldus enkel van toepassing in het kader van het normaal beheer van het privévermogen en buiten de beroepssfeer. 


Categorie 1: Interne meerwaarden

Wanneer van toepassing?

Interne meerwaarden door verkoop ontstaan wanneer de overdrager van de aandelen en winstbewijzen alleen of samen met naaste familieleden rechtstreekse of onrechtstreekse controle uitoefent op de vennootschap-overnemer. Naaste familieleden zijn:

  • Echtgenoot
  • Afstammelingen
  • Ascendenten
  • Zijverwanten tot en met de tweede graad en die van de echtgenoot


Belastingtarief:

Interne meerwaarden gerealiseerd door verkoop worden integraal onderworpen aan een aanslagvoet van 33%. Dit zonder enige voetvrijstelling of andere uitzonderingen. Echter zal er geen aanvullende gemeentebelasting op van toepassing zijn.

Let op: Deze belasting is niet van toepassing indien het een inbreng van aandelen betreft of wanneer de koper van de aandelen gecontroleerd wordt door de naaste familieleden van de overdrager zonder enige tussenkomst van de overdrager zelf. Bij overdracht van de familiale onderneming door de ouders aan kinderen zal het nieuwe stelsel van “interne meerwaarden” niet van toepassing zijn, maar mogelijk wel de “aanmerkelijk belang” meerwaardebelasting of de “algemene” meerwaardebelasting.


Categorie 2: Aanmerkelijk belang participaties

Wanneer van toepassing?

Deze regeling is van toepassing op belastingplichtigen die een aanmerkelijk belang van minstens 20% bezitten van de aandelen die overgedragen worden onder bezwarende titel.

Belangrijk: Het participatie percentage van 20% wordt strikt per persoon beoordeeld en dus niet cumulatief. Het betreft meerwaarden die gerealiseerd worden buiten de beroepsactiviteit of zonder speculatief inzicht.


Vrijstelling en getrapte tarieven:

Voor participaties met een aanmerkelijk belang geldt een vrijstelling van de meerwaardebelasting op de eerste schijf van €1.000.000 aan meerwaarden.

Het bedrag van de vrijstelling kan slechts 1 maal gedurende een periode van vijf opeenvolgende jaren gebruikt worden. De vrijstelling binnen het regime van het aanmerkelijk belang moet dus als een rugzak beschouwd worden die de belastingplichtige gedurende die periode kan gebruiken.


Tariefstructuur boven €1 miljoen

De schijf tussen 1.000.000 EUR en 2.500.000 EUR wordt belast tegen een tarief van 1,25%

  • De schijf tussen van 2.500.000 EUR en 5.000.000 EUR wordt belast tegen een tarief van 2,50%
  • De schijf tussen 5.000.000 EUR en 10.000.000 EUR wordt belast tegen een tarief van 5,00%
  • Het gedeelte van de meerwaarde dat de 10.000.000 EUR overstijgt wordt belast tegen een tarief van 10,00%.

Bij een overdracht van aandelen die rechten in een binnenlandse vennootschap vertegenwoordigen aan een rechtspersoon waarvan de voornaamste inrichting of de zetel van bestuur of beheer niet in een Lidstaat van de Europese Economische Ruimte is gevestigd, zullen de gerealiseerde meerwaarden niet binnen het kader van aanmerkelijk belang belast worden maar aan een afzonderlijk tarief van 16,5%. Hierbij eveneens rekening houdend met de vrijstelling van de meerwaardebelasting op de eerste schijf van 1.000.000,00 EUR aan meerwaarden


Categorie 3: Algemene regeling voor andere meerwaarden

Wanneer van toepassing?

Deze regeling geldt voor alle meerwaarden die niet onder de vorige twee categorieën vallen. Het gaat om overdrachten van financiële activa binnen het normale beheer van het privévermogen en buiten de beroepssfeer.

Belastingtarief: 10% op de meerwaarde boven de voetvrijstelling.

De gerealiseerde meerwaarden zullen onder het algemeen regime worden belast aan een afzonderlijk belastingtarief van 10%. Echter zal er onder het algemeen regime wel een voetvrijstelling gelden van 10.000,00 euro, deze zal jaarlijks geïndexeerd worden. Het basisbedrag van deze voetvrijstelling kan bij het niet toepassen van de vrijstelling ten belope van 1.000 euro per belastbaar tijdperk. Dit zonder dat het maximumbedrag van de voetvrijstelling 15.000,00 euro overstijgt. Een toekomstige meerwaarde zal eerst aangerekend worden op het oudst overgedragen gedeelte van de voetvrijstelling.

De belastbare basis is het positieve verschil tussen de ontvangen prijs voor de overgedragen financiële activa en de aanschaffingswaarde van die activa. De wet voorziet in een aantal specifieke regels voor het bepalen van de aanschaffingswaarden.

Het is een netto belastbare basis: De betaling van eventuele kosten of belastingen—ongeacht de aard—wordt niet mee in rekening genomen bij de berekening van de meerwaarde.

Berekening bij levensverzekeringsovereenkomsten

Bij levensverzekeringsovereenkomsten die onder het toepassingsgebied vallen, stemt de belastbare basis overeen met het positieve verschil tussen:

  • De kapitalen of afkoopwaarden (ontvangen)
  • Het totaal van de gestorte premies (betaald)

Indien de overeenkomst gesloten werd vóór 1 januari 2026 geldt het principe dat de historische meerwaarden niet binnen het toepassingsgebied van de meerwaardebelasting vallen.

Verrekening met minderwaarden

De meerwaarde kan worden verminderd met de eventuele minderwaarden op financiële activa die onder het toepassingsgebied van de meerwaardebelasting vallen.

Voorwaarden voor verrekening:

  • De minderwaarde moet verwezenlijkt zijn door dezelfde belastingplichtige
  • In de loop van hetzelfde belastbare tijdperk
  • Binnen dezelfde categorie belastbare financiële activa

De minderwaarde stemt overeen met het negatieve verschil tussen de ontvangen prijs voor de overgedragen financiële activa en de aanschaffingswaarde zoals deze bewezen is door de belastingplichtige.

De meerwaardebelasting is van kracht vanaf 1 januari 2026. Bijgevolg zijn historische meerwaarden tot en met 31 december 2025 niet onderworpen aan de meerwaardebelasting.

Hoe werkt het fotomoment?

Om uitvoering te geven aan deze overgangsregeling, wordt de waarde van de financiële activa op 31 december 2025 gehanteerd om de meerwaarde te berekenen.

Voor genoteerde activa:

Voor financiële activa die genoteerd zijn op een gereglementeerde markt geldt de laatste slotkoers van 2025.

Voor niet-genoteerde activa:

Voor financiële activa die niet genoteerd zijn op een financiële markt worden er in de wet specifieke waarderingsregels voorzien.


Praktisch voorbeeld fotomoment:

Een aandeel wordt aangekocht voor €250 in 2023, en is €275 waard op 31 december 2025. Bij een verkoop aan €300 in 2026, zal er maar €25 (€300 - €275) onderworpen zijn aan de meerwaardebelasting.


Hogere aanschaffingswaarde dan fotomoment

Indien de aanschaffingswaarde hoger is dan de waarde op 31 december 2025 (fotomoment), wordt de aanschaffingswaarde tot 31 december 2030 weerhouden voor zover deze wordt bewezen door de belastingplichtige.


FIFO-methode bij identieke activa

Wanneer een belastingplichtige achtereenvolgens meerdere identieke financiële activa heeft verworven en slechts enkele overdraagt, wordt de FIFO methode toegepast.

Dit betekent dat het eerst verkregen actief geacht wordt het eerst te worden overgedragen (First In, First Out).

Houd er rekening mee dat de FIFO-methode alleen van toepassing is op aankopen vanaf 2026. Voor activa die vóór 2026 zijn aangeschaft, moet een gewogen gemiddelde aankoopprijs per actief worden gehanteerd.

De wijze waarop de meerwaardebelasting wordt geïnd, is afhankelijk van de categorie tot dewelke de belastbare meerwaarde hoort. 

Interne meerwaarden en aanmerkelijk belang: via aangifte

De inning van de meerwaarden voor deze categorieën verloopt via de aangifte inkomstenbelasting. Via de aangifte kan dan ook indien van toepassing de vrijstelling voor meerwaarden inzake aanmerkelijk belang worden gevraagd.

Algemene regeling: Bronheffing of opt-out

In alle andere gevallen (algemene regeling) wordt de heffing in principe aan de bron ingehouden door de in België gevestigde banken en/of tussenpersonen.

Hierbij wordt echter geen rekening gehouden met de voetvrijstelling en vrijstelling van minderwaarden bij de bepaling van bronheffing.

De toepassing hiervan zal gebeuren via de jaarlijkse aangifte inkomstenbelasting. De reeds ingehouden bronheffing is volledig verrekenbaar met de uiteindelijk verschuldigde belasting op aangifte.

Opt-out systeem

De belastingplichtige heeft de mogelijkheid om te opteren voor een opt-out. Dit houdt in dat er geen bronheffing wordt ingehouden op de gerealiseerde meerwaarden, maar dat dit rechtstreeks verloopt via de aangifte inkomstenbelasting.

Voordeel: Er vindt geen ‘prefinanciering’ plaats.

Nadeel: De belastingadministratie wordt door de financiële instelling op de hoogte gebracht van de opt-out alsook van alle inkomsten waarop deze opt-out betrekking heeft.

Voorwaarden voor opt-out:
  1. De belastingplichtige moet de keuze van deze opt-out kenbaar maken aan zijn financiële instelling
  2. Ingeval van meerdere titularissen is het verplicht dat alle titularissen van een rekening kiezen voor een opt-out. Wanneer minstens één titularis geen gebruik wenst te maken van de opt-out, geldt het principe van bronheffing voor alle titularissen van de desbetreffende rekening

Buitenlandse rekeningen

Belastingplichtigen die een meerwaarde realiseren via een buitenlandse bank zijn zelf verantwoordelijk voor het correct aangeven van deze meerwaarde in de aangifte inkomstenbelasting.

Het overbrengen van de fiscale woonplaats of de zetel van fortuin naar het buitenland leidt in principe tot de realisatie van een (eventuele) latente meerwaarde waarover er meerwaardebelasting verschuldigd is.

De nieuwe wettekst voorziet echter in modaliteiten voor het toekennen van een uitstel van betaling van de meerwaardebelasting. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen twee situaties:

Situatie 1: Verhuis naar EER of verdragsland


Automatisch uitstel van betaling

In geval van een verhuis naar een EER-land of een land waarmee België een dubbelbelastingverdrag heeft afgesloten dat voorziet in de uitwisseling van informatie en wederzijdse bijstand bij invordering, wordt er automatisch een uitstel van betaling van de exitbelasting toegekend.

Wanneer is er geen exitbelasting verschuldigd?

Er is geen exitbelasting verschuldigd indien de belastingplichtige binnen 24 maanden na het vertrek uit België geen meerwaarde realiseert.

Verkoop binnen 24 maanden?

Indien de verkoop plaatsvindt binnen deze periode van 24 maanden na emigratie, zal België in principe een exitbelasting heffen. In dat geval is het belangrijk na te gaan of België op basis van het toepasselijke dubbelbelastingverdrag effectief het recht heeft om de meerwaarde te belasten.

Jaarlijkse attestverplichting

Om de naleving van de voorwaarden voor de uitgestelde betaling te verzekeren, dient de belastingplichtige jaarlijks een attest aan de administratie te bezorgen waarin bevestigd wordt dat aan de voorwaarden voor het behouden van het uitstel voldaan blijft.

Situatie 2: Verhuis naar niet-EU/EER/verdragsland


Bij een verhuis naar een derde land waarmee België geen dubbelbelastingverdrag heeft of nar een land waarmee België wel een verdrag heeft maar dat niet voorziet in informatie-uitwisseling en/of bijstand bij invordering kan er ook een uitstel van betaling worden toegekend, echter op verzoek van de belastingplichtige en op voorwaarde dat hij voldoende waarborg voor betaling kan geven.

Jaarlijkse attestverplichting

Ook bij dit optionele betalingsuitstel dient de belastingplichtige jaarlijks een attest aan de administratie te bezorgen.

Wanneer een belastingplichtige naar België immigreert vanaf 2026 wordt in een step-up in waarde voorzien.

Wat betekent dit?

De aanschaffingswaarde is gelijk aan de waarde op de eerste dag dat de belastingplichtige onderworpen is aan de Belgische inkomstenbelasting. Dit voorkomt dubbele belasting op meerwaarden die al in het buitenland zijn ontstaan.

Uitzondering: 2-jaarsregel
Let op: Deze step-up speelt niet wanneer een belastingplichtige die eerder uit België is geëmigreerd binnen een termijn van 2 jaar terug naar België verhuist. Dit voorkomt misbruik van de exit-tax regeling.